Officiële brief/correspondentie.
Origineel
Officiële brief/correspondentie. 30 september 1942. Der Beauftragte für die Stadt Amsterdam (namens de Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete), bij monde van A. Zombault, Wirtschaftsreferent. Direktion des Marktwezens Amsterdam, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West. [Briefhoofd linksboven]
DER REICHSKOMMISSAR
FÜR DIE BESETZTEN NIEDERLÄNDISCHEN GEBIETE
DER BEAUFTRAGTE
FÜR DIE STADT AMSTERDAM
[Kenmerk midden links]
Ref. Wi.
No 37/6/118 M. 1942 [Stempel en handschrift]
[Rechtsboven]
AMSTERDAM, den 30. September 1942.
MUSEUMPLEIN 19
TEL. 97101
[Handgeschreven parafen in rood en blauw]
[Adresblok]
An die
Direktion des Marktwezens Amsterdam
Jan van Galenstraat 14
Amsterdam - W.
================================
[Betreft]
Betr.: Liste der jüdischen Gemüsekleinhändler.
[Inhoud]
Sie haben mir kürzlich die Liste der 21 jüdischen Gemüsekleinhändler eingesandt, die nach Ihrer Auffassung zur Durchführung der Gemüseübernahme durch die Juden vorläufig vom Arbeitseinsatz ausgenommen werden müssten. Ich bitte Sie, mir noch zwei Ausfertigungen dieser Liste zukommen zu lassen.
[Ondertekening]
Im Auftrag
[Handtekening: Zombault]
(A. Zombault)
Wirtschaftsreferent In deze korte, zakelijke brief vraagt de Wirtschaftsreferent (economisch adviseur) van de Duitse gemachtigde voor de stad Amsterdam om extra kopieën van een lijst met 21 Joodse groentedetailhandelaren.
De kern van de brief is de vermelding dat deze 21 personen volgens de directie van het Marktwezen voorlopig vrijgesteld zouden moeten worden van de zogenaamde Arbeitseinsatz. De reden hiervoor was dat zij nodig werden geacht voor de "Gemüseübernahme" (de distributie en inname van groenten) binnen de Joodse gemeenschap.
De toon is strikt bureaucratisch en illustreert hoe de nazi-bezetter de dagelijkse logistiek van voedselvoorziening en de vervolging van de Joodse bevolking administratief verwerkte. Het document toont de wisselwerking aan tussen de gemeentelijke diensten (Marktwezen) en het bezettingsbestuur. De datum van de brief, 30 september 1942, is cruciaal. De grootschalige deportaties van Joden uit Nederland naar de vernietigingskampen waren in juli 1942 begonnen. De term Arbeitseinsatz was het nazi-eufemisme voor deze deportaties.
In deze periode probeerden verschillende instanties, en ook de Joodse Raad, groepen mensen te vrijwaren van deportatie door hen als 'onmisbaar' voor de economie of de ordehandhaving aan te merken. In dit geval gaat het om de voedselvoorziening aan de Joden zelf, die destijds al sterk beperkt waren in hun bewegingsvrijheid en alleen op bepaalde uren en bij bepaalde winkels boodschappen mochten doen.
De locatie van de afzender, Museumplein 19, was de zetel van de Beauftragte van Amsterdam, die rechtstreeks onder Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart viel. De ontvanger, de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat, was het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. A. Zombault Marktwezen
Samenvatting
In deze korte, zakelijke brief vraagt de Wirtschaftsreferent (economisch adviseur) van de Duitse gemachtigde voor de stad Amsterdam om extra kopieën van een lijst met 21 Joodse groentedetailhandelaren.
De kern van de brief is de vermelding dat deze 21 personen volgens de directie van het Marktwezen voorlopig vrijgesteld zouden moeten worden van de zogenaamde Arbeitseinsatz. De reden hiervoor was dat zij nodig werden geacht voor de "Gemüseübernahme" (de distributie en inname van groenten) binnen de Joodse gemeenschap.
De toon is strikt bureaucratisch en illustreert hoe de nazi-bezetter de dagelijkse logistiek van voedselvoorziening en de vervolging van de Joodse bevolking administratief verwerkte. Het document toont de wisselwerking aan tussen de gemeentelijke diensten (Marktwezen) en het bezettingsbestuur.
Historische Context
De datum van de brief, 30 september 1942, is cruciaal. De grootschalige deportaties van Joden uit Nederland naar de vernietigingskampen waren in juli 1942 begonnen. De term Arbeitseinsatz was het nazi-eufemisme voor deze deportaties.
In deze periode probeerden verschillende instanties, en ook de Joodse Raad, groepen mensen te vrijwaren van deportatie door hen als 'onmisbaar' voor de economie of de ordehandhaving aan te merken. In dit geval gaat het om de voedselvoorziening aan de Joden zelf, die destijds al sterk beperkt waren in hun bewegingsvrijheid en alleen op bepaalde uren en bij bepaalde winkels boodschappen mochten doen.
De locatie van de afzender, Museumplein 19, was de zetel van de Beauftragte van Amsterdam, die rechtstreeks onder Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart viel. De ontvanger, de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat, was het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening.