Conceptbrief of ambtelijke notitie.
Origineel
Conceptbrief of ambtelijke notitie. (Linkerbovenhoek)
onderwerp:
opheffing Joodsche
markten
(Middenboven)
20/2011 M. 4 dvm. (met rode streep onderstreept)
(Rechterbovenhoek)
W. C. M.
(Hoofdtekst)
Hiermede heb ik de eer U te berichten,
dat in opdracht van den Wirtschaftsreferent bij het
„Büro für den Beauftragten für die Stadt Amster-
dam”, de heer A. Gaasterland, met ingang
van 9 Augustus 1940 de joodsche markten,
welke werden gehouden in de speeltuin op
het Waterlooplein en in de Gaaspstraat, zijn opgeheven.
Genoemde markten waren ingevolge besluit van den
B. en W. d.d. 8 Januari 1940 (no. 1055 L. 17. 1942
(Marginale notitie links)
m.i.v. 1 jan. j.l.
(Vervolg hoofdtekst)
o.a.) aangewezen als tijdelijke hulpmarkt op
de algemeene dagmarkt voor den tijd van ten
hoogste één jaar, derhalve tot 31 December a.s.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken,
wel te willen bevorderen, dat bij besluit van den B. en W.?
bovengenoemd besluit wordt gewijzigd in dier
voege, dat de ~~tijdelijke hulpmarkt~~ onder
--- Dit document is een ambtelijk concept waarin de formele beëindiging van de 'Joodsche markten' op het Waterlooplein en in de Gaaspstraat wordt vastgelegd.
Kernpunten:
1. Gezagsverhouding: De tekst laat duidelijk zien dat de beslissing door de Duitse bezetter (de Wirtschaftsreferent) is opgelegd aan het Amsterdamse stadsbestuur.
2. Locaties: Het betreft markten die gevestigd waren in de speeltuin bij het Waterlooplein en in de Gaaspstraat (in de Rivierenbuurt, waar veel Joodse Amsterdammers woonden).
3. Administratieve afwikkeling: Hoewel de markten feitelijk al in augustus 1940 werden opgeheven door de Duitsers, probeert de schrijver de Amsterdamse regelgeving (besluiten van Burgemeester en Wethouders) hierop aan te passen om de administratie 'sluitend' te maken.
4. Termijn: De markten waren oorspronkelijk bedoeld als tijdelijke 'hulpmarkten' voor de duur van één jaar.
--- Dit document bevindt zich op het snijvlak van de vroege bezettingsjaren en de toenemende isolatie van de Joodse bevolking in Amsterdam.
- Büro für den Beauftragten: Dit was het kantoor van Hans Böhmcker, de Duitse afgevaardigde die toezicht hield op het Amsterdamse gemeentebestuur.
- Segregatie: De Joodse markten werden in eerste instantie (januari 1940, dus nog vóór de invasie) deels als reguliere marktvoorziening gezien, maar na de inval in mei 1940 werden ze door de bezetter gebruikt als instrument voor segregatie.
- A. Gaasterland: Arnold Gaasterland was een prominente ambtenaar (directeur van de Markthallen) die tijdens de bezetting een complexe rol speelde in de uitvoering van de verordeningen met betrekking tot de markthandel.
De doorhalingen onderaan de pagina suggereren dat de schrijver nog worstelde met de exacte juridische formulering om het eerdere besluit van B&W formeel in overeenstemming te brengen met de Duitse bevelen.