Archief 745
Inventaris 745-348
Pagina 112
Dossier 55
Jaar 1941
Stadsarchief

Officieel schrijven (afschrift van een circulaire).

27 november 1940. Van: De Secretaris-Generaal, Waarnemend Hoofd van het Departement van Binnenlandsche Zaken. Aan: De gemeentebesturen (in dit geval gericht aan/verwerkt door de gemeente Amsterdam).

Origineel

Officieel schrijven (afschrift van een circulaire). 27 november 1940. De Secretaris-Generaal, Waarnemend Hoofd van het Departement van Binnenlandsche Zaken. De gemeentebesturen (in dit geval gericht aan/verwerkt door de gemeente Amsterdam). No. 534 Bur.G. Afschrift.

DEPARTEMENT VAN BINNENLANDSCHE ZAKEN

No. 49794 Afd. Ambtenarenzaken.

Betreffende ontheffing van
de waarneming van hun func-
tie van Joden.

's-Gravenhage, 27 November 1940.

1 bijl.

Ik heb de eer Uw College hierbij te doen toekomen
afschrift van mijn circulaire dd. heden No. 49794, afdee-
ling Ambtenarenzaken, gericht aan de Colleges van Gede-
puteerde Staten der onderscheidene provincien, met ver-
zoek onverwijld te handelen en te doen handelen, in den
zin als in die circulaire aangegeven.
EL

DE SECRETARIS-GENERAAL
Waarnemend Hoofd van het
DEPARTEMENT VAN BINNENLANDSCHE ZAKEN,

(get.) onleesbaar.

Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris van Amsterdam,

[handtekening: J. F. Franken]

l.s.

A a n

de gemeentebesturen. Dit document is een formele begeleidende brief bij een circulaire van het Departement van Binnenlandsche Zaken. De kernboodschap is de opdracht aan lagere overheden (provincies en gemeenten) om Joodse ambtenaren per direct uit hun functie te ontheffen.

Kernpunten:
* Onverwijlde uitvoering: Er wordt met klem gevraagd om "onverwijld" (zonder uitstel) te handelen.
* Hiërarchie: De order komt van het nationale niveau (Secretaris-Generaal) en wordt via de provincies (Gedeputeerde Staten) doorgestuurd naar de lokale gemeentebesturen.
* Bureaucratische aard: De tekst is opgesteld in een uiterst zakelijke, ambtelijke stijl, wat de gruwelijke aard van de maatregel (uitsluiting op basis van afkomst) maskeert achter administratieve procedures.
* Lokale verwerking: Dit specifieke afschrift is gecertificeerd door de Secretaris van Amsterdam, J.F. Franken, wat aantoont hoe de maatregel in de hoofdstad werd geïmplementeerd. Het document dateert van november 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Dit schrijven vormt een cruciaal onderdeel van de vroege fase van de Jodenvervolging in Nederland: de uitsluiting van Joden uit het openbare leven.

  • De Ariërverklaring: In oktober 1940 moesten alle ambtenaren een 'Ariërverklaring' ondertekenen. Op basis van de gegevens die hiermee werden verzameld, konden de bezetter en de meewerkende Nederlandse bureaucratie precies identificeren wie er als "Joods" werd aangemerkt volgens de rassenwetten van Neurenberg.
  • Ontslag van Joodse ambtenaren: Na de inventarisatie volgde op 21 november 1940 het bevel van Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart om alle Joodse ambtenaren te schorsen. Dit document van 27 november is de ambtelijke uitwerking van dat bevel.
  • Rol van de Secretarissen-Generaal: De Secretaris-Generaal van Binnenlandsche Zaken was destijds K.J. Frederiks. Hoewel veel ambtenaren dachten dat ze door aan te blijven de belangen van de Nederlandse bevolking nog konden dienen, werden zij door dit soort circulaires directe uitvoerders van het nazi-beleid.
  • Maatschappelijke reactie: De schorsing van Joodse ambtenaren leidde op sommige plaatsen tot protest, zoals de beroemde rede van professor Cleveringa in Leiden op 26 november 1940, slechts één dag voor de datum op dit document. In de meeste gemeentelijke organisaties werd de maatregel echter zonder openlijk verzet uitgevoerd.

