Officiële brief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief van de Gemeente Amsterdam. 15 februari 1941. De Wethouder voor de Levensmiddelen (Theodorus de Roos), Gemeente Amsterdam, Afdeling L.M. (Levensmiddelen). Directeur van den Dienst van het Marktwezen. № 20/8/3 M. 1941 15/2
GEMEENTE AMSTERDAM
AFD. L.M.
No. 160 -1941-
BIJLAGEN
AMSTERDAM, 15 Februari 1941.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
Naar aanleiding van een desbetreffende vraag van de zijde der Duitsche autoriteiten en onder verwijzing naar Uw schrijven van 8 Februari j.l. verzoek ik U mij spoedig een alphabetische opgave te zenden bevattende de namen, de voorletters, de geboortedata en de adressen van die/marktkooplieden die levensmiddelen en kleeding verkoopen op de markten, welke zijn gelegen in buurten met een overwegend Joodsche bevolking (te weten het Waterlooplein met den Zwanenburgwal, de Nieuwmarkt en Uilenburg) en waarvan derhalve redelijkerwijze kan worden aangenomen, dat zij, althans in hoofdzaak, de Joodsche bevolking van levensmiddelen en kleeding voorzien.
vM
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
[Handtekening: T. de Roos]
Aan den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen.
[Handgeschreven aantekeningen op het document:]
* Linkerzijde: 1 Joodsche.
* Rechterzijde (naast handtekening): later weer vervallen! H.D. 18/2 '41
* Onderaan: telef mededeeling Th. Reitsma aan op verzoek van Inspecteur De Boer op 17-2-1941.
Model G. A. 5
25000-1-'40 Deze brief is een illustratief voorbeeld van de medewerking van het Amsterdamse gemeentebestuur aan de eisen van de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het document is het verzamelen van data: namen, adressen en geboortedata van marktkooplieden die werkzaam zijn in specifieke wijken. De selectie van deze wijken (Waterlooplein, Nieuwmarkt, Uilenburg) wordt expliciet gemotiveerd door de aanwezigheid van een "overwegend Joodsche bevolking".
Opvallend zijn de handgeschreven aantekeningen die duiden op de administratieve afhandeling. De opmerking "later weer vervallen!" met de datum 18 februari 1941 laat zien dat dit specifieke verzoek slechts drie dagen later werd ingetrokken. Dit kan wijzen op een verandering in de Duitse tactiek of het feit dat de registratie via andere, nog grootschaliger kanalen werd voortgezet. De toevoeging "1 Joodsche" aan de linkerzijde wijst op de categorisering van de informatie door de ambtenarij. De datum van de brief, 15 februari 1941, plaatst het document midden in een zeer gewelddadige en beslissende periode voor Amsterdam. Slechts vier dagen eerder, op 11 februari, hadden er bloedige confrontaties plaatsgevonden op het Waterlooplein tussen de WA (weerafdeling van de NSB) en Joodse knokploegen. In de dagen direct volgend op deze brief werd de Joodse wijk fysiek afgesloten met prikkeldraad en werden de eerste grote razzia's voorbereid (die plaatsvonden op 22 en 23 februari). Deze gebeurtenissen vormden de directe aanleiding voor de Februaristaking op 25 februari 1941. De brief toont aan hoe de bureaucratische machine werd ingezet om de Joodse gemeenschap te isoleren door de distributiekanalen van voedsel en kleding in kaart te brengen.