Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen. 1 februari 1943. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, zoals de Marktdienst). [Handgeschreven in potlood:] Verzonden 1/2
[Rechtsboven:] SV
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen
A L H I E R.
20/1/5 M
1 Februari 1943.
Ten vervolge op mijn brief d.d. 25 Januari jl.
no. 20/1/4 M. heb ik de eer U beleefd te verzoeken
wel te willen bevorderen, dat het navolgende
communique deze week in de pers wordt opgenomen.
"De Burgemeester van Amsterdam brengt ter open-
bare kennis van marktbezoekers en marktkooplieden, dat
de markten hier ter stede in verband met de ver-
duisteringsmaatregelen, uiterlijk een half uur vóór
zonsondergang door de marktkooplieden moeten zijn ont-
ruimd.
Derhalve moeten de markten in de week van Maan-
dag 8 Februari tot en met Zaterdag 13 Februari a.s.
om 17.15 uur zijn ontruimd".
De Directeur,
[Handgeschreven kanttekeningen links:]
15/2 - 20/2
17.30
20/1/6 Deze brief is een formeel verzoek van een gemeentelijk directeur aan de wethouder voor Levensmiddelen om een persbericht (communiqué) te laten plaatsen. De kern van de boodschap is een strikte regulering van de markttijden in Amsterdam. Vanwege de geldende verduisteringsvoorschriften tijdens de Tweede Wereldoorlog moesten markten uiterlijk een half uur vóór zonsondergang volledig ontruimd zijn.
Voor de specifieke week van 8 tot 13 februari 1943 wordt de uiterste ontruimingstijd vastgesteld op 17:15 uur. De handgeschreven aantekeningen in de kantlijn wijzen op de administratieve afhandeling van dit dossier: de datum "15/2 - 20/2" met de tijd "17.30" en kenmerk "20/1/6" suggereert dat er voor de daaropvolgende week een nieuwe instructie was voorbereid met een iets latere tijd, aangezien de dagen in februari langer worden. Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De "verduisteringsmaatregelen" waren dwingende voorschriften die bedoeld waren om het voor geallieerde bommenwerpers onmogelijk te maken zich bij nacht op kunstlicht van steden te oriënteren.
Deze maatregelen hadden een grote impact op het dagelijks leven en de economie. Markten waren in oorlogstijd cruciaal voor de voedselvoorziening van de Amsterdamse bevolking, maar de handel werd beperkt door de verplichting om voor het vallen van de avond alles opgeruimd te hebben. Het feit dat de Burgemeester van Amsterdam (destijds de door de bezetter aangestelde E.J. Voûte) de afzender van het communiqué is, onderstreept de autoritaire structuur van het gemeentebestuur onder de bezetting, waarbij de burgemeester decreten uitvaardigde die via de wethouders en directeuren werden uitgevoerd.