Archief 745
Inventaris 745-401
Pagina 36
Dossier 2A
Jaar 1943
Stadsarchief

Archiefdocument

16 maart 1942 (gebaseerd op handgeschreven aantekening). Dossier: 114, 41007, 460, 49416, 61066, 70

Origineel

16 maart 1942 (gebaseerd op handgeschreven aantekening). (Handgeschreven linksboven:)
25a. beleid Afd Alg. Zaken
toestel 320
16/3/'42.

(Gedrukte tekst:)

145
Gemeenteblad afd. 1 A

No. 70. Verordening op de Winkelsluiting.

Bij de Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied, houdende wijziging van eenige bepalingen op het gebied van het bedrijfsleven en van het arbeidsrecht (Verordeningenblad 1941, Stuk 26, No. 114; Gemeenteblad afd. 4, volgn. 420) is o.m. art. 5 der Winkelsluitingswet 1930 (Staatsblad No. 460) ingetrokken. Dit art. 5 opende de mogelijkheid, aan het hoofd of den bestuurder van een winkel, die tot een kerkgenootschap behoort, dat den wekelijkschen rustdag op den Sabbath of op den Zevendedag viert, vergunning te verleenen, zijn winkel op Zondag voor het publiek geopend te hebben, onder voorwaarde, dat hij geen winkel voor het publiek geopend had gedurende den Sabbath of den Zevendedag.

Nu art. 5 der Winkelsluitingswet is vervallen, kunnen in de Verordening op de Winkelsluiting, vastgesteld bij raadsbesluit van 13 Maart 1935 (Gemeenteblad 1935, afd. 3, volgn. 96), laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 17 April 1940 (Gemeenteblad 1940, afd. 3, volgn. 54), de bepalingen, welke verband houden met den Sabbath of den Zevendedag, niet gehandhaafd blijven. In deze verordening dienen derhalve te vervallen art. 6, art. 7, lid 1 ten deele en lid 2, art. 11, art. 12, lid 3, art. 13, lid 4, en art. 15, lid 2 onder e.

Voorts heeft de Secretaris-Generaal van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart op 10 September 1941, onder No. 41007 J.A., het Winkelsluitingsbesluit 1941 vastgesteld en dit gewijzigd bij zijn besluiten van 25 September 1941, No. 49416 J.A., en 18 December 1941, No. 61066 J.A. Een en ander is gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant van onderscheidenlijk 10 en 25 September en 18 December 1941. Op grond van deze besluiten is, zulks in afwijking van de bepalingen der Winkelsluitingswet, o.m. het sluitingsuur voor winkels en het tijdstip, waarop het venten moet eindigen, gedurende het tijdvak van 1 October tot 1 April bepaald op 6 uur des namiddags op de eerste vijf werkdagen der week en op 7 uur des namiddags op den Zaterdag, en gedurende het tijdvak van 1 April tot 1 October op 7 uur des namiddags op de eerste vijf werkdagen der week en op 8 uur des namiddags op den Zaterdag. Verder is daarin bepaald, dat de uren, gedurende welke sommige groepen winkels, overeenkomstig de bepalingen der Winkelsluitingswet, des Zondags geopend mogen zijn, gedurende het tijdvak van 1 October tot 1 April niet later mogen vallen dan 6 uur des namiddags en gedurende het tijdvak van 1 April tot 1 October niet later dan 7 uur des namiddags.

Den burgemeester is in vorengenoemde besluiten de bevoegdheid gegeven, onder goedkeuring van den Secretaris-Generaal voornoemd, afwijkingen van deze sluitingsuren vast te stellen, indien zich naar zijn oordeel in een gemeente bijzondere omstandigheden voordoen, welke deze afwijkingen wenschelijk maken.

In art. 2 der bestaande verordening is het sluitingsuur voor winkels, waarin uitsluitend of in hoofdzaak aardappelen en/of groenten ten verkoop in voorraad zijn, voor de eerste vijf werkdagen der week bepaald op 6 uur des namiddags; in art. 9 is het sluitingsuur voor deze winkels, voor wat den Zaterdag betreft, bepaald op 9 uur des namiddags. Deze sluitingstijden, welke belangrijk vroeger zijn dan de destijds algemeen geldende, zijn indertijd op verzoek van belanghebbenden aldus vastgesteld, omdat de groentewinkelier zijn dagtaak zeer vroegtijdig, dikwijls reeds om 4 uur des voormiddags, begon in verband met het zeer vroege aanvangsuur van de Centrale Markt. Nu echter dit tijdstip belangrijk later is gesteld, en voorts het algemeene sluitingsuur voor de winkels is vervroegd, is er geen aanleiding meer, de afwijkende regeling voor de groentewinkels te handhaven, zoodat de artt. 2 en 9 kunnen vervallen.

Nos. 70—72. Verordening op de Winkelsluiting; wijziging besluit verkoop terrein aan de Weesperpoortstraat en het Rhijnspoorplein; opheffing onbewoonbaarverklaring.

