Typoscript (getypte brief) met handgeschreven aantekeningen en stempels.
Origineel
Typoscript (getypte brief) met handgeschreven aantekeningen en stempels. 29 september 1943. No. 20/44/1 M. 1943 5/6
[Handgeschreven:] 272
[Handgeschreven:] mw. hmp
[Handgeschreven:] mw-gu bezworn. 6-10-43 dekan [onleesbaar]
Hillegom 29 September 43
Aan den Wel Ed. Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam.
Wel Ed. Heer.
Van bevriende zijde vernam ik deze dagen, dat men zich aan moest melden, indien men er prijs op stelde in de toekomst in Amsterdam als marktkoopman in aanmerking te komen. Daar UEd weet, dat ik jaren achtereen iederen Maandag het Amstelveld heb bezocht, behalve de laatste jaren na beleving der relletjes aldaar, doch wel de Dapperstraat en de Ten Katestraat en ook een enkele keer de Lindengracht; is mijn beleefd verzoek ook hier voor in de toekomst in aanmerking te mogen komen, ik vroeg bewusten persoon, wat mag de reden zijn dat dit moet geschieden en deze sprak dat het volgens zijn idee ging om de knoeiers van de markt te weren, als dit werkelijk zóó is, dan juich ik deze maatregel toe, althans wat ons vak betreft, hierover kan ik het beste oordeelen, daar ik hiervan kennis heb, er wordt heel wat gelogen en mooi gepraat, doch dezulken denken de wereld is groot en men ziet zulke lui op alle markten, hetwelk zij door hun manier van optreden en afleveren als logisch gevolg verplicht zijn, ik heb mij van jongs af mij nimmer ingelaten met zulke praktijken, dus ben dat niet gewend, weleer was ik zelf bloembollenkweeker, doch de laatste 13 jaar markt koopman in bloembollen en planten en zaden, doch overal heb ik succes, hetwelk niet voortspruit uit een aardig babbeltje, over hetwelk ik niet te beschikken heb, doch wegens de goede kwaliteit der te verkoopen artikelen en goede inlichtingen te geven omtrent de behandeling, hetwelk op de markt zeer noodzakelijk is, dit heb ik in dit laatste seizoen nóg ondervonden met de verkoop van Amaryllis Hypeastrum te Hilversum, wat was dit jaar het geval; ik had deze vroeger steeds in koop van één mijner buren, welke met nog een andere buurman de beste Amaryllen kweeken, welke ter wereld bestaan, doch de voorraad was in den tijd van eenige dagen geheel uitverkocht, dit was voor mij een tegenvaller. iets later vernam ik In deze brief verzoekt een bloembollenhandelaar uit Hillegom om registratie voor de Amsterdamse markten. De tekst is kenmerkend voor de zakelijke correspondentie uit de jaren '40, met een sterke nadruk op beroepseer en vakmanschap.
De schrijver distantieert zich expliciet van "knoeiers" en "mooipraters" op de markt en benadrukt dat zijn succes voortkomt uit kwaliteit en goede voorlichting aan klanten, in plaats van uit "een aardig babbeltje". Opvallend is de vermelding van de verkoop van Amaryllis Hippeastrum (door de schrijver gespeld als "Hypeastrum") en de schaarste daarvan door de grote vraag. De brief breekt abrupt af aan het einde van de pagina. Het document dateert uit september 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de schaarste groot en stond de handel onder strikt toezicht van de bezetter en lokale overheden.
De "relletjes" op het Amstelveld waar de schrijver naar verwijst, kunnen duiden op de onrusten die vaker ontstonden bij markten door voedseltekorten of de deportatie van Joodse marktkooplieden, die vanaf 1941 van de markten werden geweerd. De nieuwe registratieplicht waar de brief over spreekt, was waarschijnlijk een maatregel van het Directoraat van het Marktwezen om de handel te reguleren en mogelijk ook om de "zwarte handel" (de "knoeiers") in te dammen. De brief biedt een inkijkje in hoe een bonafide handelaar probeerde zijn positie in de hoofdstad veilig te stellen in een economisch en politiek instabiele tijd.