Brief / Ambtelijke correspondentie
Origineel
Brief / Ambtelijke correspondentie 10 oktober 1942 (verzonden op 20 oktober 1942 blijkens handgeschreven notitie) De Directeur (naam niet vermeld, referentie 37/6/125 M.) Herrn A. Gombault, Wirtschaftsreferent Büro Beauftragte für die Stadt Amsterdam [Handgeschreven notitie:] Versonden 20/10
Sb/HB.
Herrn A.Gombault,
Wirtschaftsreferent Büro Beauftragte
für die Stadt Amsterdam,
Museumplein 19,
Amsterdam-Zuid.
37/6/125 M. [TAB] 10.Oktober 1942.
Hiermit bestätige ich die telefonische Unterredung mit Herrn
Sieburgh vom 9.Oktober 1942 in der Sie sich damit einverstanden er-
klärten den Provisionsprozentssatz der Gemüselieferungen an die
Jüdische Bevölkerung pro 15.Oktober von 6 % auf 4 % herabzusetzen.
Diese 4 % sollen folgendermassen verteilt werden:
2 % Nederlandsche Veiling; 1 % Arische Kommission; 1 % Ge-
meinde.
Schliesslich teile ich Ihnen noch mit, dass Stadtrat Herr
Dr.Strak ebenfalls hiermit einig geht.
Der Direktor, Deze brief is een officiële bevestiging van een telefonisch overleg over de verlaging van de provisie (commissie) op de levering van groenten aan de Joodse bevolking in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting.
De kernpunten zijn:
* De provisie wordt per 15 oktober 1942 verlaagd van 6% naar 4%.
* De verdeling van deze 4% provisie is strikt vastgelegd: 2% gaat naar de Nederlandsche Veiling, 1% naar de "Arische Kommission" en 1% naar de Gemeente.
* Er wordt verwezen naar instemming van de heren Sieburgh en Dr. Strak (een wethouder), wat duidt op de betrokkenheid van het Amsterdamse stadsbestuur bij deze regeling.
Het document toont de bureaucratische controle en financiële afroming door de bezetter en meewerkende instanties op de basisvoorzieningen van de vervolgde Joodse minderheid. In oktober 1942 was de Jodenvervolging in Nederland in een vergevorderd stadium. De deportaties naar de vernietigingskampen waren in volle gang. De Joodse bevolking die nog in de stad was, werd stelselmatig geïsoleerd en financieel uitgekleed.
De "Beauftragte für die Stadt Amsterdam" was de Duitse toezichthouder op het stadsbestuur (destijds Hans Böhmcker). De genoemde "Arische Kommission" verwijst naar de nazi-ideologie van "arisering", waarbij Joodse invloeden uit de economie werden verwijderd en winsten werden omgebogen naar niet-Joodse (Arische) instanties.
Het feit dat de gemeente Amsterdam (Gemeinde) een percentage van de provisie op voedselleveringen aan de Joodse bevolking ontving, illustreert de medeplichtigheid van de civiele administratie aan het systeem van uitsluiting en exploitatie. Zelfs de distributie van basisbehoeften zoals groenten werd ingezet als een instrument voor administratieve controle en financieel gewin voor de bezetter en de stad. A. Gombault Gemeente Amsterdam
Samenvatting
Deze brief is een officiële bevestiging van een telefonisch overleg over de verlaging van de provisie (commissie) op de levering van groenten aan de Joodse bevolking in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting.
De kernpunten zijn:
* De provisie wordt per 15 oktober 1942 verlaagd van 6% naar 4%.
* De verdeling van deze 4% provisie is strikt vastgelegd: 2% gaat naar de Nederlandsche Veiling, 1% naar de "Arische Kommission" en 1% naar de Gemeente.
* Er wordt verwezen naar instemming van de heren Sieburgh en Dr. Strak (een wethouder), wat duidt op de betrokkenheid van het Amsterdamse stadsbestuur bij deze regeling.
Het document toont de bureaucratische controle en financiële afroming door de bezetter en meewerkende instanties op de basisvoorzieningen van de vervolgde Joodse minderheid.
Historische Context
In oktober 1942 was de Jodenvervolging in Nederland in een vergevorderd stadium. De deportaties naar de vernietigingskampen waren in volle gang. De Joodse bevolking die nog in de stad was, werd stelselmatig geïsoleerd en financieel uitgekleed.
De "Beauftragte für die Stadt Amsterdam" was de Duitse toezichthouder op het stadsbestuur (destijds Hans Böhmcker). De genoemde "Arische Kommission" verwijst naar de nazi-ideologie van "arisering", waarbij Joodse invloeden uit de economie werden verwijderd en winsten werden omgebogen naar niet-Joodse (Arische) instanties.
Het feit dat de gemeente Amsterdam (Gemeinde) een percentage van de provisie op voedselleveringen aan de Joodse bevolking ontving, illustreert de medeplichtigheid van de civiele administratie aan het systeem van uitsluiting en exploitatie. Zelfs de distributie van basisbehoeften zoals groenten werd ingezet als een instrument voor administratieve controle en financieel gewin voor de bezetter en de stad.