Archiefdocument
Origineel
28 augustus 1941. De Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Directeur van den Economisch-Technologischen Dienst voor Noordholland. Bladzijde 2 van brief No.20/20/2 M. d.d. 28 Augustus 1941 aan den Heer Directeur van den Economisch-Technologischen Dienst voor Noordholland van den Directeur van het Marktwezen.
Algemeene dagmarkten, Boom- en Bloemmarkt (aan den Singel) en algemeene weekmarkten.
Met uitzondering van de Boom- en Bloemmarkt, waar uitsluitend bloemen, planten en boomen aan het publiek mogen worden verkocht, worden op de overige markten alle artikelen, welke in winkels ten verkoop worden aangeboden, met uitzondering van honden en katten, van geneesmiddelen en van die artikelen, waarvoor een bijzondere vergunning vereischt is, verkocht, behalve op die markten, waarvoor het Gemeentebestuur uitdrukkelijk anders heeft bepaald (zie sommige tijdelijke hulpmarkten).
Op deze markten wordt door de kooplieden uitsluitend aan het publiek verkocht. De markten worden gehouden op openbare wegen en pleinen.
De beteekenis van de algemeene dag- en weekmarkten is groot; men kan zeggen, dat deze markten een belangrijke plaats innemen in het distributie-apparaat, hetgeen blijkt uit het groote aantal kooplieden, dat een vaste plaats bezet. Deze aantallen zijn:
Aantal uitgegeven
Markt vaste plaatsen
Albert Cuypstraat 325
Waterlooplein 169
Zwanenburgwal 25
Dapperstraat 131
Nieuwmarkt 67
Ten Katestraat 216
Lindengracht 224
Sumatrastraat 38
Westerstraat 285
Jan Evertsenstraat 33
Mosplein 91
Amstelveld 150
Noordermarkt 75
Naast de vaste plaatsen worden op al deze markten nog een aantal losse plaatsen uitgegeven: Deze varieren echter steeds en zijn bij den dienst dan ook niet geregistreerd.
De Boom- en Bloemmarkt is van geen groote beteekenis, terwijl de automarkt sedert den oorlogstoestand en de Uilenburgmarkt (op Zondag) sedert een zestal maanden niet meer worden gehouden.
Ik vertrouw, dat ik U hiermede volledig heb ingelicht, doch ik verklaar mij desgewenscht gaarne bereid tot het geven van nadere inlichtingen.
De Directeur, Het document biedt een kwantitatief overzicht van de marktcapaciteit in Amsterdam tijdens het tweede jaar van de Duitse bezetting.
- Economische functie: De markten worden beschreven als een essentieel onderdeel van het "distributie-apparaat". In een tijd van toenemende schaarste en rantsoenering waren deze markten vitaal voor de voedselvoorziening en de handel in dagelijkse benodigdheden.
- Omvang: Uit de lijst blijkt dat de Westerstraat (285 plaatsen) en de Albert Cuypstraat (325 plaatsen) de grootste markten waren.
- Uitzonderingen: Er wordt expliciet vermeld welke handel verboden is (honden, katten, medicijnen) en welke markten zijn opgeheven. De stopzetting van de automarkt is een direct gevolg van de brandstofschaarste en de vordering van voertuigen door de bezetter. De historische context van dit document is beladen:
- Bezettingstijd: Augustus 1941 was een periode waarin de nazi-bezetter de grip op het dagelijks leven in Nederland steeds verder verstevigde. De spelling is de toen gangbare spelling-Marchant (met naamvalsbuigingen als "den" en "der").
- De Uilenburgmarkt: De terloopse opmerking dat de Uilenburgmarkt (een zondagsmarkt in de van oudsher Joodse buurt) "sedert een zestal maanden" niet meer wordt gehouden, is veelzeggend. Zes maanden vóór augustus 1941 vond de Februaristaking plaats. Als repressie daarop werd de Jodenbuurt hermetisch afgesloten en werden Joodse sociaaleconomische activiteiten stapsgewijs verboden. De opheffing van deze markt markeert een vroege fase in de isolatie en vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam.
- Distributiesysteem: De overheid probeerde via het Marktwezen controle te houden op de goederenstroom om zwarte handel tegen te gaan, hoewel de praktijk op de markten vaak weerbarstiger was.