Handgeschreven verzoekschrift/brief.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift/brief. 1944 (gebaseerd op het paarse stempel). Th. Vermaas, wonende aan de J. Jacob van Campenstraat 144, Amsterdam (Zuid). De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. Nº 20/20/1 M. 1944 No 899
18 Den Weledel Heer
Den Direkteur van
het Marktwezen
Ondergeteekeden vraagt
Beleeft een markt kaart
Daar ik altijd gevent heb
En ook op markt heb ik
Kan U nog het markt gelt
Briefjes laat toonen
Hooppen de dat U gunstig
Over mij zult denkken ik
Wou graag nog iets verdienen
U Hoogachtent,
Th. Vermaas
J. Jakop. v. Kampenstr 144
Amsterdam
Z * Inhoud: De brief is een formeel maar sober verzoek van de heer Th. Vermaas om een marktkaart te verkrijgen. De schrijver voert als argument aan dat hij een ervaren venter is ("altijd gevent heb") en reeds eerder op de markt heeft gestaan. Om zijn bewering te staven, biedt hij aan om oude kwitanties van marktgeld te tonen. De onderliggende motivatie is financieel: hij wil "nog iets verdienen".
* Taal en Spelling: De tekst bevat diverse spellings- en grammaticale fouten die typerend zijn voor die tijd bij mensen met een beperkte schoolopleiding die toch een officiële brief probeerden te schrijven. Voorbeelden zijn: "Ondergeteekeden" (ondergetekende), "Beleeft" (beleefd), "Hooppen de" (hopende), "denkken" (denken) en "Hoogachtent" (hoogachtend). Het taalgebruik is eerbiedig en direct.
* Vormgeving: Het handschrift is regelmatig en goed leesbaar, met de karakteristieke lussen en verbindingen van het midden van de 20e eeuw. De brief volgt een standaardopbouw voor correspondentie aan een instantie. * Historische context: Het document dateert uit 1944, een cruciaal en zwaar jaar tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van enorme schaarste, werkloosheid en strikte regulering van de handel door de bezetter en de gemeente. Een marktkaart was essentieel om legaal goederen te mogen verkopen.
* Sociaal-economisch: Het verzoek om "iets te verdienen" moet worden gezien tegen de achtergrond van de naderende Hongerwinter. Voor veel Amsterdammers was de handel op de markt een laatste strohalm om aan inkomen of voedsel te komen.
* Instelling: Het "Marktwezen" was de gemeentelijke dienst die toezicht hield op de markten in Amsterdam. Dergelijke verzoeken werden nauwkeurig geregistreerd, zoals blijkt uit de diverse nummers en stempels op het document. Het adres (Jacob van Campenstraat) bevindt zich in De Pijp, een wijk die van oudsher nauw verbonden is met de Amsterdamse markthandel (zoals de Albert Cuypmarkt). J. Jacob J. Jakop Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: De brief is een formeel maar sober verzoek van de heer Th. Vermaas om een marktkaart te verkrijgen. De schrijver voert als argument aan dat hij een ervaren venter is ("altijd gevent heb") en reeds eerder op de markt heeft gestaan. Om zijn bewering te staven, biedt hij aan om oude kwitanties van marktgeld te tonen. De onderliggende motivatie is financieel: hij wil "nog iets verdienen".
- Taal en Spelling: De tekst bevat diverse spellings- en grammaticale fouten die typerend zijn voor die tijd bij mensen met een beperkte schoolopleiding die toch een officiële brief probeerden te schrijven. Voorbeelden zijn: "Ondergeteekeden" (ondergetekende), "Beleeft" (beleefd), "Hooppen de" (hopende), "denkken" (denken) en "Hoogachtent" (hoogachtend). Het taalgebruik is eerbiedig en direct.
- Vormgeving: Het handschrift is regelmatig en goed leesbaar, met de karakteristieke lussen en verbindingen van het midden van de 20e eeuw. De brief volgt een standaardopbouw voor correspondentie aan een instantie.
Historische Context
- Historische context: Het document dateert uit 1944, een cruciaal en zwaar jaar tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van enorme schaarste, werkloosheid en strikte regulering van de handel door de bezetter en de gemeente. Een marktkaart was essentieel om legaal goederen te mogen verkopen.
- Sociaal-economisch: Het verzoek om "iets te verdienen" moet worden gezien tegen de achtergrond van de naderende Hongerwinter. Voor veel Amsterdammers was de handel op de markt een laatste strohalm om aan inkomen of voedsel te komen.
- Instelling: Het "Marktwezen" was de gemeentelijke dienst die toezicht hield op de markten in Amsterdam. Dergelijke verzoeken werden nauwkeurig geregistreerd, zoals blijkt uit de diverse nummers en stempels op het document. Het adres (Jacob van Campenstraat) bevindt zich in De Pijp, een wijk die van oudsher nauw verbonden is met de Amsterdamse markthandel (zoals de Albert Cuypmarkt).