Handgeschreven bezwaarschrift/verklaring op een archiefkaart.
Origineel
Handgeschreven bezwaarschrift/verklaring op een archiefkaart. 29 september 1943 (datum geschreven rechtsboven); 30 september 1943 (datumstempel). P.J.W. Helder, Anjeliersstraat 119, Amsterdam-Centrum (Wijk 9). No 20/20/8 a [onleesbaar krabbel in rood] 29/9/43
No. 20/20/8c M. 1943 30/9
Mijnheer
Ik P.J.W. Helder Anjeliersstr 119
Amsterdam centrum wijk 9.
Deze ambtenaar die mij
gecontroleerd heeft dat ik
zonder bon verkocht heb
is absoluut abuis.
Toen ik op de markt stond
met koek of gebak
heb ik ten eerste niets
verkocht toen de ambtenaar
aanwezig was.
En wie zijn deze personen
waar ik zonder bon aan
verkocht heeft? [Nummer 20/20/8 d in rood over tekst geschreven]
Zeer gaarne wens ik een
nieuw onderzoek daar mijn
gezin door deze strafmaat-
regel ernstig gedupeerd is
In afwachting P J W Helder. * Inhoud: De afzender, P.J.W. Helder, ontkent met klem dat hij op de markt koek of gebak heeft verkocht zonder de verplichte distributiebonnen. Hij beticht de controlerende ambtenaar van een vergissing ("absoluut abuis").
* Argumentatie: Helder voert twee argumenten aan: 1) Hij heeft niets verkocht op het moment dat de ambtenaar aanwezig was, en 2) hij vraagt om bewijs door te informeren naar de identiteit van de vermeende kopers.
* Sociaal-economische impact: De schrijver benadrukt de ernst van de situatie door te wijzen op de gevolgen voor zijn gezin. De "strafmaatregel" (waarschijnlijk een boete of intrekking van de vergunning) raakt zijn inkomen direct.
* Schrijfstijl: Het handschrift is verzorgd en de toon is formeel-beleefd, kenmerkend voor correspondentie met overheidsinstanties in die periode. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was bijna alles "op de bon". Om de schaarste te beheersen, mochten winkeliers en marktlui alleen goederen verkopen tegen inlevering van distributiebonnen. De Crisis Controle Dienst (CCD) hield hier streng toezicht op. Overtredingen werden zwaar gestraft omdat dit werd gezien als bevordering van de zwarte markt. De Anjeliersstraat ligt in de Jordaan, een Amsterdamse volksbuurt waar de armoede tijdens de oorlog groot was en de handel op de markten (zoals de Westermarkt of Noordermarkt) een cruciale bron van inkomsten vormde. P.J.W. Helder
Samenvatting
- Inhoud: De afzender, P.J.W. Helder, ontkent met klem dat hij op de markt koek of gebak heeft verkocht zonder de verplichte distributiebonnen. Hij beticht de controlerende ambtenaar van een vergissing ("absoluut abuis").
- Argumentatie: Helder voert twee argumenten aan: 1) Hij heeft niets verkocht op het moment dat de ambtenaar aanwezig was, en 2) hij vraagt om bewijs door te informeren naar de identiteit van de vermeende kopers.
- Sociaal-economische impact: De schrijver benadrukt de ernst van de situatie door te wijzen op de gevolgen voor zijn gezin. De "strafmaatregel" (waarschijnlijk een boete of intrekking van de vergunning) raakt zijn inkomen direct.
- Schrijfstijl: Het handschrift is verzorgd en de toon is formeel-beleefd, kenmerkend voor correspondentie met overheidsinstanties in die periode.
Historische Context
Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was bijna alles "op de bon". Om de schaarste te beheersen, mochten winkeliers en marktlui alleen goederen verkopen tegen inlevering van distributiebonnen. De Crisis Controle Dienst (CCD) hield hier streng toezicht op. Overtredingen werden zwaar gestraft omdat dit werd gezien als bevordering van de zwarte markt. De Anjeliersstraat ligt in de Jordaan, een Amsterdamse volksbuurt waar de armoede tijdens de oorlog groot was en de handel op de markten (zoals de Westermarkt of Noordermarkt) een cruciale bron van inkomsten vormde.