Archiefdocument
Origineel
1 mei 1944. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, te Amsterdam ("Alhier"). 20/1/15b.M. 1 1 Mei 1944. SV.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
============
In bijlage dezes heb ik de eer U te
doen toekomen, afschrift van een rapport op
19 April 1944 opgemaakt door een ambtenaar
van mijn dienst, waaruit blijkt, dat M.J.Hom-
ma, geboren 23 Januari 1921, wonende Zee-
burgerdijk 22 huis, alhier die zich heeft
schuldig gemaakt aan overtreding van de di-
stributievoorschriften, namelijk het ver-
koopen van gebak zonder bon.
Op grond hiervan heb ik M.J.Homma voor-
noemd met ingang van Woensdag 3 Mei 1944 het
recht ontzegd om gedurende 14 dagen een
plaats op een der markten te dezer stede in
te nemen.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken
wel te willen bevorderen, dat in aansluiting
op mijn straf genoemde koopman bij Besluit
van den Burgemeester het recht tot het in-
nemen van een plaats op een der markten hier
ter stede voor den tijd van 4 maanden wordt
ontnomen, op grond van het bepaalde in
artikel 39 van het Reglement op de Markten
en wel met ingang van Woensdag 17 Mei 1944.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk schrijven waarin melding wordt gemaakt van een repressieve maatregel tegen een marktkoopman, M.J. Homma. De koopman is op 19 april 1944 betrapt op het verkopen van gebak zonder de verplichte distributiebonnen.
De Directeur van de betreffende dienst heeft direct een ordemaatregel opgelegd (14 dagen marktverbod). Echter, vanwege de ernst van de overtreding — het ondermijnen van het distributiestelsel — verzoekt de Directeur de Wethouder om een zwaardere sanctie via de Burgemeester te laten bekrachtigen: een ontzegging van het marktrecht voor de duur van vier maanden, steunend op het marktreglement. Het document dateert van mei 1944, de late fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van extreme schaarste en een strikt distributiesysteem.
- Distributiestelsel: Bijna alle levensmiddelen waren "op de bon". Het verkopen van gebak zonder bonnen werd beschouwd als zwarte handel. De overheid trad hier hard tegen op om de gecontroleerde voedselvoorziening in stand te houden.
- Lokaal Bestuur: Hoewel Nederland bezet was, bleven veel gemeentelijke diensten (zoals de Marktdienst) functioneren onder Nederlands personeel, maar onder toezicht van een door de bezetter aangestelde burgemeester (in Amsterdam was dit Edward Voûte).
- Locatie: De genoemde Zeeburgerdijk wijst op Amsterdam. De markten in Amsterdam (zoals de Dappermarkt of de Albert Cuyp) waren vitale plekken voor de voedselvoorziening, maar stonden onder streng toezicht van controleurs. M.J. Homma