Archiefdocument
Origineel
(Linkerkolom)
Niet Jood : 4 weken
Abeen 80
Adriaanse 28-
Wayent 45
W Berg 117 ½ -
F. W Berg 9
v de Boer 21
ten Bosch 19
R. Meyer 52
H. Roelofs 36
7
Stroker 259
Marius 71
Geerling 51
Gepkens 84
Velen 15
Liebbeles 18
Snapper 98
Topido 2
Vos 61
de Vre 22
e. de Wit 49
Wilhelm 15
_____
y ff 7 / 1178
22 niet Joden
(Rechterkolom)
Jood
M. Cohen. 185
v. Gelder 205
M. Krammer 612 +
Gebr. v. Royen 449
Schuitenvoerder 404
Schelvis 104
_____
6 Joden 1959.
(Tekstblok rechtsonder)
Een en ander houdt
verband met verzoek
met Joodsche stallen-
zetters om tot
Joodsche hulpmarkten
te worden toegelaten.
(zie ons voorstel)
telefonisch opgegeven
aan Mr. Reitsma
op 30/12 1941
[Paraaf 'D'] * Inhoud: Het document betreft een overzicht van markt-gerelateerde capaciteit of vergoedingen, gesegregeerd op basis van de afkomst van de ondernemers. De term "stallenzetters" duidt op de personen die de fysieke marktkramen plaatsten en verhuurden.
* Rekenkunde: De optelsom van de Joodse kolom klopt exact (1959). In de kolom van de niet-Joodse personen wordt gesproken over "22 niet Joden" voor een totaal van 1178. Er staan 21 namen genoteerd plus één losse '7', wat de telling op 22 brengt.
* Bestemming: De notitie is een vastlegging van een telefonisch doorgegeven bericht aan "Mr. Reitsma", waarschijnlijk een functionaris bij het marktwezen of een gemeentelijke instantie belast met de uitvoering van de nieuwe verordeningen. * Historische context: Eind 1941 was de uitsluiting van Joden uit het openbare leven in vol tempo gaande onder de Duitse bezetting van Nederland. In september 1941 werden specifieke "Joodse markten" ingesteld, waardoor Joodse handelaren niet meer op reguliere markten mochten staan en vice versa.
* Segregatie op de markt: Dit document is een direct bewijs van de administratieve afwikkeling van deze segregatie. Het verzoek om "toegelaten te worden tot Joodsche hulpmarkten" heeft betrekking op de logistieke organisatie (het kraamzetten) op de locaties waar Joden nog wel mochten handelen.
* Betekenis: Het toont hoe gedetailleerd de bezetter en de meewerkende instanties de scheiding tussen Joodse en niet-Joodse burgers doorvoerden, tot op het niveau van individuele ondernemers en hun toegewezen ruimte op de markt. H. Roelofs M. Cohen M. Krammer R. Meyer Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: Het document betreft een overzicht van markt-gerelateerde capaciteit of vergoedingen, gesegregeerd op basis van de afkomst van de ondernemers. De term "stallenzetters" duidt op de personen die de fysieke marktkramen plaatsten en verhuurden.
- Rekenkunde: De optelsom van de Joodse kolom klopt exact (1959). In de kolom van de niet-Joodse personen wordt gesproken over "22 niet Joden" voor een totaal van 1178. Er staan 21 namen genoteerd plus één losse '7', wat de telling op 22 brengt.
- Bestemming: De notitie is een vastlegging van een telefonisch doorgegeven bericht aan "Mr. Reitsma", waarschijnlijk een functionaris bij het marktwezen of een gemeentelijke instantie belast met de uitvoering van de nieuwe verordeningen.
Bron-evidence
5
telefonisch opgegeven aan Mr. Reitsma op 30/12 1941
Niet Jood : 4 weken
**6 Joden 1959.**
**22 niet Joden**
telefonisch opgegeven aan Mr. Reitsma op 30/12 1941
Historische Context
- Historische context: Eind 1941 was de uitsluiting van Joden uit het openbare leven in vol tempo gaande onder de Duitse bezetting van Nederland. In september 1941 werden specifieke "Joodse markten" ingesteld, waardoor Joodse handelaren niet meer op reguliere markten mochten staan en vice versa.
- Segregatie op de markt: Dit document is een direct bewijs van de administratieve afwikkeling van deze segregatie. Het verzoek om "toegelaten te worden tot Joodsche hulpmarkten" heeft betrekking op de logistieke organisatie (het kraamzetten) op de locaties waar Joden nog wel mochten handelen.
- Betekenis: Het toont hoe gedetailleerd de bezetter en de meewerkende instanties de scheiding tussen Joodse en niet-Joodse burgers doorvoerden, tot op het niveau van individuele ondernemers en hun toegewezen ruimte op de markt.