Handgeschreven brief (verzoekschrift/rekest).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/rekest). Niet expliciet vermeld (op basis van context vermoedelijk circa 1940-1950). [Linkerkolom]
krijg in de Albert kuijp straat
dan kon ik nog wat bij mijn lage
Pensioen wat bij verdienen
ik doe niet aan de zwarte handel
ik ver koop kleine huis houdelijke
artielen.
als ik nu niet in aanmerking kom
voor een vaste plaats
mag ik dan met een hand karretje
bij alle melkwinkels met heideboenders
vuur van makers enz enz. verkopen
dat is geen vente. want ik ben
Jaren bij die mensen bekend
om dat ik met alle Keurmeesters
monsters heb ge haald. worden dat
nu allemaal vaste afnemers maar
ik alle weken kom dus dat valt
niet onder vent vergunning
[Rechterkolom]
maar als ik van u Edele een bewijs
krijg of van anderen Gestereetyter*
dan doe ik geen be keuring op.
Thopende een goede tijding
van u Edele te mogen ontvangen
Hoog Achtend
Uw Dienaar
P. Waardijser
of de wel bekende Oomepiet
van den Keuringdienst enz
3de oosterparkstraat 256
1 hoog achter
*Noot van de transcribent: "Gestereetyter" is vermoedelijk een verbastering van "Geautoriseerden". De brief is een verzoek van een gepensioneerde man, P. Waardijser, aan een overheidsinstantie (waarschijnlijk de gemeente of de directie van de Keuringsdienst van Waren). De schrijver probeert toestemming te krijgen voor kleinschalige straathandel in Amsterdam om zijn lage pensioen aan te vullen.
Kernpunten in de tekst:
1. Economische status: De schrijver benadrukt zijn armoede ("lage Pensioen") als motivatie voor zijn handel.
2. Producten: Hij verkoopt kleine huishoudelijke zaken zoals "heideboenders" (traditionele bezems van heide) en "vuuraanmakers".
3. Juridisch argument: Hij voert een interessant formeel verweer aan. Hij stelt dat hij geen ventvergunning nodig heeft omdat hij niet willekeurig "vent", maar vaste klanten (melkwinkels) bezoekt waar hij reeds jarenlang bekend is.
4. Verleden: Hij refereert aan zijn eerdere werkrelatie met de "Keurmeesters" voor wie hij monsters ophaalde, in de hoop dat deze bekende status hem een gunst oplevert.
5. Angst voor handhaving: Het hoofddoel van de brief is het verkrijgen van een schriftelijk bewijs ("een bewijs") om boetes ("bekeuring") te voorkomen. De brief ademt de sfeer van de naoorlogse periode of de oorlogsjaren in Amsterdam (gezien de expliciete vermelding dat hij niet aan "zwarte handel" doet). In die tijd was de regelgeving rondom straathandel streng, maar de armoede onder ouderen groot. De Albert Cuypmarkt was (en is) het centrum van deze handel.
De schrijver hanteert een mengeling van nederigheid ("Uw Dienaar", "u Edele") en bravoure (zichzelf presenterend als de "wel bekende Oomepiet"). De fonetische spelling ("artielen", "vente") duidt op een man van eenvoudige komaf die zich met de nodige moeite tot de autoriteiten wendt om zijn waardigheid en inkomen te behouden. P. Waardijser