Archiefdocument
Origineel
DIENST VAN HET MARKTWEZEN
te
A M S T E R D A M
Bijlage: Aanhoudings P. V.
Nº 20/1/10 M. 1944 26/7
R A P P O R T
Ondergeteekenden, J. H. de Grebber en J. P. N. Boon,
beiden Ambtenaar bij het Marktwezen, rapporteeren U het volgende:
Op Maandag, 24 Juli 1944, bevonden wij ons ter contrôle
op de weekmarkt "NOORDERMARKT" alhier. Wij zagen aldaar, dat
door een vrouw aan het aldaar aanwezige publiek dames kousen
tegen F. 25.- per paar en heerensokken tegen F. 11.- per paar
werden aangeboden.
Wij hebben de vrouw, die ons desgevraagd opgaf te zijn
genaamd; IDA OVERVLIET, geboren te Amsterdam, 4 September 1879,
huisvrouw van J. G. Runneburg en wonende te Amsterdam, 2e
Breeuwerstraat no. 1, aangehouden en overgebracht naar het Bu-
reau van de Economische Dienst der Staatspolitie alhier. 5 paar
zijden dameskousen en 3 paar heerensokken zijn door ons in be-
slaggenomen en gedeponeerd aan het hierboven bedoelde Bureau.
Tegen de vrouw is Proces-Verbaal opgemaakt terzake overtreding
van art. 6 van het Prijsbeheerschingsbesluit.
Waarvan dit rapport te Amsterdam op 25 Juli 1944.
De Ambtenaren voornoemd,
(w.g. handtekeningen J.H. de Grebber en J.P.N. Boon)
Aan
Den Hr, Inspecteur v.h. Marktwezen
A L H I E R
(Handgeschreven in de kantlijn:)
Gezien
26-7-44
(onleesbare paraaf) Het betreft een officieel verslag van twee marktmeesters over een incident op de Amsterdamse Noordermarkt. De kern van het rapport is de arrestatie van een 64-jarige vrouw, Ida Overvliet, die op de markt textielwaren verkocht tegen woekerprijzen. Zij vroeg 25 gulden voor een paar zijden dameskousen en 11 gulden voor herensokken, wat in die tijd extreem hoge prijzen waren. De ambtenaren hebben de goederen in beslag genomen en de vrouw overgedragen aan de Economische Dienst van de Staatspolitie. De aanklacht luidt: overtreding van artikel 6 van het Prijsbeheerschingsbesluit. Dit document is een direct bewijs van de economische situatie in Nederland tijdens de Duitse bezetting in de zomer van 1944. Door de enorme schaarste aan goederen bloeide de zwarte handel op. Om de inflatie te beheersen en de zwarte markt de kop in te drukken, handhaafde de bezetter (via de Nederlandse politie en inspectiediensten) een streng Prijsbeheerschingsbesluit. De controleurs van de Dienst van het Marktwezen speelden een actieve rol in het opsporen van prijsopdrijving op de lokale markten. De genoemde prijzen (25 gulden voor kousen) illustreren de wanverhouding tussen de officiële prijzen en de zwarte marktprijzen kort voor de Hongerwinter. De overdracht aan de Staatspolitie wijst op de strafrechtelijke ernst waarmee dergelijke economische vergrijpen in die periode werden behandeld. G. Runneburg H. de Grebber J.H. de Grebber J.P.N. Boon N. Boon Marktwezen Politie
Samenvatting
Het betreft een officieel verslag van twee marktmeesters over een incident op de Amsterdamse Noordermarkt. De kern van het rapport is de arrestatie van een 64-jarige vrouw, Ida Overvliet, die op de markt textielwaren verkocht tegen woekerprijzen. Zij vroeg 25 gulden voor een paar zijden dameskousen en 11 gulden voor herensokken, wat in die tijd extreem hoge prijzen waren. De ambtenaren hebben de goederen in beslag genomen en de vrouw overgedragen aan de Economische Dienst van de Staatspolitie. De aanklacht luidt: overtreding van artikel 6 van het Prijsbeheerschingsbesluit.
Historische Context
Dit document is een direct bewijs van de economische situatie in Nederland tijdens de Duitse bezetting in de zomer van 1944. Door de enorme schaarste aan goederen bloeide de zwarte handel op. Om de inflatie te beheersen en de zwarte markt de kop in te drukken, handhaafde de bezetter (via de Nederlandse politie en inspectiediensten) een streng Prijsbeheerschingsbesluit. De controleurs van de Dienst van het Marktwezen speelden een actieve rol in het opsporen van prijsopdrijving op de lokale markten. De genoemde prijzen (25 gulden voor kousen) illustreren de wanverhouding tussen de officiële prijzen en de zwarte marktprijzen kort voor de Hongerwinter. De overdracht aan de Staatspolitie wijst op de strafrechtelijke ernst waarmee dergelijke economische vergrijpen in die periode werden behandeld.