Handgeschreven verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift. 19 juni 1943. A.J. Haagsma, Sint Antoniesbreestraat 22-II, Amsterdam. (De originele spelling, interpunctie en indeling zijn aangehouden.)
№ 20/11/1 M. 1944 24/1 734
A dam 19 Jun 1943
Weled. Gestr Heer
Beleefd wil ik U vragen of ik een
assistent in mijn wagen mag hebben
ik zit in de verhuizing en kan
zelf niet in mijn wagen aanwezig
zijn ook heb ik 2 x p. week hoogtezon
zoodat het voor mij zeer makkelijk
zou zijn mijn vrouw kan het thans
niet voor mij doen ik heb 5 kinderen
en kan die niet alleen achterlaten
De man die mij terwille wil zijn
is Nicolaas Majoor geb 30-4-1901
beroep is Venter Groenten en fruit
persoonsbewijs № A.35 329677
Ik hoop op een gunstig antwoord van
Ued te mogen rekenen verblijf U bij
voorbaat dankend
Met verschuldigde eerbied
Hoogachtend
A.J. Haagsma
Sint Anth. breestr 22 II
A.dam
persoonsbewijs №
A.35-579381.
20/11/2 2.D.Z In deze brief verzoekt A.J. Haagsma om toestemming om een assistent (Nicolaas Majoor) op zijn wagen te laten werken. In de context van die tijd betreft dit waarschijnlijk een handkar of paardenwagen voor straathandel (venten).
De afzender voert drie redenen aan voor zijn afwezigheid:
1. Verhuizing: Hij is momenteel bezig met een verhuizing.
2. Gezondheid: Hij ondergaat tweemaal per week een behandeling met "hoogtezon" (ultraviolette lichttherapie), wat destijds een gangbare medische behandeling was voor diverse aandoeningen of algemene versterking.
3. Gezinssituatie: Zijn vrouw kan hem niet vervangen omdat zij de zorg heeft over hun vijf kinderen.
De brief is zeer formeel opgesteld ("Weled. Gestr Heer", "Met verschuldigde eerbied"), wat destijds de standaard was in correspondentie met officiële instanties zoals de politie of het gemeentebestuur. Het document dateert uit juni 1943, een dieptepunt in de Duitse bezetting van Nederland. De administratieve precisie valt op: beide mannen worden geïdentificeerd aan de hand van hun persoonsbewijsnummer. Dit identiteitsbewijs was door de bezetter verplicht gesteld en was een essentieel controlemiddel.
De locatie van de afzender, de Sint Antoniesbreestraat, is historisch significant. Deze straat lag in de Joodse wijk van Amsterdam. Tegen juni 1943 was deze buurt door de deportaties grotendeels ontvolkt. Het feit dat Haagsma aangeeft "in de verhuizing" te zitten, zou kunnen wijzen op de herindeling van woonruimte in de stad na het wegvoeren van de Joodse bewoners, al is dat uit deze tekst niet met zekerheid vast te stellen.
De noodzaak om toestemming te vragen voor een assistent toont de verregaande regulering en bureaucratie aan waarmee burgers en kleine ondernemers tijdens de oorlogsjaren te maken hadden. Elke wijziging in de bedrijfsvoering moest officieel worden goedgekeurd. A.J. Haagsma Politie