Archiefdocument
Origineel
19 november 1943. C. Priem, van beroep marktkoopman in ongeregelde goederen. Amsterdam 19 Nov. 43
No. 20/67/1 M. 1943 20/11
Weled Heer
C. Priem van beroep marktkoopman in
(ongeregelde goederen) verzoekt uwe hiermede
beleefd. Naardien ik doch geen inkomsten heb
of uwed. mijn verzoek tot een marktver-
gunning te willen bevredigen. Eenmaal heeft
uwe mijn verzoek afgewezen met reden
dat ik volgens uwe inzicht te weinig op de
markt sta. De oorzaak hiervan is het volgende
Maandags sta ik op de Noordermarkt en
Dinsdags op de Warenmarkt in den regel heb
ik daar geen handel meer over. En daar ik
speciaal op diverse veilings mijn handel in-
koop dat is dan Woensdags. en Donderdags.
Gebruik ik Vrijdag en Zaterdag om mijn handel
op te knappen en te repareeren Zoo doende is
de gansche week druk bezet. Mijn omzet
belasting bedroeg de laatste maand ƒ 6. Daar
ik 3 schoolgaande kinderen bezit zit ik nu
in zware moeilijkheden. En verzoek ik
uwed beleefd mijn nieuwe aanvrage
te bevredigen en goedgunstig te beslissen
bij voorbaat mijn oprechte dank
Goedgekeurd door Directeur.
Reg. krt. voor een losse Hoogachtend
plaats afgegeven voor C. Priem
Nieuwmarkt en Noordermarkt. Bellamystraat 95 huis
Opbergen. West
(HB) A. dam Dit document is een verzoekschrift waarin een Amsterdamse marktkoopman, C. Priem, bezwaar aantekent tegen de eerdere afwijzing van zijn marktvergunning. De reden voor de afwijzing was dat hij volgens de autoriteiten niet vaak genoeg op de markt verscheen.
De brief biedt een zeldzaam inkijkje in het wekelijkse werkschema van een kleine handelaar:
* Inkoop: Hij bezoekt op woensdag en donderdag veilingen om zijn voorraad "ongeregelde goederen" (tweedehands artikelen) aan te vullen.
* Onderhoud: De vrijdag en zaterdag zijn gereserveerd voor herstelwerkzaamheden aan de ingekochte spullen.
* Verkoop: Hij staat op maandag op de Noordermarkt en dinsdag op de Warenmarkt.
Priem voert zijn precaire gezinsomstandigheden aan (drie kinderen en een zeer lage omzet van slechts 6 gulden) om de noodzaak van de vergunning te onderstrepen. De ambtelijke aantekeningen onderaan tonen aan dat zijn verzoek succesvol was: de directeur heeft de aanvraag goedgekeurd voor een "losse plaats" op zowel de Nieuwmarkt als de Noordermarkt. De brief is geschreven in november 1943, een periode van diepe crisis en schaarste tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze oorlogsjaren was de handel in tweedehands goederen ("ongeregelde goederen") van groot belang, omdat nieuwe producten nauwelijks meer verkrijgbaar waren.
De bureaucratie was in deze tijd streng; het marktwezen werd scherp gecontroleerd om te voorkomen dat vergunningen ongebruikt bleven of in handen vielen van mensen die niet "actief" bijdroegen aan de distributie. De vermelding van de omzetbelasting was een manier om aan de overheid te bewijzen dat men daadwerkelijk economische activiteit ontplooide. De locatie van de afzender, de Bellamystraat in Amsterdam-West, was destijds een typische arbeiderswijk waar veel kleine zelfstandigen woonden. C. Priem Marktwezen