Officieel afschrift van een strafoplegging door het gemeentebestuur van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een strafoplegging door het gemeentebestuur van Amsterdam. 21 september 1943. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte). No. 20/20/7^a M. 1943 23/9
No. 694 L.M. '43
Afschrift
Markt 193.
21 September 1943.
[Handgeschreven parafen/aantekeningen: den 21/9 en een onleesbare krabbel]
S t r a f
Ik deel U mede te hebben besloten, om U voor onbepaalden tijd het recht te ontnemen een plaats op een der markten alhier in te nemen, aangezien U zich hebt schuldig gemaakt aan het op de markt verkoopen van koek, resp. gebak etc. zonder bon.
vM
De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) Voute
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [stempel]
Aan
den heer W.J. Stern, Tollensstraat 76 II
" " P. Ronner, Alb. Cuypstr. 123
Mw. C.M. Valk-Both, Westerstraat 252 III
" J. Rotgans-den Herder, 3e Kattenb. dw. str. 16 III
" J.F. Moelee-Boekelman, Commelinstr. 48 III
" H.E. Sponsee-v. Ekelen, Dapperstr. 20 II
den heer J.M. Hijstek, Barndesteeg 18 Dit document is een collectieve strafmaatregel gericht aan zeven marktkooplieden in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De straf behelst een verbod voor onbepaalde tijd om op de markt te staan.
De reden voor deze zware maatregel is de verkoop van koek en gebak "zonder bon". Tijdens de bezetting was vrijwel al het voedsel op de bon (rationering). Verkoop buiten dit systeem om werd beschouwd als een economisch delict en handel op de zwarte markt, wat door de bezettende macht en de collaborerende overheid streng werd bestraft om de controle over de voedselvoorraden te behouden.
Opvallend is dat de lijst met namen zowel mannen ("den heer") als vrouwen ("Mw.") bevat, afkomstig uit verschillende wijken in Amsterdam (onder andere de Jordaan, Oud-West en de Dapperbuurt). Dit suggereert een gecoördineerde controleactie door de marktpolitie. Ten tijde van dit schrijven (september 1943) stond Amsterdam onder het bestuur van burgemeester Edward John Voûte, die door de Duitse bezetters was aangesteld. Voûte was geen lid van de NSB, maar toonde zich zeer meegaand met de instructies van de bezetter.
Het handhaven van de distributiewetten was cruciaal voor de bezetter om schaarste te beheersen en de zwarte handel te onderdrukken. Voor marktkooplieden betekende de ontzegging van een standplaats "voor onbepaalden tijd" feitelijk een beroepsverbod en het verlies van hun enige bron van inkomsten. De adressen op de lijst (zoals de Albert Cuypstraat en de Dapperstraat) zijn nog steeds locaties van bekende Amsterdamse markten.