Officieel schrijven / doorslag van een besluitbrief.
Origineel
Officieel schrijven / doorslag van een besluitbrief. 9 oktober 1941. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen van de Gemeente Amsterdam (getekend door A.R. Kuiper). Fa. Zeevischhandel A. Akkerman & Co. te IJmuiden (p/a J. Bes te Driehuis, Gemeente Velsen). No 20/22/1 M. 1341 10/10
L.M.
70/152 -1941-
9 October 1941.
Gezien [geparafeerd]
[Handgeschreven:] d.H. M. de Boer 785
In antwoord op Uw schrijven van 24 September j.l. deel ik U mede, dat sedert 1 Januari 1935 geen nieuwe aanvragen voor een ventvergunning in behandeling kunnen worden genomen, terwijl vergunningen voor het innemen van een vaste standplaats op den openbaren weg slechts kunnen worden verleend aan houders van een ventvergunning. Uwe desbetreffende verzoeken zijn derhalve niet voor inwilliging vatbaar.
In principe zoudt U echter wel in aanmerking kunnen komen voor een plaats voor den verkoop van visch op de markt op het Waterlooplein. Indien U hiertoe wenscht over te gaan, kunt U zich tot den betrokken marktmeester, of wel tot de Directie van het Marktwezen wenden.
vM
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
(get.) Kuiper
de Fa. Zeevischhandel A. Akkerman & Co.
te IJmuiden.
adres J. Bes,
Hagelingerweg 347,
DRIEHUIS, Gem. VELSEN. Het document betreft de afwijzing van een aanvraag voor een ventvergunning en een vaste standplaats door een visleverancier uit IJmuiden. De weigering wordt gemotiveerd met een beleidsregel uit 1935: er worden simpelweg geen nieuwe ventvergunningen meer afgegeven. Omdat een vaste standplaats juridisch gekoppeld is aan een dergelijke vergunning, wordt ook dat deel van het verzoek afgewezen.
Opvallend is de suggestie in de tweede alinea: de aanvrager wordt doorverwezen naar de markt op het Waterlooplein. Dit wijst erop dat er op de reguliere markten nog wel ruimte was voor nieuwe handelaren, in tegenstelling tot de ambulante handel (venten) en vaste plekken op de openbare weg. De brief is gedateerd op 9 oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de afwijzing gebaseerd is op vooroorlogse regelgeving (1935), vond deze correspondentie plaats in een periode van toenemende regulering en schaarste.
De verwijzing naar het Waterlooplein is historisch pikant. Het Waterlooplein was het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. In 1941 waren de anti-Joodse maatregelen van de bezetter al in volle gang. In de maanden voorafgaand aan deze brief was de markt op het Waterlooplein onderworpen aan strikte beperkingen; zo mochten Joden vanaf september 1941 alleen nog op specifieke "Jodenmarkten" staan en moesten niet-Joodse handelaren elders hun plek zoeken. Het feit dat een visbedrijf uit IJmuiden/Velsen naar deze specifieke locatie wordt verwezen, kan duiden op de verschuivingen in het marktwezen als gevolg van deze segregatiepolitiek, of simpelweg op het feit dat de marktmeester daar nog lege plekken moest opvullen. A. Akkerman A.R. Kuiper J. Bes M. de Boer Gemeente Amsterdam Marktwezen