Archief 745
Inventaris 745-422
Pagina 295
Dossier 21
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/rapportage.

4 april 1944. Van: De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst). Aan: De Wethouder voor de Arbeidszaken "alhier" (ter plaatse).

Origineel

Getypte ambtelijke brief/rapportage. 4 april 1944. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst). De Wethouder voor de Arbeidszaken "alhier" (ter plaatse). [Linksboven:]
8a/24/2M.

[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden 4/7

[Rechtsboven:]
4 April 1944. SV.

[Links, onderwerp:]
tewerkstelling in
Duitschland.

[Rechts, adressering:]
Den Heer Wethouder
voor de Arbeidszaken,

A l h i e r .

[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw circulaire
d.d. 10 December 1943 no. 1610 dj.Arb.
1942 bericht ik U, dat in het eerste kwartaal
van 1944 door mijn dienst geen uitkeeringen
zijn gedaan aan ambtenaren of werklieden,
die in Duitschland zijn te werk gesteld.

[Ondertekening:]
De Directeur, * Vorm: Het betreft een zogenaamde "nihil-melding". De directeur van een gemeentelijke dienst reageert op een eerdere circulaire (opdracht) om verslag uit te brengen over financiële vergoedingen aan personeel dat gedwongen in Duitsland werkt.
* Inhoud: De kern van de boodschap is dat er in het eerste kwartaal van 1944 geen betalingen zijn verricht aan ambtenaren of werklieden van deze specifieke dienst die in Duitsland tewerkgesteld waren.
* Taalgebruik: Formeel en ambtelijk ("Naar aanleiding van", "bericht ik U"). De spelling is deels verouderd ("Duitschland", "uitkeeringen"), passend bij de tijd van schrijven.
* Administratieve sporen: De aantekening "Verzonden 4/7" suggereert dat het document pas enkele maanden na de opmaakdatum (of mogelijk in juli van een ander jaar, hoewel 1944 logisch is in de context) daadwerkelijk is uitgestuurd of verwerkt in het verzendboek. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1942 werd de Arbeitseinsatz (gedwongen tewerkstelling) steeds strenger gehandhaafd. Nederlandse mannen, waaronder gemeentepersoneel, werden gedwongen om in de Duitse (oorlogs)industrie te gaan werken.

Lokale overheden moesten de administratie rondom deze werknemers nauwgezet bijhouden. De brief verwijst naar een circulaire uit december 1943, wat aangeeft dat er een centraal aangestuurde behoefte was om toezicht te houden op de geldstromen naar deze arbeiders. Het feit dat er "geen uitkeeringen" zijn gedaan, kan betekenen dat er vanuit deze specifieke dienst niemand was uitgezonden, of dat de doorbetaling van loon/uitkeringen op een andere wijze was geregeld of stopgezet. Het document illustreert de bureaucratische realiteit van de bezettingstijd, waarbij de gewone administratieve gang van zaken doorging te midden van de oorlogsomstandigheden.

Samenvatting

  • Vorm: Het betreft een zogenaamde "nihil-melding". De directeur van een gemeentelijke dienst reageert op een eerdere circulaire (opdracht) om verslag uit te brengen over financiële vergoedingen aan personeel dat gedwongen in Duitsland werkt.
  • Inhoud: De kern van de boodschap is dat er in het eerste kwartaal van 1944 geen betalingen zijn verricht aan ambtenaren of werklieden van deze specifieke dienst die in Duitsland tewerkgesteld waren.
  • Taalgebruik: Formeel en ambtelijk ("Naar aanleiding van", "bericht ik U"). De spelling is deels verouderd ("Duitschland", "uitkeeringen"), passend bij de tijd van schrijven.
  • Administratieve sporen: De aantekening "Verzonden 4/7" suggereert dat het document pas enkele maanden na de opmaakdatum (of mogelijk in juli van een ander jaar, hoewel 1944 logisch is in de context) daadwerkelijk is uitgestuurd of verwerkt in het verzendboek.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1942 werd de Arbeitseinsatz (gedwongen tewerkstelling) steeds strenger gehandhaafd. Nederlandse mannen, waaronder gemeentepersoneel, werden gedwongen om in de Duitse (oorlogs)industrie te gaan werken.

Lokale overheden moesten de administratie rondom deze werknemers nauwgezet bijhouden. De brief verwijst naar een circulaire uit december 1943, wat aangeeft dat er een centraal aangestuurde behoefte was om toezicht te houden op de geldstromen naar deze arbeiders. Het feit dat er "geen uitkeeringen" zijn gedaan, kan betekenen dat er vanuit deze specifieke dienst niemand was uitgezonden, of dat de doorbetaling van loon/uitkeringen op een andere wijze was geregeld of stopgezet. Het document illustreert de bureaucratische realiteit van de bezettingstijd, waarbij de gewone administratieve gang van zaken doorging te midden van de oorlogsomstandigheden.

Kooplieden in dit dossier 100

A.C. Cobussen Waterlooplein 499,42 6)
A.H. Bijland Waterlooplein 1664,98 5)
A.H. Bijland Waterlooplein 42
A.H. de Haer Waterlooplein 41
A.H. de Haer Waterlooplein 2690,20
A.H. Klaassens Waterlooplein 2046,82
A.H. Klaassens Waterlooplein 46
A.J.J. Barbiers Waterlooplein 46
A.J.I. Barbiers Waterlooplein 2353,76 5)
M. Burg Waterlooplein
W. Rijbrodt Waterlooplein
A.W. Rijvordt Waterlooplein 42
B. Felthuis Waterlooplein 1815,44
B. Felthuis Waterlooplein 45
C. Bakker Waterlooplein 1656.--
C. Bakker Waterlooplein 44
C. Blom Waterlooplein 44
C.F. Eggelte Waterlooplein 2175,15
C.F. Eggelte Waterlooplein 42
C.J.v. Moerkerken Waterlooplein 43
C.L.J. Lek Waterlooplein 42
C. Veerman Waterlooplein 45
D.H. Schiermeier Waterlooplein 45
E.A. Engelen Waterlooplein 1904,16
A. Littelugt Waterlooplein
F.A. Uitvlugt Waterlooplein 42
F. Koning Waterlooplein 43
F. Reinen Waterlooplein 43
F.W. Stroer Waterlooplein 47
G.A. Oosterhoff Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6