Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 24 februari 1941 (verzonden op 26 februari 1941). De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst). [Handgeschreven, boven midden:] Verzonden 26/2
[Handgeschreven, rechtsboven:] M. de Leeuw
[Handgeschreven, rechtsboven:] HG.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
20/1/8 M. 24 Februari 1941.
Ten vervolge op mijn brief d.d. 17 Februari jl.(No.20/1/7 M.)
heb ik de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat
het navolgende communiqué van Burgemeester en Wethouders deze week
in de pers wordt opgenomen:
"Burgemeester en Wethouders van Amsterdam brengen ter open-
bare kennis van marktbezoekers en marktkooplieden, dat de markten
hier ter stede, in verband met de verduisteringsmaatregelen, uiter-
lijk een half uur vóór zonsondergang door de marktkooplieden moeten
zijn ontruimd.
Derhalve moeten de markten op Zaterdag 8 Maart a.s. uiterlijk
om 19 uur zijn ontruimd."
De Directeur, Dit document is een ambtelijke correspondentie binnen het gemeentebestuur van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de brief is een verzoek om een publieke mededeling (communiqué) te plaatsen in de kranten.
De inhoud heeft betrekking op de praktische uitvoering van de verduisteringsvoorschriften. Om te voorkomen dat stadslichten een navigatiehulp vormden voor geallieerde bommenwerpers, moesten alle activiteiten bij zonsondergang gestaakt zijn. Voor de markten betekende dit concreet dat kooplieden hun kramen uiterlijk een half uur voor zonsondergang volledig ontruimd moesten hebben. De specifieke datum van 8 maart 1941 wordt genoemd met een deadline van 19:00 uur.
Het document bevat administratieve sporen zoals de handgeschreven notitie "Verzonden 26/2", wat aangeeft dat de brief twee dagen na opmaak daadwerkelijk is verstuurd. De datum van de brief, 24 februari 1941, is historisch zeer beladen. Dit is de dag direct voorafgaand aan het uitbreken van de Februaristaking (25 en 26 februari 1941), het massale protest in Amsterdam en omstreken tegen de Jodenvervolging door de Duitse bezetter.
Terwijl de stad op het punt stond te exploderen van sociale en politieke onrust, toont dit document de voortgang van de dagelijkse bureaucratie. De gemeentelijke diensten bleven functioneren en hielden zich bezig met de handhaving van verordeningen die door de bezetter waren opgelegd, zoals de verduistering. Het illustreert de paradox van het dagelijks leven onder bezetting: de vermenging van banale administratieve regels met een regime van terreur en onderdrukking. De wethouder voor Levensmiddelen in deze periode was de pro-Duitse Edward Voorwinde.