Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen. H. Groen, Dijkstraat 45 I, Amsterdam. Vermoedelijk de administratie van het Marktwezen Amsterdam. [Stempel in paars:] No. 20/57/1 M. 1943 30/10 [30/10 is handgeschreven]
[In rood potlood:] 374
Mijnheer
hierby geef ik even een briefje
omtrent de Marktplaats die
ik altyd voor ~~te~~ heeft gehad
en die gaarne als vaste standplaats
zou willen betrekken op het oogenblik
kan ik hem niet betrekken om
dat ik ziek ben maar hem toch
wensch door te betalen zoo dat
de plaats voor myn open blyft
Hoog achten
H Groen
Dykstraat 45 I .
Amsterdam
[In ander handschrift, linkerzijde:]
Welke markt?
Th. Groen ?
[In ander handschrift, rechterzijde:]
Onbekend.
3/11 43.
[Paraaf/Handtekening]
[Onderaan:]
Omroepen voor nader onderzoek
Aanget. per 4 of 5/11 '43.
HB. [Paraaf]
[Rechtsonder:] y 5/11 * Taal en spelling: Het document is geschreven in het Nederlands met de voor die tijd gebruikelijke spelling (bijv. "altyd", "oogenblik", "myn", "blyft"). Er is sprake van een grammaticale imperfectie ("ik ... heeft gehad").
* Inhoud: De afzender, H. Groen, verzoekt de marktautoriteiten om zijn/haar vaste standplaats te mogen behouden tijdens ziekte. De afzender biedt uitdrukkelijk aan om het staangeld door te betalen om te voorkomen dat de plek aan een ander wordt vergeven.
* Ambtelijke verwerking: Uit de aantekeningen onder de brief blijkt dat de administratie niet direct weet om welke markt of welke specifieke vergunninghouder het gaat ("Welke markt?", "Onbekend"). Er wordt besloten om de persoon 'om te roepen' (mogelijk via de marktmeester ter plaatse) voor nader onderzoek. Dit document stamt uit oktober/november 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste groot en waren marktplaatsen cruciaal voor de distributie van goederen en het levensonderhoud van kleine handelaren. De strikte administratie (zoals blijkt uit de stempels en de opvolging binnen enkele dagen) duidt op de bureaucratische controle over de openbare ruimte en handel. De Dijkstraat, waar de afzender woonde, ligt in de Lastagebuurt (nabij de Nieuwmarkt), een gebied dat in die periode zwaar getroffen was door de wegvoering van de Joodse bevolking, al is uit dit specifieke document niet op te maken of de afzender of de kwestie een directe link heeft met de vervolging. Het document illustreert primair de dagelijkse overlevingsstrijd van een kleine zelfstandige tijdens de oorlogsjaren. H. Groen Marktwezen
Samenvatting
- Taal en spelling: Het document is geschreven in het Nederlands met de voor die tijd gebruikelijke spelling (bijv. "altyd", "oogenblik", "myn", "blyft"). Er is sprake van een grammaticale imperfectie ("ik ... heeft gehad").
- Inhoud: De afzender, H. Groen, verzoekt de marktautoriteiten om zijn/haar vaste standplaats te mogen behouden tijdens ziekte. De afzender biedt uitdrukkelijk aan om het staangeld door te betalen om te voorkomen dat de plek aan een ander wordt vergeven.
- Ambtelijke verwerking: Uit de aantekeningen onder de brief blijkt dat de administratie niet direct weet om welke markt of welke specifieke vergunninghouder het gaat ("Welke markt?", "Onbekend"). Er wordt besloten om de persoon 'om te roepen' (mogelijk via de marktmeester ter plaatse) voor nader onderzoek.
Historische Context
Dit document stamt uit oktober/november 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste groot en waren marktplaatsen cruciaal voor de distributie van goederen en het levensonderhoud van kleine handelaren. De strikte administratie (zoals blijkt uit de stempels en de opvolging binnen enkele dagen) duidt op de bureaucratische controle over de openbare ruimte en handel. De Dijkstraat, waar de afzender woonde, ligt in de Lastagebuurt (nabij de Nieuwmarkt), een gebied dat in die periode zwaar getroffen was door de wegvoering van de Joodse bevolking, al is uit dit specifieke document niet op te maken of de afzender of de kwestie een directe link heeft met de vervolging. Het document illustreert primair de dagelijkse overlevingsstrijd van een kleine zelfstandige tijdens de oorlogsjaren.