Getypte brief (pagina 2).
Origineel
Getypte brief (pagina 2). 17 maart 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke afdeling). Bladz.No.2 van brief No.20/12/2 M. d.d. 17 Maart 1941 aan
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam.
Indien U dit standpunt deelt, stel ik U voor den
adressant te doen berichten, dat aan zijn verzoek niet kan
worden voldaan.
Indien U echter van meening is, dat in het onder-
havige geval aanleiding bestaat om kwijtschelding van markt-
c.q. standplaatsgeld te verleenen, heb ik de eer U beleefd
te verzoeken wel te willen bevorderen, dat bij besluit van
den Regeeringscommissaris, ingevolge artikel 10 van de Ver-
ordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgel-
den, aan marktkooplieden, die hun plaatsen niet hebben mogen
bezetten, op gronden van billijkheid kwijtschelding van door
hen verschuldigd marktgeld wordt verleend voor de periode van
één kalenderweek en ingevolge artikel 32 van voornoemde Ver-
ordening aan standplaatshouders, die hun standplaats buiten
de markten niet hebben mogen bezetten, eveneens op gronden
van billijkheid kwijtschelding van door hen verschuldigd
standplaatsgeld wordt verleend voor de periode van één kalen-
derweek.
Door deze kwijtschelding zou de Gemeente ruw ge-
raamd aan markt-, en standplaatsgeld een bedrag tusschen
ƒ 1.000,- en ƒ 1.500,- derven.
De Zondagsmarkt Uilenburg is sedert 2 Maart jl.
geheel verboden en zooals U bekend is, zal deze markt voor-
loopig niet meer gehouden mogen worden. Waar ten aanzien van
deze markt de getroffen maatregel van langeren duur is, acht
ik het in dit geval billijk, dat aan de betreffende kooplie-
den gedurende de periode van het verbod kwijtschelding van
marktgeld wordt verleend.
Ik stel U mitsdien voor, te willen bevorderen, dat
bij besluit van den Regeeringscommissaris, ingevolge artikel
10 van bovengenoemde Verordening, aan de marktkooplieden, die
op de Zondagsmarkt Uilenburg een plaats bezetten, met ingang
van 2 Maart 1941 kwijtschelding van door hen verschuldigd
marktgeld wordt verleend voor de periode, dat deze markt niet
mag worden gehouden.
Hierdoor zal de Gemeente wekelijks een bedrag van
± ƒ 60,- aan marktgeld derven.
De Directeur, In dit document adviseert de directeur aan de wethouder over verzoeken tot kwijtschelding van gelden die marktkooplieden moeten betalen aan de gemeente. Er worden twee scenario's geschetst:
1. Algemene kwijtschelding: Een voorstel voor een eenmalige kwijtschelding van één week voor kooplieden die hun plek niet mochten innemen. Dit zou de stad tussen de 1.000 en 1.500 gulden kosten.
2. Zondagsmarkt Uilenburg: Deze specifieke markt is sinds 2 maart 1941 verboden voor onbepaalde tijd. De directeur stelt voor om deze kooplieden gedurende de gehele duur van het verbod vrij te stellen van marktgeld, wat de gemeente wekelijks ongeveer 60 gulden aan inkomsten scheelt.
De brief hanteert een ambtelijke toon waarbij "billijkheid" (redelijkheid) als argument wordt gebruikt om de kooplieden financieel te ontlasten, aangezien zij door overheidsmaatregelen hun brood niet kunnen verdienen. Dit document stamt uit een kritieke periode in de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting.
* De Februari-staking: Op 25 en 26 februari 1941 vond de Februari-staking plaats, een grootschalig protest tegen de Jodenvervolging. Als repressiematregel grepen de Duitsers hard in.
* Bestuurlijke wijziging: Kort na de staking, op 4 maart 1941, werd het Amsterdamse college van B&W ontslagen en vervangen door een regeringscommissaris (Edward Voute). In de brief wordt dan ook gesproken over een besluit dat door de "Regeeringscommissaris" moet worden genomen.
* Uilenburg: De Zondagsmarkt op Uilenburg bevond zich in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Het verbod op deze markt vanaf 2 maart 1941 was een directe maatregel van de bezetter om het economische en sociale leven van de Joodse bevolking te ontwrichten. Hoewel de brief spreekt over financiële "billijkheid", is de achtergrond ervan de systematische uitsluiting en vervolging van een specifieke bevolkingsgroep.