Doorslag van een getypte brief.
Origineel
Doorslag van een getypte brief. 8 december 1942. Waarnemend directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Dienst van het Marktwezen te Amsterdam). Herrn A. Gombault, Wirtschaftsreferent Büro Beauftragte für die Stadt Amsterdam (Museumplein 19, Amsterdam-Zuid). [handgeschreven: Extra]
vB/HB.
Herrn A.Gombault,
Wirtschaftsreferent Büro Beauftragte
für die Stadt Amsterdam,
Museumplein 19,
Amsterdam-Zuid. Wijk 24.
37/6/182 M. 8.Dezember 1942.
XXXXXX
Betr: Marktstände-Vermieter
M.Krammer.
Antwortlich Ihres Schreibens vom 26.November 1942, möchte
ich Ihnen folgendes vorschlagen. Die sechs arischen Firmen
werden Ihre Marktstände von einem Ihrer Leute oder einem ari-
schen Angestellten auf die Markt Gaaspstraat vermieten lassen.
Dazu empfängt dieser arische Angestellte einen Ausweis.
Die ganze Regelung ware zu treffen unter Oberaufsicht von
Marktwesen.
Ich bitte um Ihre Genehmigung zu dieser Regelung.
Der Direktor,
wnd. In deze brief doet de (waarnemend) directeur van het Amsterdamse Marktwezen een voorstel aan de Duitse economische toezichthouder (de *Wirtschaftsreferent*) betreffende de verhuur van marktkramen aan de Gaaspstraat.
De kern van het voorstel is dat zes "Arische firma's" hun kramen op deze markt moeten laten verhuren door personeel van de Beauftragte of door een "Arische werknemer". Deze persoon krijgt een officieel bewijs (Ausweis) en het geheel vindt plaats onder supervisie van het Marktwezen.
Het taalgebruik is puur ideologisch en bureaucratisch: de nadruk op "Arisch" personeel en firma's is een direct gevolg van de uitsluiting van Joodse burgers uit het economische leven. De toon van de brief is onderdanig; de Nederlandse ambtenaar vraagt expliciet om de goedkeuring van de Duitse bezettingsautoriteit. De brief dateert van december 1942, een periode waarin de Jodenvervolging in Amsterdam in volle gang was. De locatie die in de brief wordt genoemd, de Gaaspstraat, is historisch zeer beladen.
Vanaf november 1941 mochten Joodse kooplieden en marktkooplieden van de bezetter niet meer op de reguliere markten staan. In Amsterdam werden daarop drie specifieke 'Joodse markten' ingesteld: op het Waterlooplein, de Nieuwmarkt en in de Gaaspstraat (in de Rivierenbuurt). Alleen Joden mochten hier handelen en alleen aan Joden verkopen.
De brief bespreekt echter de positie van "Arische" (niet-Joodse) firma's op diezelfde locatie. Dit suggereert een strikte scheiding of een overnameproces waarbij de bezetter controle wilde houden over wie er op deze plekken mocht opereren. Andreas Gombault, de ontvanger van de brief, was de economisch referent onder Hans Böhmcker (de Beauftragte voor Amsterdam). Gombault speelde een sleutelrol bij de 'arisering' van de Amsterdamse economie: het onteigenen van Joodse bedrijven en bezittingen ten gunste van niet-Joden of de Duitse staat. Dit document toont hoe de Amsterdamse gemeentelijke diensten instrumenteel waren bij de uitvoering van dit beleid. A. Gombault Marktwezen