Archiefdocument
Origineel
17 september 1941 W.L.M. (vermoedelijk een ambtenaar van de Dienst van het Marktwezen) Onbekend (geadresseerd als "U") [Linksboven in de marge:]
Aanwijzing tijdelijke
hulpmarkt van de
brandstoffenmarkt
[Rechtsboven:]
A'dam, 17/9 1941
W. L. M.
21/3/257 [in rood potlood]
8h/41.148 [in zwart potlood]
Hiermede heb ik de eer U te
berichten, dat de brandstoffenfirma
Gebr. Reeflang, die ~~gevestigd is aan~~
~~den Prinsengracht~~ gaat naar de Prinsengracht, een opslagterrein heeft
gehuurd aan den Westerdoksdijk tegenover
de Westerdokskade voor den opslag van
brandstoffen. ~~In dit verband hiermede~~ Met het oog op het voorafgaande
komt het veelvuldig voor, dat de brand-
stoffenschepen dezer firma vóór en
nabij van dit opslagterrein gemeerd
liggen.
Ten einde van deze vaartuigen
het brandstoffenmarktgeld te kunnen
invorderen, heb ik de eer, U beleefd te
verzoeken wel te willen bevorderen, dat
bij Besluit van B. & W., overeenkomstig het
bepaalde in artikel 7 lid 2 van de Verordening
op den dienst van het Marktwezen, wordt
aangewezen tot tijdelijke hulpmarkt
van de brandstoffenmarkt, het openbaar
gemeentewater van het Westerdok, begrensd
door het terrein, gelegen tusschen het Wester-
dok en de Westerdoksdijk over een lengte
[...] De brief is een formeel ambtelijk verzoek om een specifiek deel van het openbare gemeentewater in het Westerdok te Amsterdam aan te wijzen als "tijdelijke hulpmarkt" voor brandstoffen.
De aanleiding is de verhuizing van de firma Gebroeders Reeflang naar een nieuw opslagterrein aan de Westerdoksdijk. Omdat hun brandstoffenschepen daar nu regelmatig aangemeerd liggen, wil de betreffende dienst (waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen) dit water officieel als markt aanwijzen. Hierdoor krijgt de gemeente de wettelijke basis om "brandstoffenmarktgeld" (een vorm van havengeld of marktgeld) te kunnen innen bij deze vaartuigen. De schrijver beroept zich hiervoor op artikel 7 lid 2 van de Verordening op de dienst van het Marktwezen. Dit document stamt uit september 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een grote schaarste aan brandstoffen (zoals kolen en hout), die strikt door de overheid werden gereguleerd.
De administratieve precisie waarmee de gemeente Amsterdam probeerde marktgeld te innen, laat zien dat de ambtelijke molens ondanks de oorlogstoestand gewoon doordraaiden. Het Westerdok was destijds een belangrijk logistiek knooppunt voor de overslag van goederen per schip. Bedrijven als de Gebroeders Reeflang speelden een cruciale rol in de distributie van brandstoffen aan de bevolking en bedrijven in de stad. Het aanwijzen van een "hulpmarkt" was een bureaucratische oplossing om flexibel in te spelen op veranderende locaties van handel en opslag in de stad.