Brief (doorslag van een officieel ambtelijk schrijven).
Origineel
Brief (doorslag van een officieel ambtelijk schrijven). 28 september 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. (Handgeschreven in blauwe inkt bovenaan): Verzonden 28/9
20/20/8b M. 1 28 September 1943. SV
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
In bijlage dezes heb ik de eer U te
doen toekomen, afschrift van een rapport op
13 September jl. opgemaakt door een ambte-
naar van mijn dienst waaruit blijkt, dat
P.J. Helder, geboren 3 September 1893, wonende
Anjelierstraat 119 huis, alhier en J.E. Helder-
Stevens, geboren 1 November 1893, wonende
Anjelierstraat 119 huis, alhier zich hebben
schuldig gemaakt aan overtreding van de
distributievoorschriften, namelijk het ver-
koopen van gebak zonder bon.
Op grond hiervan heb ik P.J. Helder
en J.E. Helder-Stevens voornoemd met ingang
van Dinsdag 28 September 1943 het recht ont-
zegd om gedurende 14 dagen een plaats op een
der markten te dezer stede in te nemen.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken
wel te willen bevorderen, dat in aansluiting
op mijn straf genoemde kooplieden bij Besluit
van den Burgemeester het recht tot het in-
nemen van een plaats op een der markten hier
ter stede voor onbepaalden tijd wordt ont-
nomen, op grond van het bepaalde in artikel
39 van het Reglement op de Markten en wel met
ingang van Dinsdag 12 October aanstaande.
De Directeur, Dit document is een ambtelijke voordracht tot een zware tuchtrechtelijke sanctie tegen twee marktkooplieden in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het echtpaar Helder-Stevens, wonend in de Anjelierstraat (Jordaan), is betrapt op het verkopen van gebak zonder de verplichte distributiebonnen.
De directeur van de betreffende dienst heeft reeds een tijdelijke schorsing van 14 dagen opgelegd (een bevoegdheid die direct kon worden uitgeoefend). Hij verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen echter om bij de Burgemeester aan te dringen op een definitieve uitsluiting ("voor onbepaalden tijd") van alle markten in de stad. De juridische basis hiervoor is artikel 39 van het toenmalige Marktreglement. Het taalgebruik is uiterst formeel en typerend voor de bureaucratie van die tijd. De brief dateert uit september 1943, een periode waarin de voedselschaarste in bezet Nederland groot was en het distributiesysteem strikt werd gehandhaafd. Overtredingen zoals de verkoop van goederen zonder bonnen werden beschouwd als economische delicten die de stabiliteit van de voedselvoorziening in gevaar brachten.
De context van Amsterdam is hier van belang: de Anjelierstraat ligt in de Jordaan, een volksbuurt waar de markt (zoals de nabijgelegen Westerstraat of Lindengracht) een cruciale rol speelde in de dagelijkse overleving. De burgemeester van Amsterdam in 1943 was de door de Duitsers aangestelde E.J. Voûte. Het harde optreden tegen deze kleine ondernemers past in het beleid van de bezetter en het collaborerende stadsbestuur om via zware straffen de zwarte handel en distributiefraude in te dammen. E.J. Vo J.E. Helder P.J. Helder