(Rechtsonder:)
STADSDRUKKERIJ AMSTERDAM Dit document betreft een wijziging van de gemeentelijke verordening op de winkelsluiting in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De belangrijkste punten zijn:

  1. Afschaffing Sabbath-vrijstelling: Het vervallen van artikel 5 van de Winkelsluitingswet 1930 is de meest ingrijpende wijziging. Dit artikel stond winkeliers die de rustdag op zaterdag vierden (met name de Joodse gemeenschap en Zevendedagsadventisten) toe om op zondag open te gaan. Door deze intrekking werden zij gedwongen om ofwel hun religieuze rustdag op te geven, ofwel twee dagen per week gesloten te zijn.
  2. Standaardisering Sluitingstijden: Er worden strikte sluitingstijden ingevoerd: 18:00 uur (winter) en 19:00/20:00 uur (zomer). Dit diende waarschijnlijk zowel de algemene ordening als energiebesparing (verduistering).
  3. Groente- en Aardappelwinkels: De specifieke uitzonderingspositie van groentewinkeliers (die vanwege de vroege markt vroeger mochten sluiten) komt te vervallen, omdat de openingstijden van de Centrale Markt eveneens zijn aangepast.
  4. Centralisatie van Macht: De burgemeester krijgt weliswaar bevoegdheden om af te wijken, maar is hierbij direct afhankelijk van de goedkeuring van de Secretaris-Generaal (onder toezicht van de bezetter). De verordening moet worden gezien in het licht van de gelijkschakeling en de anti-Joodse maatregelen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de tekst zich presenteert als een ambtelijke en juridische wijziging van economische aard, was het intrekken van de "Sabbath-clausule" een directe aanval op de economische positie van Joodse ondernemers in Amsterdam.

De verwijzing naar de "Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied" (Arthur Seyss-Inquart) onderstreept dat de Nederlandse wetgeving in deze periode volledig ondergeschikt was aan de Duitse bezettingsmacht. De handgeschreven datum (maart 1942) plaatst dit document in een fase waarin de uitsluiting van Joden uit het openbare en economische leven in Nederland een kritiek punt had bereikt, kort voor het begin van de grootschalige deportaties. J.A. Een Gemeente Amsterdam

Samenvatting

Dit document betreft een wijziging van de gemeentelijke verordening op de winkelsluiting in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De belangrijkste punten zijn:

  1. Afschaffing Sabbath-vrijstelling: Het vervallen van artikel 5 van de Winkelsluitingswet 1930 is de meest ingrijpende wijziging. Dit artikel stond winkeliers die de rustdag op zaterdag vierden (met name de Joodse gemeenschap en Zevendedagsadventisten) toe om op zondag open te gaan. Door deze intrekking werden zij gedwongen om ofwel hun religieuze rustdag op te geven, ofwel twee dagen per week gesloten te zijn.
  2. Standaardisering Sluitingstijden: Er worden strikte sluitingstijden ingevoerd: 18:00 uur (winter) en 19:00/20:00 uur (zomer). Dit diende waarschijnlijk zowel de algemene ordening als energiebesparing (verduistering).
  3. Groente- en Aardappelwinkels: De specifieke uitzonderingspositie van groentewinkeliers (die vanwege de vroege markt vroeger mochten sluiten) komt te vervallen, omdat de openingstijden van de Centrale Markt eveneens zijn aangepast.
  4. Centralisatie van Macht: De burgemeester krijgt weliswaar bevoegdheden om af te wijken, maar is hierbij direct afhankelijk van de goedkeuring van de Secretaris-Generaal (onder toezicht van de bezetter).

Historische Context

De verordening moet worden gezien in het licht van de gelijkschakeling en de anti-Joodse maatregelen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de tekst zich presenteert als een ambtelijke en juridische wijziging van economische aard, was het intrekken van de "Sabbath-clausule" een directe aanval op de economische positie van Joodse ondernemers in Amsterdam.

De verwijzing naar de "Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied" (Arthur Seyss-Inquart) onderstreept dat de Nederlandse wetgeving in deze periode volledig ondergeschikt was aan de Duitse bezettingsmacht. De handgeschreven datum (maart 1942) plaatst dit document in een fase waarin de uitsluiting van Joden uit het openbare en economische leven in Nederland een kritiek punt had bereikt, kort voor het begin van de grootschalige deportaties.

Genoemde Personen 1

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente Kruidenier (Droog): Rijst Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam

Kooplieden in dit dossier 100

A. Agsteribbe Waterlooplein
A. Geboorte Waterlooplein
A. Berclou Waterlooplein
A. Boeken Waterlooplein
A. David Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein
A. Goslau Waterlooplein
A. Groenteman Waterlooplein
A. Groenteman Waterlooplein
A. Hagenaar Waterlooplein
A. Hamel Waterlooplein
A. Lisser Uilenburg
A. Locher Uilenburg
A. Locher Uilenburg
Aron Lopes Dias Uilenburg
A. Melhado Uilenburg
A. van Gelder Uilenburg
A. Mok Uilenburg
A. Morpurgo Uilenburg
A. Nikkelsberg Uilenburg
A. Nikkelsberg Uilenburg
A. Polak Uilenburg
A. Prins Uilenburg
A. Roodveldt Uilenburg
A. Roodveldt Uilenburg
A. Sloves Uilenburg
A.S.Noach Uilenburg
A. Snoek Uilenburg
A. Stoppelman Uilenburg
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6