Brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Brief (doorslag op dun papier). 26 mei 1941. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, zoals de Marktdienst). extra
D/HG.
den Heer Districtsvertegenwoordiger
van het Front van Nering en Ambacht,
Koninginneweg 155c,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 13.
20/15/2 M. 26 Mei 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 5 dezer Afd. Algemeene
Zaken Ref.M/M bericht ik U, dat aan het daarin vervatte verzoek
niet kan worden voldaan, omdat - nog daargelaten of er andere,
markttechnische, bezwaren tegen het toelaten van Van Oers tot de
markten bestaan - artikel 75 van de Algemeene Politieverordening
van Amsterdam onder meer het houden van "vertooningen" op den
openbaren weg verbiedt, waaronder ook de wijze van werken van Van
Oers op de markten moet worden begrepen.
De Directeur, Deze ambtelijke brief is een formele afwijzing van een verzoek om een zeker persoon, genaamd Van Oers, toe te laten tot de Amsterdamse markten. De afwijzing wordt juridisch onderbouwd met een verwijzing naar artikel 75 van de Algemeene Politieverordening (APV) van Amsterdam. Dit artikel verbiedt "vertooningen" op de openbare weg. De directeur stelt dat de specifieke werkwijze van Van Oers als een dergelijke verboden vertoning moet worden beschouwd. Dit suggereert dat Van Oers mogelijk een standwerker was die met een zekere mate van spektakel of theater zijn waren aan de man bracht, wat volgens de toenmalige regels niet was toegestaan. Het document dateert van mei 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De geadresseerde, het **Front van Nering en Ambacht**, was een nationaalsocialistische organisatie die door de bezetter was ingesteld om de bestaande middenstandsorganisaties te vervangen en te gelijkschakelen.
De brief illustreert de interactie tussen het ambtelijk apparaat van de gemeente Amsterdam en de nieuwe, door de nazi's gecontroleerde maatschappelijke structuren. Ondanks de politieke lading van de geadresseerde organisatie, blijft de toon van de brief strikt bureaucratisch en gebaseerd op de bestaande plaatselijke verordeningen. Het gebruik van het woord "vertooningen" wijst op een strenge handhaving van de openbare orde en marktreglementen in die periode. Gemeente Amsterdam
Samenvatting
Deze ambtelijke brief is een formele afwijzing van een verzoek om een zeker persoon, genaamd Van Oers, toe te laten tot de Amsterdamse markten. De afwijzing wordt juridisch onderbouwd met een verwijzing naar artikel 75 van de Algemeene Politieverordening (APV) van Amsterdam. Dit artikel verbiedt "vertooningen" op de openbare weg. De directeur stelt dat de specifieke werkwijze van Van Oers als een dergelijke verboden vertoning moet worden beschouwd. Dit suggereert dat Van Oers mogelijk een standwerker was die met een zekere mate van spektakel of theater zijn waren aan de man bracht, wat volgens de toenmalige regels niet was toegestaan.
Historische Context
Het document dateert van mei 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De geadresseerde, het Front van Nering en Ambacht, was een nationaalsocialistische organisatie die door de bezetter was ingesteld om de bestaande middenstandsorganisaties te vervangen en te gelijkschakelen.
De brief illustreert de interactie tussen het ambtelijk apparaat van de gemeente Amsterdam en de nieuwe, door de nazi's gecontroleerde maatschappelijke structuren. Ondanks de politieke lading van de geadresseerde organisatie, blijft de toon van de brief strikt bureaucratisch en gebaseerd op de bestaande plaatselijke verordeningen. Het gebruik van het woord "vertooningen" wijst op een strenge handhaving van de openbare orde en marktreglementen in die periode.