Ambtelijke brief/correspondentie.
Origineel
Ambtelijke brief/correspondentie. 17 december 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Markthallen of de Dienst van het Marktwezen). 20/20/16b M 1 17 December 1943. SV.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
===========
In bijlage dezes heb ik de eer U te
doen toekomen, afschriften van een tweetal
rapporten op 6 December jl. opgemaakt door
een ambtenaar van mijn dienst waaruit blijkt,
dat N.v.d. Waals, geboren 16 Augustus 1901,
wonende Hudsonstraat 64 huis, alhier en
K.J. Landzaat, geboren 13 September 1900, won-
de Dapperplein 18 huis, alhier zich hebben
schuldig gemaakt aan overtreding van de
distributievoorschriften, namelijk het ver-
koopen van gebak zonder bon.
Op grond hiervan heb ik v.d. Waals en
Landzaat voornoemd met ingang van Vrijdag 17
December het recht ontzegd om gedurende 14
dagen een plaats op een der markten te dezer
stede in te nemen.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken
wel te willen bevorderen, dat in aansluiting
op mijn straf genoemde kooplieden bij Besluit
van den Burgemeester het recht tot het in-
nemen van een plaats op een der markten ter
stede voor onbepaalden tijd wordt ontnomen, op
grond van het bepaalde in artikel 39 van het
Reglement op de Markten en wel met ingang van
Vrijdag 31 December 1943.
De Directeur, * Kernboodschap: De brief betreft de bestraffing van twee marktkooplieden wegens het overtreden van de distributieregels.
* Betrokkenen:
* N.v.d. Waals: Geboren op 16 augustus 1901, woonachtig aan de Hudsonstraat 64 huis (Amsterdam).
* K.J. Landzaat: Geboren op 13 september 1900, woonachtig aan het Dapperplein 18 huis (Amsterdam).
* Overtreding: Het verkopen van gebak zonder de vereiste distributiebonnen.
* Sancties:
1. Een directe schorsing van 14 dagen van alle markten in de stad door de Directeur, ingaande op 17 december 1943.
2. Een verzoek aan de Wethouder om bij de Burgemeester te bewerkstelligen dat beide personen voor onbepaalde tijd hun marktvergunning verliezen per 31 december 1943. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanwege de grote tekorten was bijna elk voedingsmiddel "op de bon" (gerantsoeneerd). De controle op de naleving van deze distributievoorschriften was uiterst streng. Het verkopen van schaarse goederen zoals gebak (waarvoor schaarse ingrediënten als meel en suiker nodig waren) zonder bonnen werd gezien als economische sabotage of "zwarte handel".
De genoemde locaties (Hudsonstraat en Dapperplein) bevestigen dat het hier om Amsterdam gaat. De brief illustreert de nauwe samenwerking tussen de gemeentelijke diensten (Marktwezen), het college (Wethouder) en de Burgemeester om via administratieve weg hard op te treden tegen overtreders van de distributiewetgeving. In deze periode stond de Amsterdamse burgemeester (E.J. Voûte) onder direct toezicht van de bezetter. E.J. Vo K.J. Landzaat Marktwezen