Archiefdocument
Origineel
30 december 1943. [Linksboven stempel:] No. 20/20/16 M. 1943 [daarboven handgeschreven 'd', daarnaast '17/1']
[Rechtsboven handgeschreven:] Marktw. 719
No.1051 L.M.1943. Straf marktkooplieden.
[handgeschreven in rood/blauw potlood:] 17-1-44 [gevolgd door parafen]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam
Donderdag 30 December 1943.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch-
en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit
genomen:
De Burgemeester van Amsterdam:
Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den
Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende
bijzondere maatregelen op administratiefrechtelijk gebied (Verorde-
ningenblad voor het bezette Nederlandsche gebied, Stuk 33, No.152
Gemeenteblad 1941, afdeeling 4, volgno.517):
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het
Marktwezen dd. 17 December 1943 No.20/20/16b;
Gelet op art.39 van het Reglement op de Markten;
**B e s l u i t :**
den termijn van veertien dagen, gedurende welken de Directeur van
het Marktwezen het recht tot het innemen van een plaats op een der
markten heeft ontnomen aan N.van der Waals en K.J.Landzaat, aange-
zien zij op de dagmarkt in de Dapperstraat gebak hebben verkocht,
zonder daarvoor distributiebons in te nemen, met ingang van 31 De-
cember met vier maanden te verlengen, aldus tot en met 30 April
1944.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeeling
Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen
(3 stuks).
H Voor eensluidend extract,
W [handgeschreven paraaf] de Gemeentesecretaris,
**(get.) J. F. FRANKEN** Dit document is een officieel extract van een burgemeestersbesluit uit de oorlogsperiode (1943). Het legt een zware administratieve sanctie op aan twee marktkooplieden.
De kernpunten zijn:
* De Overtreding: De kooplieden hebben "gebak" verkocht op de Dappermarkt zonder de verplichte distributiebons in te nemen. Tijdens de bezettingsjaren was dit een ernstig economisch vergrijp, omdat het de officiële rantsoenering en de controle op de voedselvoorziening omzeilde.
* De Strafmaat: De straf is aanzienlijk. Een aanvankelijke schorsing van 14 dagen wordt verlengd naar vier maanden. In feite betekent dit een beroepsverbod voor de wintermaanden en het vroege voorjaar van 1944.
* Bestuurlijke Context: Het besluit is getekend door de gemeentesecretaris namens de burgemeester, maar stoelt juridisch op een verordening van de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart). Dit toont aan hoe het lokale Amsterdamse bestuur fungeerde als uitvoeringsorgaan van de bezettingswetgeving. In 1943 was de voedselschaarste in bezet Nederland groot en het distributiestelsel zeer strikt. De overheid probeerde met harde hand de 'zwarte handel' en verkoop buiten de bonnen om te onderdrukken. De Dappermarkt was een vitale plek voor de voedselvoorziening in Amsterdam-Oost.
De burgemeester in deze periode was Edward Voûte, een door de Duitsers benoemde burgemeester die bekend stond om zijn meegaande houding tegenover de bezetter. Dergelijke documenten in de archieven van het Marktwezen illustreren de dagelijkse repressie en de juridische middelen die werden ingezet om de bevolking en de handel onder controle te houden. De afkorting "L.M." in het dossiernummer staat voor "Levensmiddelen", de afdeling die toezag op alles wat met de voedselketen te maken had.