Afschrift van een ambtelijk rapport (proces-verbaal).
Origineel
Afschrift van een ambtelijk rapport (proces-verbaal). Behoort bij brief 20/20/23a'43M. d.d. 18 Januari 1944
aan den Heer Inspecteur van de Prijsbeheersching van den
Directeur van het Marktwezen.
A F S C H R I F T
RAPPORT.
Dienst van het Marktwezen
Amsterdam.
Ondergeteekende, J.H.de Grebber, Ambtenaar bij het Marktwezen, rapporteert U het navolgende:
Hedenmiddag, Dinsdag 28 December 1943, bevond ik mij ter controle op de dagmarkt "Ten Katestraat" alhier. Ik zag aldaar, dat door een man een standplaats was ingenomen voor den verkoop van appelen. Op zijn uitstalling had hij een kist appelen staan. Op deze appelen (goudrenetten) was een bord geplaatst met opschrift: "VOOR OUDE KLANTEN, 13e PERIODE". Deze appelen zouden dus bestemd zijn voor vaste klanten. Zij waren echter niet geprijsd. Ik constateerde, dat hij de appelen aan het publiek verkocht tegen den prijs van f. 2,50 per kg. De maximumprijs voor goudrenetten bedroeg dien dag f. 0,68 per kg.
De hierboven bedoelde persoon gaf mij desgevraagd op te zijn genaamd:
Bertus Hendrikus Blankenstijn,
geboren te Amsterdam, 11 Januari 1925, van beroep groentehandelaar en wonende te Amsterdam, Marco Polostraat no.246, 2e etage en verklaarde mij: "Ik beken, dat ik zoo juist goudrenetten heb verkocht tegen den prijs van f. 2,50 per kg. Ik heb deze appelen buiten de Centrale Markt om zelf ingekocht tegen den prijs van f. 2.- per kg. Het bordje met opschrift "voor oude klanten 13e periode" heb ik er maar voor camouflage op gezet. Ik heb dan niet zoo gauw last van controleurs of Politie. Ik sta met toestemming van mijn vader op zijn marktplaats. Ik ben in dienst van mijn vader en ben in het bezit van een geldige toegangskaart van de Centrale Markt KP 4474".
Ik, rapporteur, heb Blankenstijn Proces-verbaal aangezegd terzake overtreding van artikel 6 van het Prijsbeheerschingsbesluit, juncto artikel 1 van de Prijzenbeschikking 1941 groenten, fruit en vroege aardappelen. De appelen zijn door mij tegen de maximumprijs 68 cent ter plaatse aan het publiek verkocht.
Bertus Tinus Gerardus Blankenstijn (Vader) is in het bezit van jaarkaart voor een vaste standplaats op de Ten Katestraat (no.57).
Waarvan dit rapport te Amsterdam op 28 December 1943.
De Ambtenaar van het Marktwezen voornoemd,
w.g. J.H.de Grebber.
Voor eensluidend afschrift:
De Directeur van het Marktwezen, * Overtreding: De verdachte, de 18-jarige Bertus Hendrikus Blankenstijn, verkocht goudrenetten (appels) voor f 2,50 per kilo, terwijl de wettelijk vastgestelde maximumprijs f 0,68 bedroeg. Dit is een prijsstijging van bijna 270% boven het toegestane tarief.
* Modus Operandi: De verdachte gebruikte een misleidend bordje met de tekst "Voor oude klanten, 13e periode". In zijn verklaring geeft hij ruiterlijk toe dat dit "camouflage" was om de aandacht van de prijscontroleurs en de politie af te leiden. Door te suggereren dat het om een gereguleerde distributie aan vaste klanten ging, hoopte hij de vrije (en illegale) verkoop tegen woekerprijzen te maskeren.
* Inkoop: De verdachte bekent de appels buiten de Centrale Markt om te hebben ingekocht voor f 2,00 per kilo. Dit duidt op handel in het illegale circuit (zwarte handel), aangezien de inkoopprijs al ver boven de toegestane verkoopprijs lag.
* Sanctie ter plaatse: Opvallend is dat de ambtenaar de partij appels direct "ter plaatse" tegen de officiële maximumprijs van 68 cent aan het publiek heeft laten verkopen. Dit was een gebruikelijke methode om direct in te grijpen in de marktwerking en de zwarte handel te ontmoedigen. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode heerste er door schaarste een strikt distributiesysteem en waren prijzen van levensmiddelen aan strenge banden gelegd via de Prijsbeheersching.
De zwarte handel tierde welig omdat de officiële rantsoenen vaak ontoereikend waren, maar de straffen op prijsopdrijving waren zwaar. De "Ten Katemarkt" in Amsterdam-West was (en is) een centrale plek voor de voedselvoorziening van de stad. Het feit dat een jonge twintiger (destijds nog minderjarig volgens de wet) de handel van zijn vader overnam of ondersteunde, was typerend voor de overlevingsstrategieën van die tijd. De verwijzing naar de "Centrale Markt" (het huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) onderstreept het belang van de gereguleerde aanvoerlijnen die de bezetter probeerde te controleren. J.H. de Grebber Marktwezen Politie