Handgeschreven brief (correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (correspondentie). 13 september 1941. L. de Bock, Nieuwe Keizersgracht tegenover 96, Amsterdam. Den WelEd. Heer Inspecteur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam West. [Linksboven:]
№ 21/20/1 M. 1941 16/9
[Rechtsboven:]
Amsterdam, 13 September 1941
Den WelEd Heer Inspecteur vh Marktwezen
Jan v. Galenstraat
Amsterdam West.
Wel Ed. Heer,
Hiermede bericht ik U dat ik
mijn schip liggende Nieuwe Keizersgracht t/o 96
verkocht heb en dit volgende week weggehaald
wordt om te worden gesloopt.; daar ik wegens
ouderdom verplicht word, mijn zaken aan
den kant te doen. Ik zeg ik dan hiermede
de ligging op, hetwelk tot en met September
door mij betaald is.
Hoogachtend,
L. de Bock
L. de Bock
Nieuwe Keizersgracht tegenover 96.
Amsterdam Centrum
[Aantekening onderaan:]
Volgens mededeeling van contr. Reymer
is het vaartuig per 30/9 41 van de brand-
stoffenmarkt vertrokken.
[Rechtsonder:]
21 In deze brief stelt de heer L. de Bock de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam op de hoogte van de verkoop van zijn schip. Het vaartuig lag afgemeerd aan de Nieuwe Keizersgracht, ter hoogte van nummer 96. De afzender geeft aan dat hij vanwege zijn hoge leeftijd ("ouderdom") genoodzaakt is te stoppen met zijn zakelijke activiteiten ("zaken aan den kant te doen").
Het schip zal de week volgend op de brief worden weggesleept voor de sloop. De afzender zegt formeel de huur van de ligplaats op, waarbij hij opmerkt dat de betaling reeds voldaan is tot en met het einde van september.
Onderaan de brief is een ambtelijke notitie toegevoegd, gebaseerd op informatie van een controleur genaamd Reymer. Hieruit blijkt dat het schip op 30 september 1941 daadwerkelijk is vertrokken van de zogenaamde "brandstoffenmarkt". Dit duidt erop dat De Bock handelde in brandstoffen (zoals kolen of hout) vanaf zijn schip. De brief dateert uit september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was het Marktwezen een cruciaal gemeentelijk orgaan dat toezicht hield op de handel en de verdeling van schaarse goederen.
De "brandstoffenmarkt" op het water was een specifiek fenomeen in het Amsterdamse stadsbeeld. Omdat veel huizen en bedrijven afhankelijk waren van kolen en hout voor verwarming, lagen er verspreid over de grachten handelsschepen die fungeerden als drijvende opslag en verkooppunt. De Nieuwe Keizersgracht was een van de locaties waar dergelijke schepen mochten liggen.
De beslissing om in 1941 "de zaken aan de kant te doen" kan louter te maken hebben met de leeftijd van de eigenaar, maar de toenemende schaarste, distributieregelingen en de druk van de bezetting kunnen ook een rol hebben gespeeld bij de keuze om een bedrijf te beëindigen en het schip naar de sloop te sturen in plaats van het door te verkopen voor verdere vaart. L. de Bock Marktwezen
Samenvatting
In deze brief stelt de heer L. de Bock de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam op de hoogte van de verkoop van zijn schip. Het vaartuig lag afgemeerd aan de Nieuwe Keizersgracht, ter hoogte van nummer 96. De afzender geeft aan dat hij vanwege zijn hoge leeftijd ("ouderdom") genoodzaakt is te stoppen met zijn zakelijke activiteiten ("zaken aan den kant te doen").
Het schip zal de week volgend op de brief worden weggesleept voor de sloop. De afzender zegt formeel de huur van de ligplaats op, waarbij hij opmerkt dat de betaling reeds voldaan is tot en met het einde van september.
Onderaan de brief is een ambtelijke notitie toegevoegd, gebaseerd op informatie van een controleur genaamd Reymer. Hieruit blijkt dat het schip op 30 september 1941 daadwerkelijk is vertrokken van de zogenaamde "brandstoffenmarkt". Dit duidt erop dat De Bock handelde in brandstoffen (zoals kolen of hout) vanaf zijn schip.
Historische Context
De brief dateert uit september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was het Marktwezen een cruciaal gemeentelijk orgaan dat toezicht hield op de handel en de verdeling van schaarse goederen.
De "brandstoffenmarkt" op het water was een specifiek fenomeen in het Amsterdamse stadsbeeld. Omdat veel huizen en bedrijven afhankelijk waren van kolen en hout voor verwarming, lagen er verspreid over de grachten handelsschepen die fungeerden als drijvende opslag en verkooppunt. De Nieuwe Keizersgracht was een van de locaties waar dergelijke schepen mochten liggen.
De beslissing om in 1941 "de zaken aan de kant te doen" kan louter te maken hebben met de leeftijd van de eigenaar, maar de toenemende schaarste, distributieregelingen en de druk van de bezetting kunnen ook een rol hebben gespeeld bij de keuze om een bedrijf te beëindigen en het schip naar de sloop te sturen in plaats van het door te verkopen voor verdere vaart.