Brief (doorslag van een getypt schrijven)
Origineel
Brief (doorslag van een getypt schrijven) 25 november 1943 De Directeur (van de Amsterdamse Markten) Den Heer J.A. Voers, Menadostraat 10, Amsterdam-Oost. 20/20/14a M.
[Handgeschreven in paars: extra]
SV
25 November 1943.
Den Heer J.A. Voers
Menadostraat 10
Amsterdam-Oost.
==============
Mij is gerapporteerd, dat U op Uw plaats in de Dappestraat doordat U aldaar gebak en/of koek zonder bon verkoopt, de distributievoorschriften niet naleeft. U brengt daardoor de goede orde op die markt in gevaar.
In verband met deze overtreding heb ik U ingevolge artikel 39 van het Reglement op de Markten gestraft met ontneming van het recht tot het innemen van een plaats op een der markten te dezer stede voor den tijd van 14 dagen, namelijk van Maandag 29 November tot en met Zondag 12 December 1943, terwijl aan den Burgemeester de vraag zal worden voorgelegd of U voor langeren tijd moet worden uitgesloten.
De Directeur, Dit document is een officiële kennisgeving van een strafmaatregel opgelegd aan een marktkraamhouder, J.A. Voers. De aanleiding is een overtreding van de distributievoorschriften: de verkoop van gebak of koek zonder de vereiste distributiebonnen op de markt in de Dapperstraat te Amsterdam.
De straf bestaat uit een tijdelijk marktverbod van 14 dagen (van 29 november tot 12 december 1943) voor alle markten in de stad. De brief kondigt tevens aan dat er bij de burgemeester een verzoek zal worden ingediend voor een mogelijke uitsluiting voor langere termijn, wat duidt op de ernst waarmee dergelijke economische overtredingen destijds werden bestraft. De brief dateert uit november 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van grote schaarste en een strikt distributiesysteem voor voedsel en goederen. Verkoop "buiten de bon om" werd gezien als een economisch delict dat de voedselvoorziening en de openbare orde ondermijnde.
De markt in de Dapperstraat is historisch gezien een van de belangrijkste markten van Amsterdam-Oost. De handhaving van de regels lag bij de Directeur van de Markten, maar voor zware straffen (zoals langdurige uitsluiting) was de medewerking van de burgemeester nodig. In 1943 was Edward Voûte de door de bezetter aangestelde (NSB) burgemeester van Amsterdam. Dit document illustreert hoe lokale reglementen werden ingezet om de bezettingseconomie te controleren. J.A. Voers NSB
Samenvatting
Dit document is een officiële kennisgeving van een strafmaatregel opgelegd aan een marktkraamhouder, J.A. Voers. De aanleiding is een overtreding van de distributievoorschriften: de verkoop van gebak of koek zonder de vereiste distributiebonnen op de markt in de Dapperstraat te Amsterdam.
De straf bestaat uit een tijdelijk marktverbod van 14 dagen (van 29 november tot 12 december 1943) voor alle markten in de stad. De brief kondigt tevens aan dat er bij de burgemeester een verzoek zal worden ingediend voor een mogelijke uitsluiting voor langere termijn, wat duidt op de ernst waarmee dergelijke economische overtredingen destijds werden bestraft.
Historische Context
De brief dateert uit november 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van grote schaarste en een strikt distributiesysteem voor voedsel en goederen. Verkoop "buiten de bon om" werd gezien als een economisch delict dat de voedselvoorziening en de openbare orde ondermijnde.
De markt in de Dapperstraat is historisch gezien een van de belangrijkste markten van Amsterdam-Oost. De handhaving van de regels lag bij de Directeur van de Markten, maar voor zware straffen (zoals langdurige uitsluiting) was de medewerking van de burgemeester nodig. In 1943 was Edward Voûte de door de bezetter aangestelde (NSB) burgemeester van Amsterdam. Dit document illustreert hoe lokale reglementen werden ingezet om de bezettingseconomie te controleren.