Samenvatting

Dit document is een formele begeleidende brief bij een circulaire van het Departement van Binnenlandsche Zaken. De kernboodschap is de opdracht aan lagere overheden (provincies en gemeenten) om Joodse ambtenaren per direct uit hun functie te ontheffen.

Kernpunten:
* Onverwijlde uitvoering: Er wordt met klem gevraagd om "onverwijld" (zonder uitstel) te handelen.
* Hiërarchie: De order komt van het nationale niveau (Secretaris-Generaal) en wordt via de provincies (Gedeputeerde Staten) doorgestuurd naar de lokale gemeentebesturen.
* Bureaucratische aard: De tekst is opgesteld in een uiterst zakelijke, ambtelijke stijl, wat de gruwelijke aard van de maatregel (uitsluiting op basis van afkomst) maskeert achter administratieve procedures.
* Lokale verwerking: Dit specifieke afschrift is gecertificeerd door de Secretaris van Amsterdam, J.F. Franken, wat aantoont hoe de maatregel in de hoofdstad werd geïmplementeerd.

Historische Context

Het document dateert van november 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Dit schrijven vormt een cruciaal onderdeel van de vroege fase van de Jodenvervolging in Nederland: de uitsluiting van Joden uit het openbare leven.

  • De Ariërverklaring: In oktober 1940 moesten alle ambtenaren een 'Ariërverklaring' ondertekenen. Op basis van de gegevens die hiermee werden verzameld, konden de bezetter en de meewerkende Nederlandse bureaucratie precies identificeren wie er als "Joods" werd aangemerkt volgens de rassenwetten van Neurenberg.
  • Ontslag van Joodse ambtenaren: Na de inventarisatie volgde op 21 november 1940 het bevel van Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart om alle Joodse ambtenaren te schorsen. Dit document van 27 november is de ambtelijke uitwerking van dat bevel.
  • Rol van de Secretarissen-Generaal: De Secretaris-Generaal van Binnenlandsche Zaken was destijds K.J. Frederiks. Hoewel veel ambtenaren dachten dat ze door aan te blijven de belangen van de Nederlandse bevolking nog konden dienen, werden zij door dit soort circulaires directe uitvoerders van het nazi-beleid.
  • Maatschappelijke reactie: De schorsing van Joodse ambtenaren leidde op sommige plaatsen tot protest, zoals de beroemde rede van professor Cleveringa in Leiden op 26 november 1940, slechts één dag voor de datum op dit document. In de meeste gemeentelijke organisaties werd de maatregel echter zonder openlijk verzet uitgevoerd.

Kooplieden in dit dossier 100

D. Thomas Uilenburg Bretels
A. Brilleman Uilenburg 2e hands kleeding
A. Bruinvelds Nieuwmarkt aard.groenten en fruit
J. Achttienribbe Uilenburg 2e hands kleeding.
A. Elzas Waterlooplein koek, chocolade enz.
A. Goslau Waterlooplein Fruit
J. Agsteribbe Uilenburg 2e hands kleeding.
A. Hovingh Nieuwmarkt versche visch
A.H. Stout Nieuwmarkt haring enz.
A.J. Engelen Uilenburg 2e hands kleeding
S. Aldewereld Waterlooplein bedankt voor Dapperstraat.
A.Leyden-v.Amstel Waterlooplein ondergoederen
Aron Lopes Dias Uilenburg alc.vrije dranken, ger. eetwaren
S. Altschuler Uilenburg 2e hands kleeding.
E. Jansen Nieuwmarkt Stoffen.
A. Schrijver Nieuwmarkt fruit
A.S. Stodel Waterlooplein fruit
A. Stoppelman Nieuwmarkt stoffen
A. Sweyd Uilenburg regenkleeeding
A. Tromp Waterlooplein dekens, fitrage
A. Velleman Uilenburg 2e hands kleeding
V. Kolm Uilenburg fruit
A. Zwarts Uilenburg idem
M.S. Adviseerde Uilenburg Koek en Suikerwerken.
J.H. Barnstein Uilenburg Koek en Suikerwerken.
E. Baumstein meerdere bedankt voor Dapperstraat
B. Brander Waterlooplein fruit
B.Canus Uilenburg versche visch
Betje Clarenburg - Hijman Waterlooplein bedankt voor Dapperstraat
B. Cohen Uilenburg petten
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6