Handgeschreven brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (ambtelijke correspondentie). 19 februari 1941. A'dam, 19/2 1941
W-L.M. 20/2/41 [in rood]
Naar aanleiding van
Uw brief dd. 15 Februari jl.
no. 1680 L.M. 1941, heb ik
de eer U in bijlage dezes
een alphabetische opgave
te zenden, bevattende de
namen, voorletters, geboorte-
data en de adressen van de
marktkooplieden met een
vaste plaats, die levensmid-
delen en kleeding verkoopen
op de markten, welke zijn
gelegen in buurten met
een overwegend Joodsche
bevolking.
[Paraaf/Handtekening]
JD
CH [met rode streep] De brief is een formeel antwoord op een eerdere aanvraag (van 15 februari 1941). De schrijver stuurt een bijlage mee met een alfabetische lijst van marktkooplieden. Deze lijst bevat gedetailleerde persoonsgegevens: namen, voorletters, geboortedata en adressen. Specifiek gaat het om kooplieden met een vaste staanplaats die essentiële goederen (levensmiddelen en kleding) verkopen op markten in Amsterdamse wijken met een "overwegend Joodsche bevolking".
Het taalgebruik is uiterst hoffelijk en ambtelijk ("heb ik de eer U... te zenden"), wat typerend is voor de bureaucratische stijl van die tijd, zelfs voor documenten met een sinistere ondertoon. Dit document stamt uit het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De datum, 19 februari 1941, is zeer saillant: dit is slechts enkele dagen voor de uitbraak van de Februaristaking (25-26 februari 1941), die begon als protest tegen de Jodenvervolging in Amsterdam.
Het document is een illustratie van de administratieve voorbereidingen voor de isolatie en vervolging van de Joodse bevolking. Door nauwkeurig in kaart te brengen welke kooplieden actief waren in Joodse buurten (zoals rondom het Waterlooplein), konden de bezetter en collaborerende instanties gerichte maatregelen nemen. Dit leidde uiteindelijk tot het weren van Joodse kooplieden van openbare markten en de instelling van speciale "Jodenmarkten", als tussenstap naar verdere onteigening en deportatie. Het verzamelen van NAW-gegevens en geboortedata was een essentieel onderdeel van het bureaucratische proces van de Holocaust.
Samenvatting
De brief is een formeel antwoord op een eerdere aanvraag (van 15 februari 1941). De schrijver stuurt een bijlage mee met een alfabetische lijst van marktkooplieden. Deze lijst bevat gedetailleerde persoonsgegevens: namen, voorletters, geboortedata en adressen. Specifiek gaat het om kooplieden met een vaste staanplaats die essentiële goederen (levensmiddelen en kleding) verkopen op markten in Amsterdamse wijken met een "overwegend Joodsche bevolking".
Het taalgebruik is uiterst hoffelijk en ambtelijk ("heb ik de eer U... te zenden"), wat typerend is voor de bureaucratische stijl van die tijd, zelfs voor documenten met een sinistere ondertoon.
Historische Context
Dit document stamt uit het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De datum, 19 februari 1941, is zeer saillant: dit is slechts enkele dagen voor de uitbraak van de Februaristaking (25-26 februari 1941), die begon als protest tegen de Jodenvervolging in Amsterdam.
Het document is een illustratie van de administratieve voorbereidingen voor de isolatie en vervolging van de Joodse bevolking. Door nauwkeurig in kaart te brengen welke kooplieden actief waren in Joodse buurten (zoals rondom het Waterlooplein), konden de bezetter en collaborerende instanties gerichte maatregelen nemen. Dit leidde uiteindelijk tot het weren van Joodse kooplieden van openbare markten en de instelling van speciale "Jodenmarkten", als tussenstap naar verdere onteigening en deportatie. Het verzamelen van NAW-gegevens en geboortedata was een essentieel onderdeel van het bureaucratische proces van de Holocaust.