Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven kanttekeningen. 4 januari 1944. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-dienst). [Linksboven, getypt:]
20/20/20c.M.
1
[Bovenaan, handgeschreven in paarse inkt:]
Verzonden 7/1 ex. von insp.
SV
[Rechtsmidden, getypt:]
4 Januari 1944.
[Adres, gecentreerd:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
[Inhoud:]
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen toekomen, af-
schrift van een rapport op 29 December 1943 opgemaakt door
een ambtenaar van mijn dienst, waaruit blijkt, dat J.M. Boekel-
man, geboren 30 Augustus 1873, wonende Oude Schans 20, alhier,
A.E. Jasterhoudt, geboren 2 November 1904, wonende Hazenstraat
51/II, alhier en Mevrouw D.E. van Meereveld-Metsemakers, ge-
boren 20 October 1893, wonende Molensteeg 8/1, alhier zich
hebben schuldig gemaakt aan overtreding van de distributievoor-
schriften, namelijk het verkoopen van gebak zonder bon.
Op grond hiervan heb ik J.M. Boekelman, A.E. Jasterhoudt en
Mevrouw D.E. van Meereveld-Metsemakers voornoemd met ingang van
Donderdag 6 Januari 1944 het recht ontzegd om gedurende 14
dagen een plaats op een der markten te dezer stede in te nemen.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen be-
vorderen, dat in aansluiting op mijn straf genoemde kooplieden
bij Besluit van den Burgemeester het recht tot het innemen van
een plaats op een der markten hier ter stede voor den tijd van
4 maanden wordt ontnomen, op grond van het bepaalde in artikel
39 van het Reglement op de Markten en wel met ingang van Donder-
dag 20 Januari 1944.
De Directeur, Het document is een ambtelijke correspondentie tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Directeur van een gemeentelijke dienst (waarschijnlijk Marktwezen) rapporteert aan de Wethouder voor de Levensmiddelen over een overtreding van de distributiewetten.
Drie marktkooplieden (J.M. Boekelman, A.E. Jasterhoudt en D.E. van Meereveld-Metsemakers) worden beschuldigd van het verkopen van gebak zonder de vereiste distributiebonnen. De Directeur heeft hen reeds een voorlopig marktverbod van 14 dagen opgelegd. In deze brief verzoekt hij de Wethouder om bij de Burgemeester te bepleiten dit verbod te verlengen naar een periode van vier maanden, conform het Marktreglement.
De tekst bevat specifieke persoonsgegevens zoals geboortedata en adressen (Oude Schans, Hazenstraat, Molensteeg), wat duidt op locaties in het centrum van Amsterdam. In januari 1944 was de voedselschaarste in het bezette Nederland nijpend. Het distributiestelsel was essentieel om de schaarse goederen zo eerlijk mogelijk te verdelen en de zwarte handel te bestrijden. Overtredingen, zoals verkoop "zonder bon", werden door de autoriteiten (zowel de Nederlandse collaborerende ambtenarij als de bezetter) zeer zwaar opgenomen omdat dit de gecontroleerde voedselvoorziening ondermijnde.
De burgemeester van Amsterdam in deze periode was de NSB'er Edward Voûte. Dergelijke administratieve straffen bovenop strafrechtelijke vervolging waren gebruikelijk om de orde op de markten te handhaven. De handgeschreven notitie "Verzonden 7/1" geeft aan dat de brief drie dagen na datering daadwerkelijk is verstuurd. De afkorting "ex. von insp." zou kunnen staan voor "exemplaar voor inspectie". A.E. Jasterhoudt D.E. van Meereveld J.M. Boekel J.M. Boekelman Marktwezen NSB