Archief 745
Inventaris 745-401
Pagina 142
Dossier 103
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

29 maart 1943. Van: Salomon Lewin, Swammerdamstraat 7, Amsterdam. Aan: De Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). 29 maart 1943. Salomon Lewin, Swammerdamstraat 7, Amsterdam. De Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. [Linksboven, blauwe stempel en inkt:]
No. 20/9/1 M. 1943 31/3
S. Lewin
Swammerdamstraat. 7.
Amsterdam. O.

[Rechtsboven:]
695
Amsterdam. 29. maart. 1943

[Adressectie:]
AAN DEN WELED. HEER. DIRECTEUR
v/H. MARKTWEZEN
TE AMSTERDAM.
Jan. v. Galenstraat. 14.

[Aanhef:]
WelEdelE Heer,

[Brieftekst:]
Bij deze neemt ondergetekende,
"Salomon. Lewin. Swammerdamstraat. 7. te Amsterdam.
handelende in levensmiddelen," de vrijheid zich
tot U te wenden, met een beleefd verzoek om in
aanmerking te komen voor een standplaats op een
der Joodsche markten te Amsterdam.
Hopende dat U mij in deze terwille zal willen zijn,
verblijf ik U bij voorbaat dankend met de meeste

Hoogachting
[Handtekening:] SLewin

[Ambtelijke aantekeningen linksonder, in potlood en inkt:]
[Schuine streep door de tekst]
m.v. afwijzen
9-4-43
[Paraaf]

[In rode inkt:]
waarom
16-4-43.

[Onderaan, in potlood:]
Opbergen
Lewin reeds
doorgezonden
naar Westerbork
20-4-43.
[Paraaf] * Vorm en toon: De brief is geschreven in de uiterst formele, onderdanige stijl die gebruikelijk was voor officiële correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. Lewin spreekt over zichzelf in de derde persoon als "ondergetekende".
* Onderwerp: De schrijver vraagt een standplaats aan op een van de "Joodsche markten". Dit verwijst naar de segregatie die door de Duitse bezetter was opgelegd: Joden mochten alleen nog op speciaal aangewezen markten handelen en hun boodschappen doen.
* Administratief proces: De brief toont de koude bureaucratie van het oorlogsbestuur. Eerst is er een kort voorstel tot afwijzing (9 april), daarna een vraag naar de reden (16 april).
* Tragiek: De laatste aantekening van 20 april 1943 maakt het dossier definitief gesloten. De reden voor het "opbergen" van het verzoek is niet een beleidsmatige afwijzing, maar het feit dat de aanvrager "reeds doorgezonden naar Westerbork" is. De administratie stopt simpelweg omdat de persoon in kwestie is weggevoerd. Dit document vormt een indringend bewijsstuk van de Holocaust in Amsterdam. Salomon Lewin (geboren in 1898) probeerde in het voorjaar van 1943 blijkbaar nog een legaal inkomen te verwerven binnen de beperkingen van de Jodenvervolging.

De datum van de laatste aantekening, 20 april 1943, valt exact in de periode van de grote deportaties uit Amsterdam. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) is bekend dat Salomon Lewin inderdaad via Westerbork is gedeporteerd. Hij is op 23 april 1943 — slechts drie dagen na de laatste aantekening op deze brief — vermoord in vernietigingskamp Sobibor. De brief laat zien hoe de gemeentelijke bureaucratie en de deportatiemachine van de nazi's in elkaar grepen.

Samenvatting

  • Vorm en toon: De brief is geschreven in de uiterst formele, onderdanige stijl die gebruikelijk was voor officiële correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. Lewin spreekt over zichzelf in de derde persoon als "ondergetekende".
  • Onderwerp: De schrijver vraagt een standplaats aan op een van de "Joodsche markten". Dit verwijst naar de segregatie die door de Duitse bezetter was opgelegd: Joden mochten alleen nog op speciaal aangewezen markten handelen en hun boodschappen doen.
  • Administratief proces: De brief toont de koude bureaucratie van het oorlogsbestuur. Eerst is er een kort voorstel tot afwijzing (9 april), daarna een vraag naar de reden (16 april).
  • Tragiek: De laatste aantekening van 20 april 1943 maakt het dossier definitief gesloten. De reden voor het "opbergen" van het verzoek is niet een beleidsmatige afwijzing, maar het feit dat de aanvrager "reeds doorgezonden naar Westerbork" is. De administratie stopt simpelweg omdat de persoon in kwestie is weggevoerd.

Historische Context

Dit document vormt een indringend bewijsstuk van de Holocaust in Amsterdam. Salomon Lewin (geboren in 1898) probeerde in het voorjaar van 1943 blijkbaar nog een legaal inkomen te verwerven binnen de beperkingen van de Jodenvervolging.

De datum van de laatste aantekening, 20 april 1943, valt exact in de periode van de grote deportaties uit Amsterdam. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) is bekend dat Salomon Lewin inderdaad via Westerbork is gedeporteerd. Hij is op 23 april 1943 — slechts drie dagen na de laatste aantekening op deze brief — vermoord in vernietigingskamp Sobibor. De brief laat zien hoe de gemeentelijke bureaucratie en de deportatiemachine van de nazi's in elkaar grepen.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Agsteribbe Waterlooplein
A. Geboorte Waterlooplein
A. Berclou Waterlooplein
A. Boeken Waterlooplein
A. David Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein
A. Goslau Waterlooplein
A. Groenteman Waterlooplein
A. Groenteman Waterlooplein
A. Hagenaar Waterlooplein
A. Hamel Waterlooplein
A. Lisser Uilenburg
A. Locher Uilenburg
A. Locher Uilenburg
Aron Lopes Dias Uilenburg
A. Melhado Uilenburg
A. van Gelder Uilenburg
A. Mok Uilenburg
A. Morpurgo Uilenburg
A. Nikkelsberg Uilenburg
A. Nikkelsberg Uilenburg
A. Polak Uilenburg
A. Prins Uilenburg
A. Roodveldt Uilenburg
A. Roodveldt Uilenburg
A. Sloves Uilenburg
A.S.Noach Uilenburg
A. Snoek Uilenburg
A. Stoppelman Uilenburg
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6