Brief / Verzoekschrift
Origineel
Brief / Verzoekschrift 29 september 1943 W. Klein, Utrecht Directeur van Marktwezen, Amsterdam No. 20/36/1 M. 1943 ^30/9^
(omcirceld: 245)
Utrecht 29 Sept: 43
^nv. Brug^
Aan den Directeur van Marktwezen
Jan van Galenstraat
Amsterdam
Weledele Heer
Ondergeteekende mocht beleefd verzoeken een vergunning te mogen ontvangen voor het bezoeken van diverse marktten in Amsterdam.
Demonstrateur van Galanterieen, bonloze artikelen.
Wellicht kan de mogelijkhei d gevonden worden dat het mij toegezonden wordt.
bij voorbaat dankend
met de meeste Hoogachting
W Klein
P. Lindestraat 19 bis
Utrecht
N.R. van het Persoonsbewijs
U/16/ No 058559
(Handgeschreven in de linker marge en onderaan:)
Losse plaats afgegeven.
per 14/10 '43
HS
Oproepen welke markt.
Ongvr. één dezer dagen.
8/10 '43 HS
d'Mar
(Handgeschreven rechtsonder:)
Th. Dijkema
v. Burg
accord
"aanw"
7/10 1943. Deze brief is een formeel verzoekschrift van W. Klein, woonachtig in Utrecht, aan de directeur van de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam. De schrijver verzoekt om een vergunning om als "demonstrateur van galanterieën" op de Amsterdamse markten te mogen staan. Specifiek vermeldt hij dat het gaat om "bonloze artikelen" (producten die buiten het distributiesysteem om verkocht mochten worden).
Het document bevat diverse administratieve sporen van de afhandeling door de Amsterdamse ambtenaren. In de marge is te lezen dat er een "losse plaats" is afgegeven op 14 oktober 1943. Ook is het nummer van het persoonsbewijs van de aanvrager genoteerd (U/16/ No 058559), wat in die tijd een standaardvereiste was voor officiële aanvragen. De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In 1943 was de schaarste aan goederen groot en vrijwel alle primaire levensbehoeften waren alleen met distributiebonnen verkrijgbaar. De handel in "bonloze artikelen" (zoals eenvoudige galanterieën: knopen, garen, kleine snuisterijen) was een van de weinige manieren waarop marktkooplieden nog relatief vrij handel konden drijven.
De Jan van Galenstraat in Amsterdam, waar de brief naartoe is gestuurd, was (en is) de locatie van de Centrale Markthallen. Het Marktwezen hield toezicht op de orde en de vergunningen voor de vele Amsterdamse straatmarkten, die tijdens de oorlog een cruciale rol bleven spelen in de voedselvoorziening en de handel in schaarse goederen. De vermelding van het persoonsbewijs herinnert aan de strikte controle die de bezetter en de Nederlandse bureaucreatie uitoefenden op de bewegingsvrijheid en economische activiteiten van de burgers. P. Lindestraat W. Klein Marktwezen
Samenvatting
Deze brief is een formeel verzoekschrift van W. Klein, woonachtig in Utrecht, aan de directeur van de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam. De schrijver verzoekt om een vergunning om als "demonstrateur van galanterieën" op de Amsterdamse markten te mogen staan. Specifiek vermeldt hij dat het gaat om "bonloze artikelen" (producten die buiten het distributiesysteem om verkocht mochten worden).
Het document bevat diverse administratieve sporen van de afhandeling door de Amsterdamse ambtenaren. In de marge is te lezen dat er een "losse plaats" is afgegeven op 14 oktober 1943. Ook is het nummer van het persoonsbewijs van de aanvrager genoteerd (U/16/ No 058559), wat in die tijd een standaardvereiste was voor officiële aanvragen.
Historische Context
De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In 1943 was de schaarste aan goederen groot en vrijwel alle primaire levensbehoeften waren alleen met distributiebonnen verkrijgbaar. De handel in "bonloze artikelen" (zoals eenvoudige galanterieën: knopen, garen, kleine snuisterijen) was een van de weinige manieren waarop marktkooplieden nog relatief vrij handel konden drijven.
De Jan van Galenstraat in Amsterdam, waar de brief naartoe is gestuurd, was (en is) de locatie van de Centrale Markthallen. Het Marktwezen hield toezicht op de orde en de vergunningen voor de vele Amsterdamse straatmarkten, die tijdens de oorlog een cruciale rol bleven spelen in de voedselvoorziening en de handel in schaarse goederen. De vermelding van het persoonsbewijs herinnert aan de strikte controle die de bezetter en de Nederlandse bureaucreatie uitoefenden op de bewegingsvrijheid en economische activiteiten van de burgers.