Administratieve instructie / Circulaire betreffende loonadministratie en sociale verzekeringen.
Origineel
Administratieve instructie / Circulaire betreffende loonadministratie en sociale verzekeringen. Na 25 november 1943 (gezien de referentie aan een rondschrijven van die datum). Genoemde ingangsdatum van regelingen: 1 januari 1943. [Linkerkolom]
Onder ziekengeld is te verstaan het bedrag, betaald aan aanvullingen en uitkeeringen als bedoeld in artikel 16 van het Arbeidsovereenkomstenbesluit. De tijdelijke uitkeering bij ongeval krachtens de Ongevallenwet 1921 is geen loon en blijft dus bij de loonopgaven buiten beschouwing.
Eveneens worden uitkeeringen en aanvullingen bij ziekte of ongeval krachtens een bijzonder reglement (b.v. Luchtbeschermingsdienst, tijdelijk verplegend personeel zonder stamkaart) in de kolom „ziekengeld” opgenomen.
Indien de Kinderbijslagwet voor een bepaalde groep arbeidscontractanten geldt, moet dit in kolom 8 van de lijst worden vermeld, door daarin het woord „Kinderbijslagwet” te schrijven. Deze groepen worden op een afzonderlijke lijst of als afzonderlijke groep op een lijst opgegeven.
Kolom 9 vermeldt het totaal verdiende brutoloonbedrag, de som derhalve van de in de voorgaande kolommen geboekte bedragen. In kolom 13 wordt het ontvangen nettoloonbedrag opgenomen, nadat het verdiende loonbedrag is verminderd met de in de kolommen 10, 11 en 12 te vermelden inhoudingen wegens premie voor het Spaarfonds als bedoeld in artikel 14 van het Arbeidsovereenkomstenbesluit en de op het loon ingehouden premie krachtens Ziektewet en Ziekenfondsbesluit.
In kolom 14 wordt de geldswaarde van eventueele „emolumenten” ingevuld. Als emolumenten komen in aanmerking:
- vrije kost en inwooning, geldswaarde ................................ f 450.— per jaar;
- „ „ „ „ ................................................................ „ 350.— „ „ ;
- „ inwooning „ .......................................................... „ 100.— „ „ ;
- „ kleeding of uniform, „ ................................................ „ 100.— „ „ ;
- „ woning „ ............................................................. „ 200.— „ „ .
Per maand, week of dag wordt hiervan respectievelijk 1/12, 1/50 of 1/300 der geldswaarde berekend. Andere verstrekkingen worden berekend naar de waarde daarvan. De aldus berekende geldswaarde der emolumenten, wordt niet onder het „loon” begrepen, doch alleen in de betreffende kolom aangeteekend.
In rubriek 15 wordt voorts het bedrag der ingehouden 3% ongehuwdenkorting afzonderlijk vermeld.
Sedert 1 Januari 1943 worden uitkeeringen en aanvullingen op de wettelijke ongevallen- en ziekengelduitkeeringen mede als „loon” in den zin van de verschillende sociale wetten beschouwd en in verband hiermede zijn de dagen, waarover de Gemeente deze uitkeeringen verstrekt, „arbeidsdagen” in den zin der wet. Als gevolg hiervan moet een „vol” dienstjaar op 312 arbeidsdagen worden berekend, daar tevens dagen, waarover loon is verschuldigd, in den vervolge als arbeidsdagen gelden. Uitzondering op dit laatste maakt het verlof, verleend wegens militairen dienst (oorlogsdienst, krijgsgevangenschap, landstorm) en tewerkstelling in Duitschland of elders, terwijl eventueel te dezer zake door de Gemeente uitgekeerde bedragen niet in het loon mogen worden opgenomen.
[Marginale handgeschreven notitie: Stamk.]
In verband met het bovenstaande verzoek ik U ook het aantal arbeidsdagen, dat op de stamkaarten der ambtenaren en werklieden wordt aangeteekend, volgens deze nieuwe zienswijze te berekenen. Hierbij dienen ook de ziektedagen te worden beschouwd, zoodat dus van het aantal kalenderdagen alleen de Zondagen, vrije „roosterdagen” en eventueele dagen zonder loon (zooals bij schorsing e.d.) moeten worden afgetrokken, alsmede in voorkomende gevallen, de hiervoren bedoelde dagen tijdens militairen dienst en tewerkstelling in Duitschland of de bezette gebieden.
Ten aanzien van het krijgsgevangen, reserve- en dienstplichtig personeel is dit derhalve in afwijking van mijn rondschrijven van 25 November 1943, No. 1885 Arb. Ingeval alleen de Zondagen van het aantal kalenderdagen worden afgetrokken, dient het aantal arbeidsdagen over een vol jaar steeds op 312 vastgesteld te worden. Uitdrukkelijk vestig ik Uw aandacht er op, dat het bovenstaande geen wijziging brengt in de berekening van het op de stamkaarten te vermelden aantal verplichte arbeidsdagen.
[Rechterkolom]
Met ingang van 1 Januari 1943 is het minimum wettelijk loon in den zin der Ongevallenwet 1921 van f 1,50 per werkdag vervallen en geldt dus het werkelijk verdiende loon in dit geval ook als wettelijk loon.
Aangezien de aard der werkzaamheden doorslaggevend is voor de vaststelling der premie ingevolge de Ziektewet, is het noodzakelijk de groepen, die belast zijn met werkzaamheden, waarvoor een speciale premie geldt, in afzonderlijke bedrijfsgroepen op de lijsten te vermelden.
