Archiefdocument
Origineel
25 juni 1943 De Directeur (waarschijnlijk van een gemeentelijke marktdienst of distributiedienst). 20/17/1 M. 1 25 Juni 1943. VD/SV.
Kennisgeving inzake
marktverkoop.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
============
Naar aanleiding van de bespreking,
welke ik met U heb gehad inzake den verkoop van
broodjes, koek e.d. op de markten heb ik de eer
U in bijlage dezes een concept kennisgeving te
doen toekomen, welke ik aan het marktpersoneel,
ten vervolge op mijn kennisgeving van 1 dezer
No.153, welke ik U eveneens hierbij voor de goede
orde toekomen, zal zenden.
Wanneer U aan den inhoud van deze
kennisgeving Uw goedkeuring kunt hechten, gelieve
U haar, voorzien van Uw paraaf, weder aan mij te
doen toekomen.
De Directeur, Dit document is een formele ambtelijke brief uit de Tweede Wereldoorlog. De directeur van een niet nader genoemde dienst (vermoedelijk de Marktdienst) legt een concept-kennisgeving voor aan de verantwoordelijke wethouder.
De kern van de brief is de regulering van de verkoop van etenswaren zoals broodjes en koek op de lokale markten. Er wordt gerefereerd aan een eerdere kennisgeving van 1 juni 1943 (No. 153), wat wijst op een actieve bijsturing van de marktregels in die periode. De directeur vraagt om een 'paraaf' van de wethouder als teken van goedkeuring voordat de instructies naar het marktpersoneel worden gestuurd. Het taalgebruik is typisch voor die tijd: formeel, met archaïsche naamvallen ("den verkoop", "bijlage dezes") en een strikte hiërarchische toon. Ten tijde van deze brief (juni 1943) was Nederland bezet door nazi-Duitsland. De voedselvoorziening was een kritieke en streng gecontroleerde zaak. Alles wat met levensmiddelen te maken had, viel onder een strikt distributiesysteem met bonkaarten en maximumprijzen om zwarte handel tegen te gaan en de schaarse middelen te verdelen.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een sleutelfiguur in het lokale bestuur die moest toezien op de naleving van deze regels. Dat er specifieke kennisgevingen nodig waren voor de verkoop van "broodjes en koek" op de markt, duidt erop dat de autoriteiten zelfs de kleinste details van de voedselverkoop probeerden te beheersen om de schaarste te managen en illegale verkoop buiten de distributie om te voorkomen. Het document illustreert de bureaucratische werkelijkheid van het dagelijks leven onder de bezetting.