Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 10 augustus 1944. De waarnemend (wnd.) Directeur van een gemeentelijke dienst (dienstnaam niet expliciet vermeld, mogelijk Sociale Zaken of een technisch bedrijf). Den Heer Wethouder voor de Arbeidszaken, Raadhuis, Alhier. [Links boven, handgeschreven:]
8A/24/9
[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden 10/8
[Links boven, getypt en doorgestreept:]
~~SA/88/1 M.~~
[Eronder, handgeschreven:]
boeker door uitr. v'ha
[Rechts boven:]
10 Augustus 1944 VB/RP.
[Adresblok:]
Den Heer Wethouder
voor de Arbeidszaken,
Raadhuis,
A l h i e r.
===========
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw telefonisch
verzoek en ter bevestiging van U telefo-
nisch gegeven inlichtingen, bericht ik U,
dat twee mannelijke ambtenaren, geboren in
de jaren 1917 - 1924, bij mijn dienst werk-
zaam zijn. Hiervan zijn er geen in Duitsch-
land tewerkgesteld; een is in Duitsclhand
werkzaam geweest, doch inmiddels afgekeurd
en thans nog ziek; de ander is in het be-
zit van een Z-kaart.
[Ondertekening:]
De Directeur,
wnd. Deze brief is een formeel administratief antwoord van een gemeentelijke dienst aan de wethouder van Arbeidszaken. De kern van het schrijven is de rapportage over de inzetbaarheid van mannelijk personeel in de leeftijdscategorie 20 tot 27 jaar (geboortejaren 1917-1924).
Er wordt specifiek gerapporteerd over twee ambtenaren:
1. Eén ambtenaar is reeds in Duitsland werkzaam geweest, maar is inmiddels "afgekeurd" (medisch ongeschikt bevonden) en verblijft wegens ziekte thuis.
2. De tweede ambtenaar beschikt over een zogenaamde "Z-kaart", wat hem vrijstelt van uitzending.
De toon is zakelijk en feitelijk, typerend voor de ambtelijke correspondentie tijdens de bezettingsjaren waarbij getracht werd personeel te behouden voor de eigen organisatie. Opvallend is de typefout in de tekst ("Duitsclhand"). De datum van het document, 10 augustus 1944, plaatst de brief in een kritieke fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, vlak voor 'Dolle Dinsdag'. De Duitse bezetter voerde de druk op de Nederlandse bevolking op via de Arbeitseinsatz (gedwongen tewerkstelling in Duitsland).
Mannen in de genoemde geboortejaren liepen een groot risico om opgeroepen te worden voor werk in de Duitse oorlogsindustrie. De "Z-kaart" (Zonder-kaart) waarover in de brief wordt gesproken, was een felbegeerd document dat tijdelijke vrijstelling verleende van tewerkstelling in Duitsland, meestal omdat de betreffende persoon werkzaam was in een sector die essentieel werd geacht voor de Nederlandse voedselvoorziening of infrastructuur. Gemeentelijke diensten gebruikten deze vrijstellingen vaak om hun personeel te beschermen tegen deportatie.
Samenvatting
Deze brief is een formeel administratief antwoord van een gemeentelijke dienst aan de wethouder van Arbeidszaken. De kern van het schrijven is de rapportage over de inzetbaarheid van mannelijk personeel in de leeftijdscategorie 20 tot 27 jaar (geboortejaren 1917-1924).
Er wordt specifiek gerapporteerd over twee ambtenaren:
1. Eén ambtenaar is reeds in Duitsland werkzaam geweest, maar is inmiddels "afgekeurd" (medisch ongeschikt bevonden) en verblijft wegens ziekte thuis.
2. De tweede ambtenaar beschikt over een zogenaamde "Z-kaart", wat hem vrijstelt van uitzending.
De toon is zakelijk en feitelijk, typerend voor de ambtelijke correspondentie tijdens de bezettingsjaren waarbij getracht werd personeel te behouden voor de eigen organisatie. Opvallend is de typefout in de tekst ("Duitsclhand").
Historische Context
De datum van het document, 10 augustus 1944, plaatst de brief in een kritieke fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, vlak voor 'Dolle Dinsdag'. De Duitse bezetter voerde de druk op de Nederlandse bevolking op via de Arbeitseinsatz (gedwongen tewerkstelling in Duitsland).
Mannen in de genoemde geboortejaren liepen een groot risico om opgeroepen te worden voor werk in de Duitse oorlogsindustrie. De "Z-kaart" (Zonder-kaart) waarover in de brief wordt gesproken, was een felbegeerd document dat tijdelijke vrijstelling verleende van tewerkstelling in Duitsland, meestal omdat de betreffende persoon werkzaam was in een sector die essentieel werd geacht voor de Nederlandse voedselvoorziening of infrastructuur. Gemeentelijke diensten gebruikten deze vrijstellingen vaak om hun personeel te beschermen tegen deportatie.