Handgeschreven verzoekschrift aan een overheidsinstantie (waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen).
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift aan een overheidsinstantie (waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen). G. L. Wolkers, woonachtig aan de Haarlemmerdijk 33-II, [Amsterdam/Schie?]. De "Wel Edele Heer Directeur" (waarschijnlijk van het Marktwezen). No. 20/29/1 M. 1943 25/9 [Stempel]
206. [Rechtsboven]
Wel Edele Heer Directeur
Zoo had ik een vriendelijk verzoek aan u en dit is deze. Daar een persoon genaamd vermoedelijk Evergeding want persies weet ik zijn naam niet maar dat weet de Marktmeester wel. En die persoon staat niet meer op de markt. En nu is met 1 October zijn plaats afgelopen want hij had een maandplaats. En nu sta ik al ongeveer 4 weken op zijn plaats en heeft die dagelijks betaald. Maar nu zei de Marktmeester als dat ik naar de Markthalle moest gaan om te vragen of ik die plaats kon krijgen. Maar nu was ik 24 september daar en kreeg de boodschap mee als dat ik u persoonlijk moest schrijven. Zoo hoop ik dat u zoo goed wilt zijnen mij de plaats maandelijks te willen geven. Daar ik een textiel vergunning heeft want die heeft de marktmeester op geschreven.
Bijvoorbaat mijn Dank.
U. D. W. dienaar.
G. L. Wolkers.
Haarlemmerdijk 33 II
Schie [mogelijk verwijzing naar een wijk of achternaam echtgenote]
[Administratieve aantekeningen onderaan:]
Oproepen welke markt. 29/9.
Onge... 8/10 '43. AB.
Kan voor een vaste plaats in aanmerking komen. 11/10 '43.
Onge... 18/10 '43. AB.
Vaste plaats uitgereikt per 1 Nov. 1943. Ontvangen HB 18/10 '43. In deze brief verzoekt de heer G. L. Wolkers om een vaste "maandplaats" op de markt over te nemen. De vorige houder (mogelijk genaamd Evergeding) is gestopt. Wolkers geeft aan dat hij de betreffende plek al vier weken bezet op basis van dagbetaling.
Opvallende elementen in de tekst:
* Taalgebruik: De brief is geschreven in een eenvoudige, soms grammaticaal incorrecte stijl ("persies", "heeft" in plaats van "heb", "wand" in plaats van "want"). Het getuigt van een burger die zich formeel tot een autoriteit wendt ("Wel Edele Heer", "U. D. W. dienaar").
* Handelswaar: De schrijver vermeldt expliciet dat hij in het bezit is van een "textiel vergunning". In 1943 (tijdens de bezettingsjaren) was de handel in textiel strikt gereguleerd vanwege schaarste en distributiebonnen.
* Procedure: De bureaucratische gang van zaken is zichtbaar: de marktmeester verwijst de aanvrager naar de markthal, die hem vervolgens verplicht een schriftelijk verzoek in te dienen bij de directeur. Dit document stamt uit september/oktober 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was het marktwezen van groot belang voor de voedsel- en goederenvoorziening, maar tegelijkertijd onderworpen aan strenge controles.
De Haarlemmerdijk wijst op een Amsterdamse context. De administratieve notities onderaan de brief tonen aan dat de ambtelijke molen destijds relatief snel werkte: binnen drie weken na de aanvraag (van 25 september tot 11 oktober) werd besloten dat Wolkers voor een vaste plaats in aanmerking kwam. Per 1 november 1943 werd de plaats officieel aan hem toegewezen. Dergelijke documenten zijn waardevol voor sociaal-economisch onderzoek naar het dagelijks leven en de kleine middenstand tijdens de bezetting.