Archiefdocument
Origineel
Den Haag, 10 juni 1943 (verzonden); Amsterdam, 24 juli 1943 (doorsturing). Winterhulp Nederland, Afdeeling Loterij (namens H.J.G. Meulenbeld). De Burgemeester van Amsterdam. Ind. 24/7 1943 No. 1223 Bel.Pr.
Nederlandsche Volksdienst Den Haag, 10 Juni 1943
Telefoon Benoordenhoutscheweg 7.
Postgiro
Winterhulp Nederland
Telefoon
Postgiro
M/JP
Afdeeling Loterij
Aan
den Heer Burgemeester
van Amsterdam
Heden ontving ik bericht van den Leider van ons bijkantoor
te Amsterdam, dat, na een verkoop van ruim 2.000 loten, het opstellen
van en werken met een Winterhulp Loterij apparaat op het Leidsche
Plein van politiewege werd verboden en stopgezet.
Gezien de belangstelling, welke op dit punt voor de Winter-
hulploterij bij het publiek blijkt te bestaan, calculeer ik de
inkomstenderving ten behoeve onzer Stichting door dit verbod op plm.
f. 2500.- per dag, een groot bedrag dus, hetwelk anders aan de
Gemeenschap ten goede zou komen. Na een ingesteld onderzoek blijkt mij
dat er bij het opstellen dezer apparaten een misverstand tusschen mij
en den Leider van ons bijkantoor Amsterdam heeft bestaan. Uit inge-
sloten copie-schrijven mijnerzijds, gericht aan den Heer Directeur
der G.E.B. te Amsterdam, moge U blijken, dat ik in de veronderstelling
verkeere, dat in eerste instantie U vergunning had verleend voor het
plaatsen van een apparaat op de betreffende punten:
Nieuwe Markt ~~Leidsche Plein~~ Amstelveld
Haarlemmerplein Ten Catestraat
Dit blijkt niet het geval te zijn geweest en thans kan ik
mij het ingrijpen der Politie begrijpen. Nochtans blijkt mij, dat bij
de vorige Loterij voor de betreffende punten wel een vergunning
tot het opstellen van een Loterijapparaat op de betreffende punten
heeft bestaan, doch dat deze vergunning is verloopen en niet op-
nieuw is aangevraagd, omdat destijds op deze punten geen loonende
verkoop mogelijk bleek te zijn. Geheel buiten verwachting is zulks thans
wel weer het geval en ik zou U dan ook zeer beleefd willen verzoeken,
zoo mogelijk vóór de voor ons immer gunstige Pinksterdagen, de
vergunning van het vorige jaar ook voor de Loterij 1943 te willen
continueeren.
Ik moet U er nog speciaal op attent maken dat de apparaten,
hoewel electrisch, volkomen geruischloos zijn en dat er ook geen
geluidsversterker zal worden gebruikt.
Voor Uwe medewerking in deze zeg ik U bij voorbaat hartelijk
dank.
WINTERHULP NEDERLAND
De Leider voor de Financiën
w.g. H.J.G. Meulenbeld.
No. 20/19/1 M. 1943 27/7
No.1223 Bel.P.
De Directeur der Gemeentebelastingen heeft de eer
deze stukken te doen toekomen aan den Heer Directeur
van het Marktwezen met verzoek om advies.
Amsterdam, 24 Juli 1943. De brief is een formeel verzoek van Winterhulp Nederland (WHN) aan de burgemeester van Amsterdam. De kern van de zaak is dat de politie een loterijapparaat op het Leidseplein heeft verwijderd omdat de juiste vergunningen ontbraken. De afzender, Meulenbeld, probeert de situatie te redden door te wijzen op een "misverstand" en de aanzienlijke gederfde inkomsten (2500 gulden per dag) die anders "de Gemeenschap" ten goede zouden komen.
Opvallend is de handgeschreven correctie waarbij 'Leidsche Plein' is doorgestreept en vervangen door 'Amstelveld', wat suggereert dat men de locaties wilde wijzigen of verduidelijken na het politie-ingrijpen. Ook wordt benadrukt dat de apparaten "geruischloos" zijn, waarschijnlijk om bezwaren over geluidsoverlast voor te zijn. De ambtelijke afwikkeling onderaan de brief laat zien dat het verzoek pas ruim een maand later (24 juli) door de afdeling Gemeentebelastingen werd doorgestuurd voor advies, wat kan duiden op bureaucratische traagheid. Winterhulp Nederland was een nationaalsocialistische hulporganisatie, opgericht in 1940 door de Duitse bezetter naar model van de Duitse Winterhilfswerk. Hoewel het zich presenteerde als een algemene liefdadigheidsinstelling voor alle Nederlanders, werd het door een groot deel van de bevolking gewantrouwd en geboycot omdat het een instrument was van de bezetter en de NSB.
De financiering van WHN kwam grotendeels uit collectes en grootschalige loterijen. Deze brief biedt een inkijkje in de logistieke en juridische inspanningen die nodig waren om deze loterijen in de publieke ruimte te exploiteren. De genoemde "Pinksterdagen" waren commercieel belangrijk vanwege de grote mensenmassa's op straat. Het document illustreert hoe organisaties gelieerd aan de bezetter gebruikmaakten van bestaande gemeentelijke structuren om hun doelen te bereiken.