Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 9 februari 1941. J. Verduin, Oosterparkstraat 82, Amsterdam. De Directie van het Marktwezen te Amsterdam. № 20/9/1 M.1941 11/2
Amsterdam, 9 Febr. 1941.
Aan de Directie van het Marktwezen te Amsterdam.
Ondergetekende, J. Verduin, Oosterparkstr. 82 alhier, verzoekt beleefd over de vaste plaatsen aan de dagmarkten, onder Uw aandacht te mogen brengen en in deze zaken verandering te maken, daar de hierna te noemen misstanden aan anderen personen nadeel berokkenen die het gehele jaar doorstaan:
ten eerste; personen die in steun gaan, dus daarmee bewijzen geen handel meer te kunnen drijven, hun vaste plaats in te trekken en onder op de lijst te plaatsen, ingeval ze weer terugkomen;
ten tweede: personen, die niet persoonlijk in het bezit zijn van een erkenning van Aardappelen en/of Groenten en/of fruit, geen vaste plaats of geheel geen plaats te geven of indien zij een vaste plaats hebben in te trekken;
ten derde: dat personen, die een vaste plaats hebben, daar ook als regel persoonlijk staan en daar geen familie of personeel, regelmatig die plaats laten bezetten;
Ik heb dat al eens met het Marktpersoneel besproken, maar die schijnen aan deze zaken niets te kunnen doen, daarom wend ik mij tot Uw. Mocht ik ook bij Uw niet op het juiste adres zijn, had ik gaarne, dat Uw mij dat liet weten en mij wilt wijzen, waar ik dan wel moet zijn.
In afwachting Uwer antwoord verblijf ik
Hoogachtend
J. Verduin
Oosterparkstr. 82.
A.dam (O) In deze brief kaart de heer Verduin drie specifieke "misstanden" aan met betrekking tot de Amsterdamse dagmarkten. Hij spreekt namens de marktkooplieden die "het gehele jaar doorstaan" (de beroepshandelaren) en voelt zich benadeeld door oneerlijke concurrentie of misbruik van het standplaatsensysteem.
- Sociaal vangnet vs. Handel: Verduin stelt dat handelaren die "in de steun" zitten (een uitkering ontvangen), hun recht op een vaste plek moeten verliezen. In zijn optiek is het ontvangen van steun het bewijs dat men geen levensvatbare handel meer drijft.
- Vergunningen: Hij klaagt over personen die zonder de juiste "erkenning" (officiële papieren/vakbekwaamheid) voor specifieke productgroepen zoals aardappelen, groenten en fruit, toch een vaste plek bezetten.
- Persoonlijke aanwezigheid: Er is wrevel over vergunninghouders die zelf niet op de markt staan, maar hun kraam door familie of personeel laten bemannen. Verduin pleit voor een strikte plicht tot persoonlijke aanwezigheid.
De toon van de brief is formeel maar dwingend. De schrijver geeft aan dat hij eerder bij het marktpersoneel op de werkvloer heeft geklaagd, maar dat zij geen actie ondernamen, wat hem ertoe bewoog direct naar de Directie te schrijven. De brief dateert van februari 1941, een kritieke periode in de Nederlandse geschiedenis tijdens de Duitse bezetting.
- Economische schaarste: In 1941 was de distributie van voedsel al volop in gang. Erkenningen en vergunningen waren essentieel om legaal handel te mogen drijven in schaarse goederen zoals aardappelen en groenten.
- "De Steun": De verwijzing naar "personen die in de steun gaan" verwijst naar de werklozenzorg. Tijdens de crisisjaren en het begin van de oorlog was dit een strikt regime; wie handel dreef mocht geen steun ontvangen, en omgekeerd. Verduin probeert hier de regels aan te scherpen om de concurrentie te beperken.
- Bureaucratie en Controle: De bezetter en het Nederlandse ambtelijke apparaat (zoals het Marktwezen) hanteerden een steeds strenger wordend systeem van registraties. Hoewel deze brief een persoonlijk zakelijk geschil lijkt te betreffen, past het in de tijdsgeest van toenemende regeldruk en de strijd om het dagelijks brood op de Amsterdamse markten. Slechts enkele dagen na het schrijven van deze brief, op 25 en 26 februari 1941, zou de Februaristaking uitbreken in Amsterdam, wat de enorme maatschappelijke spanningen van die maand onderstreept.