Archiefdocument
Origineel
(Linksboven in de marge:)
Onder verwijz. naar
telef. bespr. met Wikke
op afd. Belastingzaken
(Bovenaan midden:)
Meld. Com. [?]
(Hoofdtekst:)
Berichten, dat aangezien bekend was
(zie schrijven d.d. [...] v/d Hakkert) dat
fa. Hakkert had moeten liquideeren
terwijl ook bekend was dat beide zaken
Beethovenstraat en P.C. Hooftstr.
waren gesloten, terwijl de strijkbaan
vanwege fa. Hakkert of door de heren
der fa. Hakkert clandestien werd
gevoerd (dan wel als standplaats ingenomen),
zijn op grond van het feit dat
de noodzakelijke voorwaarden tot
toelating tot de C.M. ten opzichte
fa. Hakkert zijn vervallen, en de
leden der fa. en hun personeel geen
toegang meer tot de C.M. verleend.
(Midden in de linkermarge:)
Tevens wordt daar
nader onderzoek
ingesteld
Van liquidaties wordt officieel
mededeeling gedaan.—
In de afd. C.M. fa. Presser uit
mededeelingen van die fa.
gebleken dat zij ook bevel tot
liquidatie heeft gekregen. Deze
fa. zou alsnog trachten hiervoor
ontheffing te krijgen. Uit een
nader bericht gebleken, dat dit
alsnog niet is gelukt. Dit inmiddels
bij de betrokkenen in feite nagezocht.
(Linksonder in cirkel:)
M. Br.
informeert
of reeds
ontheffing is
verleend De notitie legt de nadruk op de controle op Joodse ondernemers die ondanks een liquidatiebevel hun activiteiten trachten voort te zetten:
* Firma Hakkert: Bekend als een prominente muziekhandel in Amsterdam. Hoewel hun officiële winkelpanden gesloten zijn, rapporteert de ambtenaar dat zij clandestien een 'strijkbaan' (een type standplaats) op de C.M. (Centrale Markt) exploiteren. Er wordt geoordeeld dat zij hiervoor geen recht meer hebben en de toegang wordt ontzegd.
* Firma Presser: Ook een firma die onder het liquidatiebevel valt. Het document vermeldt hun mislukte poging om een "ontheffing" (vrijstelling) van de maatregel te verkrijgen.
* Handhaving: De notitie toont de bureaucratische nauwkeurigheid waarmee de bezetter en meewerkende instanties (zoals Belastingzaken) Joodse ondernemers uit het economische verkeer weerden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog voerden de nazi's de "Entjudung" van het bedrijfsleven door. Joodse winkels en firma's moesten worden geliquideerd of onder een niet-Joodse 'Verwalter' (bewindvoerder) worden gesteld. De Centrale Markt (C.M.) in Amsterdam was een belangrijke plek waar Joodse handelaren in de loop van 1941 werden verbannen. Veel ondernemers probeerden via formele ontheffingsaanvragen of clandestiene handel hun broodwinning te behouden, maar stuitten op de systematische uitsluiting die in documenten zoals dit werd vastgelegd. M. Br P.C. Hooftstr P.C. Hooftstraat
Samenvatting
De notitie legt de nadruk op de controle op Joodse ondernemers die ondanks een liquidatiebevel hun activiteiten trachten voort te zetten:
* Firma Hakkert: Bekend als een prominente muziekhandel in Amsterdam. Hoewel hun officiële winkelpanden gesloten zijn, rapporteert de ambtenaar dat zij clandestien een 'strijkbaan' (een type standplaats) op de C.M. (Centrale Markt) exploiteren. Er wordt geoordeeld dat zij hiervoor geen recht meer hebben en de toegang wordt ontzegd.
* Firma Presser: Ook een firma die onder het liquidatiebevel valt. Het document vermeldt hun mislukte poging om een "ontheffing" (vrijstelling) van de maatregel te verkrijgen.
* Handhaving: De notitie toont de bureaucratische nauwkeurigheid waarmee de bezetter en meewerkende instanties (zoals Belastingzaken) Joodse ondernemers uit het economische verkeer weerden.
Historische Context
Tijdens de Tweede Wereldoorlog voerden de nazi's de "Entjudung" van het bedrijfsleven door. Joodse winkels en firma's moesten worden geliquideerd of onder een niet-Joodse 'Verwalter' (bewindvoerder) worden gesteld. De Centrale Markt (C.M.) in Amsterdam was een belangrijke plek waar Joodse handelaren in de loop van 1941 werden verbannen. Veel ondernemers probeerden via formele ontheffingsaanvragen of clandestiene handel hun broodwinning te behouden, maar stuitten op de systematische uitsluiting die in documenten zoals dit werd vastgelegd.