Deze bedrijfsgroepen met het voor hen geldend premiepercentage zijn voor de Gemeente:
a. het confectiebedrijf ..................................................... 3.7 %
b. het bedrijf van maken van burgerlijke bouwkundige werken (nieuwbouw) .... 4.- %
c. het timmerliedenbedrijf en/of het metselaarsbedrijf op bouwwerken (nieuwbouw) ..................................................................... 4.- %
d. het bedrijf van aanleggen, onderhouden, herstellen, opbreken en afbreken van kanalen, sluizen, havens, vaste dokken, bruggen, dijken of andere waterwerken, wegen, spoor- of tramwegen, riolen, buisleidingen, ondergrondsche kabels ................................................................. 4.- %
e. het metselaarsbedrijf ................................................... 4.- %
f. het bedrijf van sloopen van bouwwerken .................................. 4.- %
g. het bedrijf van exploiteeren van ziekenhuizen en/of andere inrichtingen van verpleging ............................................................. 4.2 %
h. het bedrijf van glazenwasschen ........................................... 4.6 %
i. het bedrijf van schoonmaken van gebouwen ................................. 4.6 %
j. het stukadoors- en/of wittersbedrijf .................................... 6.- %
Zij, die een vast loon ontvangen van meer dan f 3000.— per jaar (meer dan f 250.— per maand of meer dan f 57,69 per week) worden afzonderlijk op de lijst vermeld, daar op hen de Ziektewet, noch het Ziekenfondsbesluit van toepassing is.
Voorts vestig ik er nog eens speciaal Uw aandacht op, dat steeds het aantal arbeidsdagen moet worden vermeld, waarbij een gedeelte van een werkdag als een arbeidsdag wordt gerekend en dagen, waarover loon is betaald, zooals feest-, verlof- en ziektedagen medetellen.
De diverse kolommen moeten worden getotaliseerd.
Ter besparing van papier verzoek ik U de kleinere groepen van mannelijk of vrouwelijk personeel op één lijst te vermelden en daarvoor dus niet onnoodig meer lijsten te gebruiken. Zoo mogelijk kan voor mannen van de voorzijde der lijst en voor vrouwen van de achterzijde gebruik worden gemaakt.
Verder breng ik U in herinnering, dat de ingehouden bedragen wegens loonbelasting niet in mindering mogen komen op het loon.
5. Collectieve loonopgaven.
Ter vereenvoudiging kunnen voor enkele grootere groepen van personen de benoodigde loongegevens in één collectieve opgave worden verstrekt, t.w. voor die groepen, welke een zelfde soort van werkzaamheden verrichten, waarbij echter rekening moet worden gehouden met de splitsing der gevraagde gegevens voor elke groep als bedoeld sub 1 en sub 4.
6. Ingezonden stamkaarten.
Behalve het sub 4 bedoelde, wordt op de lijsten aangeteekend het aantal aan de Afdeeling Arbeidszaken ingezonden stamkaarten van:
a. vast en tijdelijk aangestelde ambtenaren;
b. vast en tijdelijk aangestelde werklieden;
c. ambtenaren op arbeidsovereenkomst;
d. werklieden op arbeidsovereenkomst. * Administratieve complexiteit: Het document getuigt van een zeer gedetailleerde loon- en verzekeringsadministratie. Er wordt strikt onderscheid gemaakt tussen brutoloon, nettoloon, emolumenten (loon in natura) en diverse sociale premies.
* Emolumenten: Opvallend is de gedetailleerde prijslijst voor secundaire arbeidsvoorwaarden zoals kost, inwoning en uniformen, die in geldswaarde werden uitgedrukt voor de belasting/premieheffing.
* Arbeidsdagenberekening: De verschuiving naar een standaard van 312 arbeidsdagen per jaar (6 dagen per week x 52 weken) duidt op een poging tot uniformering van de administratie voor de sociale wetgeving.
* Sociaal-economische indeling: De lijst van bedrijfsgroepen (a t/m j) met bijbehorende premiepercentages laat zien hoe risicoprofielen per beroepsgroep werden gewaardeerd (bijv. stukadoorswerk was risicovoller/duurder dan het confectiebedrijf).
* Schaarste: De instructie om de voor- en achterkant van papier te gebruiken voor respectievelijk mannen en vrouwen is een direct gevolg van de papierschaarste tijdens de oorlogsjaren. Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het weerspiegelt de bureaucratische realiteit van die tijd, waarin de Nederlandse overheid (in dit geval waarschijnlijk op gemeentelijk niveau, gezien de referentie naar "de Gemeente") moest opereren onder toezicht van de bezetter.
Enkele historisch specifieke elementen zijn:
1. Tewerkstelling: De expliciete vermelding van "tewerkstelling in Duitschland" (Arbeitseinsatz) en militairen in "krijgsgevangenschap" plaatst de loonadministratie direct in de oorlogscontext.
2. Sociale Wetgeving: Er wordt gerefereerd aan wetten zoals de Ongevallenwet 1921 en de Ziektewet. Tijdens de bezetting bleven veel Nederlandse wetten functioneren, maar werden ze door de bezetter aangepast (bijv. de invoering van het Ziekenfondsbesluit in 1941, wat de basis legde voor het huidige zorgstelsel).
3. Ongehuwdenkorting: De 3% korting voor ongehuwden was een fiscale maatregel die destijds gebruikelijk was om gezinnen te bevoordelen boven alleenstaanden.
4. Stamkaarten: De "stamkaart" was een cruciaal identiteits- en administratiedocument tijdens de oorlog, noodzakelijk voor zowel de voedseldistributie als de arbeidsregistratie.