Ambtsbrief/circulaire van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Ambtsbrief/circulaire van de Gemeente Amsterdam. Vermoedelijk begin 1944 (gezien de verwijzing naar het dienstjaar 1943 en de deadline van "12 Maart a.s."). De Burgemeester van Amsterdam, E.J. Voûte. (Voorts gelieve U op te geven het aantal bij U in dienst zijnde
schoonmaaksters, die t.z.t. recht op pensioen kunnen doen
gelden en voor wie geen vereveningsheffing verschuldigd is);
d. het aantal G.A.R. reservisten, dat in 1943 bij Uw dienst was
gedetacheerd. Hierin zijn niet te begrijpen degenen, die in
den loop van het dienstjaar 1943 bij Uw dienst werden aan-
gesteld ;
e. het bedrag aan salaris of loon, dat van gemeentewege aan
krijgsgevangen reserve- en dienstplichtig personeel tijdens
de krijgsgevangenschap over 1943 is uitbetaald, met opgave
van naam, functie en het bedrijfsnummer van het verzekerings-
plichtige bedrijf in den zin der Ongevallenwet 1921, waarbij
zij werkzaam waren, alsmede van het tijdvak, dat zij te dezer
zake afwezig zijn geweest;
f. het bedrag, door Uw dienst uitbetaald als kraamgeld aan
gezinsleden van ambtenaren, werklieden en arbeidscontrac-
tanten zonder stamkaart, die daarop geen aanspraak krachtens
de Ziektewet konden doen gelden.
Tevens maak ik van deze gelegenheid gebruik U, voorzoover
nodig er aan te herinneren, dat de schutbladen van gedurende
het dienstjaar 1943 gebruikte ziekenfondspremiecoupons vóór
12 Maart a.s. moeten worden ingeleverd op kamer 192, Raadhuis.
Latere inlevering kan medebrengen, dat de geldswaarde niet meer
met de over 1943 verschuldigde premie kan worden verrekend.
De Burgemeester van Amsterdam,
Voûte
de Gemeentesecretaris,
J. F. Franken
[Handgeschreven in de kantlijn/tekst:]
* Linksboven (blauw): 2
* Links van punt e (blauw potlood): nihil
* Links van punt f (blauw potlood): nihil Dit document is een administratieve uitvraag van het Amsterdamse gemeentebestuur aan een specifieke gemeentelijke dienst. De brief richt zich op de financiële en personele afwikkeling van het jaar 1943.
De belangrijkste punten in de uitvraag zijn:
* Personeel: Informatie over pensioengerechtigde schoonmaaksters en reservisten van de G.A.R. (Gemeente Amsterdam Reserve).
* Krijgsgevangenen: Een specifiek verzoek om loongegevens van personeel dat in 1943 in Duitse krijgsgevangenschap verbleef. Dit is een direct gevolg van de maatregel uit 1943 waarbij Nederlandse militairen opnieuw in krijgsgevangenschap werden weggevoerd.
* Sociale voorzieningen: Uitbetalingen van kraamgeld aan personeel zonder "stamkaart" (distributiestamkaart/registratie), die buiten de reguliere Ziektewet vielen.
* Administratieve deadline: Een herinnering voor het inleveren van ziekenfondscoupons bij het Raadhuis (destijds het Prinsenhof aan de Oudezijds Voorburgwal).
De handgeschreven aantekeningen "nihil" bij de punten e en f geven aan dat de betreffende dienst aan wie dit exemplaar was gericht, geen relevante gevallen of betalingen had voor deze categorieën. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Edward Voûte was de door de bezetter aangestelde (en pro-Duitse) burgemeester van Amsterdam. De bureaucratie van de stad draaide tijdens de bezetting op volle toeren door.
De verwijzing naar "krijgsgevangen personeel" in 1943 is historisch saillant; in april 1943 beval generaal Christiansen dat de leden van de voormalige Nederlandse krijgsmacht zich moesten melden voor terugkeer in krijgsgevangenschap, wat leidde tot de landelijke April-meistakingen. Uit dit document blijkt dat de gemeente Amsterdam het loon van haar in gevangenschap weggevoerde werknemers (deels) bleef doorbetalen of adminstreren. De vermelding van "zonder stamkaart" bij punt f wijst op de strikte controle van de bezetter op de bevolkingsregistratie en distributie. E.J. Vo F. Franken J.F. Franken Gemeente Amsterdam