Archiefdocument
Origineel
7. Arbeidscontractanten voor werkzaamheden van bijz. (voortdurenden) aard.
Voor deze groep worden stamkaarten ingezonden. Op de lijsten wordt aangeteekend hoeveel A.B.R.W.v.a. een vast loon van meer dan f 3000.— per jaar ontvangen en wie niet verzekeringsplichtig zijn volgens de Ziektewet, met opgave van redenen.
Tevens dient op de lijsten met name te worden aangeteekend welke personen dezer categorie in den loop van 1943 een tijdelijke of vaste aanstelling als ambtenaar of werkman hebben gekregen, indien zich dit feit bij Uw dienst heeft voorgedaan.
8. Reservisten met vaste of tijd. aanstelling bij de G.A.R.
Omtrent de werklieden, die bij de G.A.R. in vasten of tijdelijken dienst zijn aangesteld, en die tijdelijk bij Uw dienst waren gedetacheerd, moeten op de lijsten de navolgende gegevens worden verstrekt, doch alleen indien en voor zoover de Ongevallenwet 1921 gedurende den tijd, dat zij bij Uw dienst waren gedetacheerd, op hen van toepassing was. Degenen, die in den loop van het jaar bij Uw dienst zijn aangesteld, worden hierbij niet opgenomen.
Ten aanzien van deze werklieden wordt opgegeven het totaal aantal personen, het totaal aantal arbeidsdagen als sub 4 bedoeld en het totaal „verdiende” loon. Onder „verdiend” loon wordt voor deze groep verstaan: het verdiende grondloon (inclusief dus de ingehouden pensioenpremie) met inbegrip van overwerk, toelagen, emolumenten, doch exclusief ongehuwdenkorting, genoten ziekengeld en kindertoeslag, welke laatste bedragen, benevens het aantal ziektedagen, afzonderlijk worden opgegeven.
9. Wachtgelders.
Indien wachtgelders der Gemeente bij Uw dienst op arbeidscontract werkzaam waren, worden deze afzonderlijk vermeld. Daar deze niet onder de Ziektewet vallen heeft ten aanzien van hen geen inhouding van ziektepremie en ziekenfondspremie op het loon plaats. Het aanvullende wachtgeld mag niet onder het „loon” worden medegerekend.
10. Slotopmerking.
Indien geen personen als vorenbedoeld bij Uw dienst werkzaam waren, zal ik dit gaarne vernemen door middel van een aanteekening op de terug te zenden lijsten. Eventueel nog gewenschte inlichtingen met betrekking tot het inleveren of invullen dezer lijsten, zullen gaarne worden gegeven bij telefonische aanvraag aan de Afdeeling Arbeidszaken, Kamer 192 (toestel 425) Raadhuis.
Tenslotte vestig ik nogmaals Uw aandacht op den termijn van inlevering dezer gegevens, aangezien de Raad van Arbeid, alhier, onlangs met nadruk verzocht de loonopgaven ter berekening van de door de Gemeente verschuldigde premiën, uiterlijk 1 Juni 1944 bij dezen Raad in te zenden.
De Burgemeester van Amsterdam,
Voûte
de Gemeentesecretaris,
J. F. Franken
--- * Taalgebruik: Het document hanteert de toenmalige formele spelling (bijv. "aangeteekend", "premiën") en ambtelijke terminologie. De toon is directief en instructief.
* Inhoud: De kern van het document betreft de administratieve afhandeling van personeelsgegevens voor sociale verzekeringen (Ziektewet, Ongevallenwet 1921). Er wordt een scherp onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten dienstverbanden en wat wel of niet als "verdiend loon" telt voor de premieberekening.
* Afkortingen:
* G.A.R.: Staat voor de Gemeentelijke Arbeidsreserve, een organisatie die tijdens de bezettingsjaren een rol speelde bij de tewerkstelling van werklozen en personeelsbeheer.
* A.B.R.W.v.a.: Waarschijnlijk "Arbeiders bij Rijks- of Gemeentewerken van algemeen belang".
* Bestuurlijke structuur: Het document is ondertekend door Edward Voûte, de in 1941 door de bezetter benoemde regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam, en J.F. Franken.
--- Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het toont aan dat de gemeentelijke bureaucratie, ondanks de oorlogsomstandigheden, nauwgezet bleef functioneren wat betreft de sociale zekerheid en loonadministratie. De deadline van 1 juni 1944 (slechts enkele dagen voor D-Day) herinnert aan de continuïteit van de civiele administratie vlak voor de bevrijding van Zuid-Nederland zou beginnen. De genoemde loongrens van f 3000.- was destijds een belangrijke drempel voor de verplichte werknemersverzekeringen. De betrokkenheid van de G.A.R. wijst op de grootschalige organisatie van arbeid die kenmerkend was voor deze periode. E.J. Vo F. Franken J.F. Franken Gemeente Amsterdam