Getypt afschrift van een officiële brief.
Origineel
Getypt afschrift van een officiële brief. 29 januari 1941. No. 20/8/1 M.1941 AFSCHRIFT.
No. 160 L.M.1941
GEMEENTE AMSTERDAM.
Afd. Bevolkingsregister
en Verkiezingen.
No. 109/2
Amsterdam, 29 Januari 1941.
Naar aanleiding van het schrijven van den door den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied gevolmachtigde voor de stad Amsterdam, d.d. 16 Januari j’., heb ik de eer U hierbij aan te bieden een kaart, waarop in rood zijn aangegeven de Joodsche kwartieren en afzonderlijke straten of grachten, waarvan de daaraan gelegen woningen in overwegende mate door Joden zijn bewoond. De omliggende straten, enz., met een niet overwegend Joodsche bevolking, zijn met groen aangegeven (Bijlage I).
Tevens is hierbij gevoegd een lijst van straten, enz., buurtsgewijze, ingericht naar alfabetisch-lexicografische volgorde. (Bijlage II).
Het aantal woningen of huishoudingen in de Joodsche kwartieren en straten met overwegend Joodsche bevolking, waar in het bevolkinstergister Joden zijn opgenomen, bedraagt 8421.
Het aantal woningen in deze kwartieren en straten, waar in het bevolkingsregister geen Joden zijn opgenomen, bedraagt 2221.
Het aantal Joodsche, in levensmiddelen en kleeding, zakendrijvenden, als bedoeld in punt 4 van bovengenoemd schrijven, bedraagt resp. 332 en 195. Dit aantal is verkregen door contrôle langs de zaken. Vischventers en marktkooplieden in levensmiddelen of kleedingstukken zijn in dit aantal niet begrepen.
De Administrateur der afdeeling
Bevolkingsregister en Verkiezingen,
get. G. Sijdzes.
Voor eensluidend afschrift,
het Hoofd der Afdeeling
Algemeene Zaken,
w.g. J.F. Franken.
Aan den Heer Secretaris
der Gemeente Amsterdam. Deze brief is een administratief bewijsstuk van de actieve medewerking van het Amsterdamse ambtenarenapparaat aan de voorbereidingen voor de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. De afdeling Bevolkingsregister rapporteert hier aan de Gemeentesecretaris over de uitvoering van een opdracht van Hans Böhmcker, de Beauftragte (gevolmachtigde) van Rijkscommissaris Seyss-Inquart voor de stad Amsterdam.
Enkele opvallende elementen:
* Visualisering: Er wordt gesproken over een kaart waarbij "Joodsche kwartieren" met rood zijn gemarkeerd en niet-Joodse met groen. Dit wijst op een vroege fase van gettoïsering en segregatie.
* Statistiek: Het document bevat exacte cijfers (8421 woningen met Joden, 2221 zonder Joden in diezelfde wijken). Dit toont aan hoe gedetailleerd het bevolkingsregister destijds was bijgehouden.
* Economische uitsluiting: Het tellen van Joodse ondernemers in de sectoren levensmiddelen en kleding was een opmaat naar de onteigening (arisering) van deze zaken.
* Taalfout: In de vierde alinea staat een typfout in het origineel: "bevolkinstergister". De datum, 29 januari 1941, is cruciaal. Slechts enkele weken eerder, op 10 januari 1941, was Verordening 6/41 van kracht geworden, die de aanmeldingsplicht voor personen van geheel of gedeeltelijk Joodse bloede regelde. Dit document laat zien dat de gemeente Amsterdam op dat moment al volop bezig was de Joodse inwoners ruimtelijk en statistisch in kaart te brengen.
Dit specifieke onderzoek en de bijbehorende kaart vormden de administratieve basis voor de instelling van het Judenviertel (de Joodse wijk) in februari 1941, kort na de confrontaties op het Waterlooplein en de daaropvolgende Februaristaking. De informatie in deze brief stelde de bezetter in staat om met grote precisie razzia's te plannen en de Joodse bevolking te isoleren van de rest van de stad. De genoemde G. Sijdzes en J.F. Franken waren hoge gemeenteambtenaren die verantwoordelijk waren voor het vlekkeloos laten verlopen van deze bureaucratische processen onder het nieuwe bewind.