Handgeschreven briefkaart of memo.
Origineel
Handgeschreven briefkaart of memo. 84/08/1 [in rode inkt]
Den Heer Weth. Amb. Zaken
Naar aanleiding van Uw telefonisch
verzoek en ter bevestiging van Uw telefo-
nisch gegeven inlichtingen, bericht
ik U, dat twee mannelijke ambte-
naren, geboren in de jaren 1917-1924,
bij mijn dienst werkzaam zijn.
Hiervan zijn er geen in Duitschland
tewerkgesteld; een is in Duitschland
werkzaam geweest, doch inmiddels
afgekeurd en thans nog ziek; de ander is
in het bezit van een Z-kaart.
G.D. [initialen afzender] Dit document is een schriftelijke bevestiging van een telefoongesprek tussen een diensthoofd en de Wethouder Ambtenarenzaken (mogelijk van een gemeentelijke instelling). De afzender rapporteert over twee mannelijke ambtenaren die binnen de leeftijdscategorie vallen die door de Duitse bezetter was aangewezen voor verplichte tewerkstelling (geboren tussen 1917 en 1924).
De afzender stelt de wethouder gerust dat geen van beiden op dit moment in Duitsland werkzaam is:
1. De eerste ambtenaar is in Duitsland geweest, maar werd medisch afgekeurd en is momenteel nog steeds ziek.
2. De tweede ambtenaar beschikt over een zogenaamde 'Z-kaart'. De brief dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (waarschijnlijk 1943-1944). De jaren 1917-1924 die genoemd worden, waren de jaargangen die door de bezetter werden opgeroepen voor de Arbeitseinsatz (gedwongen tewerkstelling in de Duitse oorlogsindustrie).
De genoemde Z-kaart was een officieel vrijstellingsbewijs. De 'Z' stond voor 'Zurückgesteld' (vrijgesteld). Deze kaarten werden uitgereikt aan mannen die werkzaam waren in sectoren die door de bezetter als essentieel werden beschouwd voor de Nederlandse economie of het openbare leven, waardoor zij (voorlopig) niet naar Duitsland hoefden te vertrekken. De administratie van deze kaarten en de rapportage over personeel aan de overheid was een precaire zaak voor diensthoofden tijdens de oorlogsjaren. Ambtenarenzaken (Wethouder)
Samenvatting
Dit document is een schriftelijke bevestiging van een telefoongesprek tussen een diensthoofd en de Wethouder Ambtenarenzaken (mogelijk van een gemeentelijke instelling). De afzender rapporteert over twee mannelijke ambtenaren die binnen de leeftijdscategorie vallen die door de Duitse bezetter was aangewezen voor verplichte tewerkstelling (geboren tussen 1917 en 1924).
De afzender stelt de wethouder gerust dat geen van beiden op dit moment in Duitsland werkzaam is:
1. De eerste ambtenaar is in Duitsland geweest, maar werd medisch afgekeurd en is momenteel nog steeds ziek.
2. De tweede ambtenaar beschikt over een zogenaamde 'Z-kaart'.
Historische Context
De brief dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (waarschijnlijk 1943-1944). De jaren 1917-1924 die genoemd worden, waren de jaargangen die door de bezetter werden opgeroepen voor de Arbeitseinsatz (gedwongen tewerkstelling in de Duitse oorlogsindustrie).
De genoemde Z-kaart was een officieel vrijstellingsbewijs. De 'Z' stond voor 'Zurückgesteld' (vrijgesteld). Deze kaarten werden uitgereikt aan mannen die werkzaam waren in sectoren die door de bezetter als essentieel werden beschouwd voor de Nederlandse economie of het openbare leven, waardoor zij (voorlopig) niet naar Duitsland hoefden te vertrekken. De administratie van deze kaarten en de rapportage over personeel aan de overheid was een precaire zaak voor diensthoofden tijdens de oorlogsjaren.