Controle-rapport betreffende visverkoop.
Origineel
Controle-rapport betreffende visverkoop. 22 januari 1944. [Getypte tekst]
Controle-rapport (Vischverkoop)
22 Januari 1944 Albert Cuypstraat.
No 20/8/9 M.1944 4/2 [handgeschreven toevoeging]
Om 10.35 uur kwamen wij in de verkooploods.
Daarin waren aanwezig:
J.Schilder met 100 pond schol
Sier met 40 pond blei.
De marktambtenaren waren nog niet aanwezig.
De Wolff en Van Burg verschenen om 10.45 uur. Ze deelden mede, dat ze niet eerder konden aanwezig zijn omdat ze de opgave van de verdeelde visch niet vroeger van het Hoofdkantoor hadden doorgekregen.
Er waren, behalve de stallenverhuurder Stroker geen andere personen in de loods aanwezig.
Schilder en Sier door ons geturfd en accoord bevonden.
De Politie had de rij onder controle.
Nadat vele voorrangskaarten waren behandeld, werden steeds, 5 personen van de rij binnen gelaten. Dit ging zeer ordelijk. Later kwamen nog Seymonsbergen met 40 pond voorn en Klok met 10 pond bot. en 22 pond schol. En eveneens geturfd en accoord bevonden.
De Inspecteur,
[Handtekening: de Haar]
De Bureauchef,
[Handtekening]
[Handgeschreven aantekeningen onderaan]
moesten beiden daarop
Met die kracht? Rapport op
[In rood:] Kan onder afdoening 22-1-44
Waarvoor die op de markt werkzaam geweest.
voldaan uit 2-44 de Haar
Ingeg 7-2-44 [paraaf] Dit document is een officieel verslag van een inspectie op de vismarkt aan de Albert Cuypstraat tijdens de Duitse bezetting. Het rapport biedt inzicht in de strikte regulering van de voedselvoorziening in oorlogstijd.
Belangrijke elementen uit het verslag:
1. Kwantitatieve controle: De vis (schol, blei, voorn en bot) wordt per pond gewogen en "geturfd" (geteld/gecontroleerd). In een tijd van schaarste was nauwkeurige registratie cruciaal om illegale handel (zwarte markt) te voorkomen.
2. Bureaucratische vertraging: De marktambtenaren wijten hun te late verschijnen aan het traag doorgeven van gegevens door het "Hoofdkantoor", wat wijst op een gecentraliseerd en mogelijk stroperig distributieapparaat.
3. Ordehandhaving en rantsoenering: De vermelding van de politie en de "voorrangskaarten" onderstreept dat de verkoop van schaarse goederen onder streng toezicht stond. Het in kleine groepjes (5 personen) toelaten van publiek was een methode om onrust in de wachtrijen te beheersen.
4. Ambtelijke verwerking: De handgeschreven noten onderaan tonen de interne afhandeling van het rapport, waarbij vragen worden gesteld over de inzet van personeel ("kracht") en de uiteindelijke archivering ("Kan onder afdoening"). In januari 1944 bevond Nederland zich in de diepste fase van de bezetting. Voedsel was schaars en de distributie ervan werd door de bezetter en de Nederlandse overheidsorganen (zoals de Crisiscontrole-dienst) uiterst streng gereguleerd via een bonnensysteem en specifieke verkooppunten.
Vis was een belangrijk onderdeel van het dieet nu vlees bijna onverkrijgbaar was geworden. Voorrangskaarten werden uitgegeven aan specifieke groepen, zoals zieken, grote gezinnen of mensen die zwaar lichamelijk werk verrichtten. De Albert Cuypmarkt in Amsterdam bleef gedurende de oorlog een vitaal punt voor de voedseldistributie, al was de sfeer daar door de constante controle en de aanwezige tekorten vaak gespannen. Dit rapport illustreert de "ordelijkheid" die de autoriteiten probeerden te handhaven te midden van deze schaarste. De Haar (Inspecteur) J. Schilder Z. Dun Politie