Archief 745
Inventaris 745-401
Pagina 174
Dossier 29
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtelijke brief/kennisgeving.

16 augustus 1943. Van: De waarnemend (wnd.) Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten).

Origineel

Ambtelijke brief/kennisgeving. 16 augustus 1943. De waarnemend (wnd.) Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten). [Handgeschreven bovenin:] v. d. Reus(?)
[Handgeschreven bovenin:] Gerkutler(?)
[Handgeschreven:] Verzonden 17/8

VB/SV
20/18/4 M.

16 Augustus 1943.

Opheffing Joodsche
markten.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,

A l h i e r.

[Handgeschreven in de kantlijn:] 20/35-17.42

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat in opdracht van den Wirtschaftsreferent bij het "Büro für den Beauftragten für die Stadt Amsterdam", den heer A. Combault, met ingang van 9 Augustus 1943 de Joodsche markten, welke werden gehouden in de speeltuinen op het Waterlooplein en in de Gaaspstraat, zijn opgeheven. Genoemde markten zijn ingevolge Besluit van den Burgemeester d.d. 8 Januari 1943 no. 1055 L.M. 1942 met ingang van 1 Januari jl. onder andere aangewezen als tijdelijke hulpmarkten van de algemeene dagmarkt voor den tijd van ten hoogste één jaar, derhalve tot en met 31 December aanstaande.

Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat bij Besluit van den Burgemeester bovengenoemd Besluit wordt gewijzigd in dier voege, dat de onder 1. A VIII genoemde tijdelijke hulpmarkten van de algemeene dagmarkt, welke werden gehouden in de speeltuinen op het Waterlooplein en in de Gaaspstraat, met ingang van 9 Augustus 1943 worden opgeheven.

Tevens moge ik U beleefd verzoeken Uw Ambtgenoot voor het Onderwijs hiervan mededeeling te doen, opdat deze Afdeeling op bovenvermelden datum weder over de vorenvermelde speeltuinen kan beschikken.

De Directeur,
wnd. Deze brief is een formeel bericht over het opheffen van de zogenaamde "Joodsche markten" in Amsterdam per 9 augustus 1943. De beslissing werd genomen in opdracht van de Duitse bezetter (de Wirtschaftsreferent). De markten waren gevestigd in speeltuinen aan het Waterlooplein en in de Gaaspstraat.

De schrijver verzoekt de wethouder om het eerdere besluit van de burgemeester uit januari 1943 officieel te laten wijzigen. Tevens wordt gevraagd de wethouder van Onderwijs in te lichten, zodat de speeltuinen die voor deze markten werden gebruikt, weer voor hun oorspronkelijke doel (onderwijs/recreatie) beschikbaar komen. Dit document stamt uit een gitzwarte periode in de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Sinds 1941 werden Joodse burgers door de bezetter steeds meer geïsoleerd van het openbare leven. Zij mochten geen gebruik meer maken van algemene markten, waarna er specifieke markten werden aangewezen waar uitsluitend Joden mochten kopen en verkopen.

De datum van deze brief, 16 augustus 1943, is veelzeggend. Tegen deze tijd was het overgrote deel van de Joodse bevolking van Amsterdam al gedeporteerd naar concentratie- en vernietigingskampen. De "opheffing" van deze markten markeert het punt waarop de bezetter de aanwezigheid van Joden in het Amsterdamse straatbeeld als nagenoeg "beëindigd" beschouwde. De locaties (speeltuinen) konden daarom weer worden teruggegeven aan de stad. De genoemde A. Combault was een Duitse functionaris die toezag op de economische uitsluiting en onteigening van Joden.

Samenvatting

Deze brief is een formeel bericht over het opheffen van de zogenaamde "Joodsche markten" in Amsterdam per 9 augustus 1943. De beslissing werd genomen in opdracht van de Duitse bezetter (de Wirtschaftsreferent). De markten waren gevestigd in speeltuinen aan het Waterlooplein en in de Gaaspstraat.

De schrijver verzoekt de wethouder om het eerdere besluit van de burgemeester uit januari 1943 officieel te laten wijzigen. Tevens wordt gevraagd de wethouder van Onderwijs in te lichten, zodat de speeltuinen die voor deze markten werden gebruikt, weer voor hun oorspronkelijke doel (onderwijs/recreatie) beschikbaar komen.

Historische Context

Dit document stamt uit een gitzwarte periode in de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Sinds 1941 werden Joodse burgers door de bezetter steeds meer geïsoleerd van het openbare leven. Zij mochten geen gebruik meer maken van algemene markten, waarna er specifieke markten werden aangewezen waar uitsluitend Joden mochten kopen en verkopen.

De datum van deze brief, 16 augustus 1943, is veelzeggend. Tegen deze tijd was het overgrote deel van de Joodse bevolking van Amsterdam al gedeporteerd naar concentratie- en vernietigingskampen. De "opheffing" van deze markten markeert het punt waarop de bezetter de aanwezigheid van Joden in het Amsterdamse straatbeeld als nagenoeg "beëindigd" beschouwde. De locaties (speeltuinen) konden daarom weer worden teruggegeven aan de stad. De genoemde A. Combault was een Duitse functionaris die toezag op de economische uitsluiting en onteigening van Joden.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Agsteribbe Waterlooplein
A. Geboorte Waterlooplein
A. Berclou Waterlooplein
A. Boeken Waterlooplein
A. David Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein
A. Goslau Waterlooplein
A. Groenteman Waterlooplein
A. Groenteman Waterlooplein
A. Hagenaar Waterlooplein
A. Hamel Waterlooplein
A. Lisser Uilenburg
A. Locher Uilenburg
A. Locher Uilenburg
Aron Lopes Dias Uilenburg
A. Melhado Uilenburg
A. van Gelder Uilenburg
A. Mok Uilenburg
A. Morpurgo Uilenburg
A. Nikkelsberg Uilenburg
A. Nikkelsberg Uilenburg
A. Polak Uilenburg
A. Prins Uilenburg
A. Roodveldt Uilenburg
A. Roodveldt Uilenburg
A. Sloves Uilenburg
A.S.Noach Uilenburg
A. Snoek Uilenburg
A. Stoppelman Uilenburg
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6