Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 23 september 1941 (stempel onderaan). [Stempels en aantekeningen bovenaan]
№ 5 l = II 70 S. Z. 1941 24/9
№ 24/3 L.M. 1941 10/10 [paars stempel]
A. d. M.
J.R. X M 27/9
[In potlood/pen rechtsboven:] Wat bedoelt hij met dit hier NN?
[Tekst brief]
Wel Edeld gestr Heer
Beleeft wend ik mijn tot U daar ik in 't geheel
van U geen brief kan opmaken. Toch hoop ik dat U
een oogenblik Uw aandacht wil Ontzien. ik ben
21 julie uit Frankrijk terug gekomen waar ik
Vier maanden heb gewerkt. en hier nog steeds op het
grootste gedeelte van mijn verdiende loon wacht
terwijl ik al vijf weken niets heb ontvangen en ik
in mijn kosthuis al haast niet langer kan blijven.
het geen ik in Frankrijk had verdient of wat ik
er van ontvangen heb. moest ik hier van schuld
betalen ik ben afgekeurt daar mijn rechter been
waarvan ik sinds 14 julie een uitkering heb ont..
vangen en na dien niets gebeurt van de rijksversbank
werken kan ik slecht meer ook loopen is pijnlijk
ik ben achtent vijftig jaar. en zou zoo gaarne buiten
Maatschappij Steun willen blijven om dat ik geheel
gezond van harte ben zoo wilde ik U beleeft vragen
om reden er aan de arbeiders beurs niet geholpen kan worden
om een Vergunning. of op een markt of onverschillig
waarvan. als ik maar zelf mijn brood weer kan
verdienen en van niets afhankelij behoeft te zijn
en dan hoop ik mijn geld uit Frankrijk spoedig te
[Stempel rechtsonder]
23 SEP. 1941 De schrijver van deze brief is een 58-jarige man die in een precaire financiële en fysieke situatie verkeert. De kernpunten zijn:
* Arbeid in Frankrijk: Hij heeft vier maanden in Frankrijk gewerkt (mogelijk via de arbeidsinzet of vrijwillig voor de wederopbouw/Organisation Todt, wat veel voorkwam in 1941). Hij wacht nog steeds op de uitbetaling van zijn verdiende loon.
* Medische toestand: Hij is "afgekeurd" vanwege problemen met zijn rechterbeen, waardoor hij slecht ter been is en pijn heeft bij het lopen. Hij wacht tevergeefs op een uitkering van de Rijksverzekeringsbank (in de tekst afgekort als "rijksversbank").
* Hulpvraag: Hij wil niet afhankelijk zijn van de "Maatschappij Steun" (de toenmalige sociale bijstand). In plaats daarvan vraagt hij om een vergunning om als zelfstandige op de markt of op straat te mogen staan ("onverschillig waarvan"), zodat hij zijn eigen brood kan verdienen.
* Taalgebruik: De brief bevat diverse spellingsfouten ("julie", "verdient", "afgekeurt", "afhankelij") en archaïsche formuleringen, wat wijst op een schrijver uit de arbeidersklasse die probeert zich formeel tot een autoriteit te wenden. De brief is gedateerd in september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De afkortingen bovenaan (S.Z. voor Sociale Zaken, L.M. mogelijk voor Luchtmacht of een specifieke lokale instantie) duiden op de ambtelijke molen waarin het verzoek terechtkwam.
De brief illustreert de sociale ontwrichting tijdens de oorlogsjaren: arbeiders werden naar het buitenland gestuurd, maar de administratieve afhandeling van lonen en sociale zekerheid (zoals de Rijksverzekeringsbank) haperde vaak door de oorlogsomstandigheden. De angst voor de "Steun" (vaak gepaard gaand met strenge controles en stigma) was groot, waardoor mensen liever probeerden een vergunning voor straathandel te krijgen om hun waardigheid en zelfstandigheid te behouden. De vraag van de ambtenaar in de kantlijn ("Wat bedoelt hij met dit hier?") suggereert dat de ambtenarij moeite had met de onbeholpen formulering van de verzoeker.